Skip to content
Op pad in de Haagse wijken Dreven, Gaarden, Zichten 8
Op pad in de Haagse wijken Dreven, Gaarden, Zichten

Breder kijken bij ontwikkeling stadswijk

14 december 2023

Het ontwikkelen van een stadswijk gaat over veel meer dan mooie nieuwbouwflats. Met dat in het achterhoofd werken de gemeente Den Haag, woningbouwcorporatie Staedion en Heijmans al twee jaar aan de gebiedsontwikkeling van Den Haag Zuidwest. Door te werken met een brede blik zorgen ze dat de wijk er niet alleen ruimtelijk, maar ook sociaal op vooruit gaat. “Het doel is een fijne wijk neerzetten om te wonen, werken en verblijven."

Manager gebiedsontwikkeling van Heijmans Bas Verstijnen loopt vanaf het projectbureau direct links de deur uit, de buurt Het Zicht in. Bas is hier duidelijk bekend. Daar, wijst hij aan, is kringloopwinkel de Kleine Beurs, met de vaste jongens die na schooltijd op het bankje hangen voor de winkel.

En kijk maar eens omhoog naar de balkons, zegt Bas. “Daar zie je soms wasmachines staan. De badkamer en keuken in deze flats zijn zo klein, dat mensen vaak geen andere keuze hebben dan de wasmachine op het balkon neer te zetten.”

Portiekflats in slechte staat

We zijn in de wijk Zichten, onderdeel van ‘Dreven, Gaarden, Zichten’ in het Zuidwesten van Den Haag. Van ooit een prachtwijk in het groen, met winkels en genoeg voorzieningen, is het tegenwoordig een gebied dat slecht scoort op sociaaleconomische lijstjes. Het gemiddelde inkomen is laag. En de instroom van nieuwe bewoners bestaat al jaren uit mensen die niet veel anders te kiezen hebben op de woningmarkt.

Het gevolg is dat veel winkeliers vertrokken, net als eerstelijns zorgvoorzieningen zoals een huisarts. Een neerwaartse spiraal waarbij het een in het ander haakt. Daarbij komt dat de naoorlogse flats er tegenwoordig niet meer zo florissant bij staan. De balkons moeten ondersteund worden, het is er tochtig en schimmelig.

Vandaar dat hier een grootse transformatie op stapel staat. Na de eerste gesprekken in 2017, zetten Heijmans, de gemeente en Staedion vorig jaar officieel hun Eerste fase Dreven, Gaarden en Zichten van start. Een sociaal-maatschappelijke opgave waarbij het gaat over het verbeteren van de duurzaamheid, mobiliteit, en de levendigheid in de wijk – naast uiteraard het opknappen en bouwen van huizen. Bas: “Het doel is een fijne wijk neerzetten om te wonen, werken en verblijven.” In 2040 moet de transformatie compleet zijn.

Het doel is een fijne wijk neerzetten om te wonen, werken en verblijven .

Integrale aanpak

Het wordt een enorme klus, vertellen de hoofdrolspelers even later terug in het projectkantoor: Bas Verstijnen, Pieter Birnage van de gemeente en Rob van der Varst van Staedion. Zij weten alle drie dat zo’n wijktransformatie om méér gaat dan de flats vernieuwen. “Je moet álles meenemen: niet alleen de woningen zelf, maar ook sociale cohesie, gezondheid, leefbaarheid etcetera. Het is echt een integrale aanpak,” zegt Pieter van de gemeente.

Het is de ambitie om uiteindelijk op het sociaaleconomische gemiddelde van de stad Den Haag uit te komen. Pieter: “Dat klinkt misschien niet ambitieus, maar dat is het absoluut wel – gezien de huidige status van deze wijk.”

Bas van Heijmans voegt daar aan toe. “Die sociaalmaatschappelijke ambitie is niet alleen het pakkie an van de gemeente, maar ook een taak van ons. Heijmans denkt vanaf het begin mee over dit soort thema’s, bouwt allianties en zet concrete plannen uit. Onder die ambitie hebben we onze handtekening gezet en daarop mogen we dus ook worden afgerekend.”

Wantrouwen tegen instanties

Die brede aanpak wil het drietal uitvoeren onder het credo: voor en door de buurt. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, vertelt Rob van Staedion. “Er heerst hier van oudsher een enorm wantrouwen tegen instanties. Hun houding is: vertel me eerst maar eens wanneer ik mijn huis uit moet en welke vergoedingen ik krijg. Dat is hun prioriteit.”

Het vertrouwen van de bewoners winnen, is dus een eerste stap. Bas: “Dat is wat ik vanaf het allereerste begin hier heb geleerd: als we niet on speaking terms zijn met de bewoners, kun je geen gesprek voeren over hun toekomst hier in de wijk."

Maar hoe pak je dat aan, écht in contact zijn met bewoners? In ieder geval niet door van bovenaf dingen op te leggen, zegt Bas. “Het begint met kijken wat er wél is. Want ondanks dat het niet zo aan de oppervlakte ligt, broeit hier tussen de kieren wel degelijk ondernemerschap.”

Bandenplak-les

Eén van die ondernemers is fietsenmaker Michiel Martens (59), die al zeven jaar in de Zichten zijn winkel en werkplaats runt. Vanmiddag nog had hij bijzonder bezoek: een groepje kinderen van de buitenschoolse opvang uit de buurt kreeg van hem ‘bandenplak-les’. Vond hij hartstikke leuk. “Ja hoor, en dan knutsel ik ook nog wel even een certificaatje in elkaar.” Hij showt het papieren diploma dat de kinderen mee naar huis kregen.

Michiel woont in Voorburg, maar komt oorspronkelijk uit een volksbuurt in Amsterdam-Noord. Hij voelt zich hier thuis in de Haagse wijk. “Het accent is anders, maar de rest is hetzelfde,” lacht hij.

Hij vindt dat mensen in de wijk over het algemeen netjes met elkaar omgaan. Wel hoort hij over de huizen die ‘op’ zijn. “Dat staat buiten kijf. Die zijn aan vervanging toe.” Ook weet hij dat mensen stress hebben over of ze al dan niet hun woning moeten verlaten. “Het zijn mooie plannen, maar nu zie je er nog weinig van. Dat zal misschien veranderen als de eerste blokjes er staan.”

Deur staat open

Daar wordt aan gewerkt. De eerste paal van Steenzicht, een project met 220 woningen, is eind augustus de grond in gegaan. Een ander succesvol initiatief is de opening van de Buurtkeuken, geleid door Sabra Rahiembaks. Bas: “Dat is een onderneemster die onder meer bokslessen geeft aan vrouwen uit de buurt. Zij was de aangewezen persoon om de Buurtkeuken te runnen.”

Staedion, de gemeente en Heijmans hebben zich met de plannen voor Dreven, Gaarden, Zichten aan elkaar ‘vastgeklonken’. Bas: “Want als je met elkaar een sterke centrale doelstelling hebt, voelt ieder zich ook verantwoordelijk voor de agenda van de ander. En dán kan je samen gaan vliegen.”