Skip to content
Vijf vragen aan Marita Koch_1
Vijf vragen aan Marita Koch

Groen hart

25 oktober 2022

Aan de voet van het door Heijmans gerealiseerde Greenville in Leidsche Rijn Centrum (LRC) ligt de Stadstuin van dit nieuwste deel van Utrecht. De beplanting van de twee projecten loopt in elkaar over en zorgt voor het broodnodige groen tussen alle bebouwing. Marita Koch van Baljon landschapsarchitecten over groen dat uitnodigt tot bewegen.

1. Hoe sluiten de ontwerpen van de Stadstuin en Greenville bij elkaar aan?

“In het masterplan van LRC is hun onderlinge verbinding vastgelegd, vanaf het begin was bekend dat er op deze plek een grote openbaar toegankelijke tuin zou komen. De binnentuin van Greenville en het groen op de gevels zijn dan ook deze kant op gericht, zodat het groen op elkaar aansluit. Dat zie je ook terug in de padenstructuur van de Stadstuin, die aansluit op de binnentuin.”

Marita Koch Baljon Landschapsarchitecten Greenville Utrecht
Marita Koch van Baljon Landschapsarchitecten in de Stadstuin van Leidsche Rijn Centrum, voor Greenville.

2. Wat is er bijzonder aan deze plek?

“Dit is de enige tuin van formaat van heel Leidsche Rijn Centrum. Ik zie dit echt als de longen van het centrum, waar je rustig in het groen kunt lopen. Dat heeft dit nieuwe gedeelte van de stad echt nodig voor de leefbaarheid. Wat ook bijzonder is: het is eigenlijk een daktuin, dus er is dubbel grondgebruik. Als je in de Stadstuin staat merk je er niets van, maar hieronder ligt een gebouw. Dit hele gebied heeft een hoogteverloop van gemiddeld zeven meter, omdat het gebouwd is over de A2-tunnel, met aan het ene uiterste het Amsterdam-Rijnkanaal en aan de andere kant de Grauwaartsingel. De Stadstuin ligt ergens halverwege dit hoogteverschil en is een verbindende ruimte tussen de verschillende niveaus. Doordat het gebouw van Greenville naar beneden loopt richting de tuin, doet het mee in het hoogteverschil. Ook opent het gebouw zich twee keer naar de Stadstuin, terwijl het masterplan oorspronkelijk een gesloten bouwblok bevatte. De architecten van Heijmans kozen voor deze verbinding.”

3. Er staan behoorlijke bomen in de tuin, hoe gaat dat samen met het gebouw eronder?

“Dat was inderdaad een puzzel. We hadden 5,5 meter beschikbaar en wilden dat de ruimte eronder 4,5 meter hoog zou zijn. Maar de wortels van de bomen hebben ook ruimte nodig. Uiteindelijk hebben we samen met de constructeur bedacht om de balken van het dak op de constructie te leggen en in de tussenruimte van de balken steeds twee bomen te planten.

Maar toen de groenaannemer aan de slag ging, vertelde hij dat de rij bomen dan niet zou dichtgroeien, wat wel onze wens was. Dus uiteindelijk hebben we drie bomen per tussenruimte geplant. Ze staan heel dicht op de constructie, maar daar zijn de kluiten op voorbereid. En je ziet het, nu in de derde zomer staat het er heel groen bij en is de bomenrij bijna dichtgegroeid.”

Vijf vragen aan Marita Koch_3

4. Wat is het idee achter de indeling?

“Het ontwerp nodigt uit om in de lengte door te lopen, onder de bomenrij door. Aan de andere kant van het gras – dat zeker bedoeld is om op te lopen en zitten – liggen dwars daarop beplantingsvakken in vijf kleuren. In het begin waren de plantjes zo klein dat je alleen maar aarde zag, gelukkig komt het kleurenpalet ondertussen beter uit de verf. Tussen de vakken door lopen paadjes. Dat zijn eigenlijk onderhoudspaden, maar ze zijn wel gemaakt met het idee om mensen de tuin in te trekken. Ik zag er net een kat overheen lopen en betrap mezelf er ook vaak op, het is heel uitnodigend.”

5. Hield je ook rekening met de biodiversiteit?

“Rekeninghoudend met de kleuren hebben we gekozen voor een mix aan planten die in verschillende perioden bloeien, zodat er het hele jaar nectar is voor vlinders en insecten. Die zijn op hun beurt samen met de bessen van de bomen en struiken weer voedsel voor vogels. Beneden bij boerderij zit een mussenkolonie, die vinden hier het hele jaar door voer voor hun jongen. In de muren van het gebouw zitten nestkasten. Zo houden we het ecosysteem in balans.

Ik ben erg blij dat de tuin er zo goed uitziet. Wateraan- en afvoer levert daar een grote bijdrage aan, dat is niet altijd gemakkelijk als je groen aanlegt op een dak. Omdat in LRC de afgelopen jaren heel wat pleinen als daktuin gebouwd zijn, heeft de gemeente Utrecht veel ervaring over het op de juiste manier opbouwen van de ondergrond. Want je wil dat de ondergrond voldoende, maar ook weer niet teveel water vasthoudt. Dat is heel fijn voor ons, want die kennis hebben we toegepast in de Stadstuin en mede daarom staat de tuin er nu prachtig bij.”