Hoe staat het met... Kloosterboer, Vlissingen-Oost

Haven kleurt geel

Voor nieuwe opdrachtgever Kloosterboer slaan drie Heijmans-clubs samen de handen ineen: Funderingen, Wegspecialismen en Infra Regionale Projecten maken het terrein van Kloosterboer klaar voor toekomstbestendig fruittransport. Tendermanager Guido Bosman en projectleider Gerben Burger blikken terug. 

20 maart 2020

Noem het geen overslagbedrijf of logistiek dienstverlener, Kloosterboer in Vlissingen is ‘leading in temperature controlled logistics’. Oftewel: dit Zeeuwse familiebedrijf houdt zich al generaties bezig met het geconditioneerd verschepen van voedsel, over land en zee. Vis, vlees, fruit, vruchtensappen en diepvriespatat komt op hun grote terrein aan, wordt over- en opgeslagen, waarna het landinwaarts en door geheel Europa verder op transport gaat.

Kloosterboer1.jpg

Met ruim 500.000 ton opslagcapaciteit en meer dan zevenhonderd medewerkers, is Kloosterboer een grote werkgever in de regio. Als Zeeuw kent Heijmans-projectleider Gerben Burger het bedrijf dan ook goed. “Twee jaar geleden sloot ik me aan bij het infrateam in de regio Zuidwest, om de acquisitie in Zeeland te verbeteren. Na een telefoongesprek en een kopje koffie stonden we bij Kloosterboer op het netvlies. Door het contact warm te houden, konden we meedingen bij een onderhandse uitvraag voor de realisatie van een nieuwe containerterminal.”

Kloosterboer Burger en Bosman1.jpg

Projectleider Gerben Burger (l) en Tendermanager Guido Bosman in de bouwkeet op het Kloosterboer terrein.

Trappenhuizen met stopcontact

Die terminal is noodzakelijk vanwege een nieuw langlopend contract tussen Kloosterboer en bananengigant Chiquita. Waar bananen vroeger vaak als stukgoed binnen kwamen, arriveren ze tegenwoordig in gekoelde zeecontainers, de zogenaamde reefers, legt Gerben uit. “Bananen komen binnen op een temperatuur rond het vriespunt. Anders rijpen ze door in de containers. Ze moeten tijdens het wachten op verder transport dus gekoeld blijven.”

Daarom heeft Kloosterboer een terminal en een installatie nodig die de containers op temperatuur houdt. Gerben: “Stel je enorme stopcontacten voor, die dertig containers van drie meter hoog tegelijkertijd aansluiten op elektriciteit. Een soort trappenhuizen met een stopcontact, in haventermen ‘reefer stacks’.”

Integrale aanpak

Om het terrein van Kloosterboer geschikt te maken voor zo’n trappenhuis, zijn vijf partijen gevraagd een plan en prijs te maken. Dat van Heijmans vond Kloosterboer het meest aantrekkelijk vanwege de integrale aanpak en de voorgestelde optimalisaties en besparingen. Samen met collega Guido Bosman stelde Gerben een aanbieding op waarbij Heijmans alle infrastructurele werkzaamheden voor zijn rekening nam.

Gerben: “Wij hebben alle specialismes in huis. We konden zowel de fundering van vibropalen maken als de betonfundaties voor de reefer stacks. Plus de complete onder- en bovengrondse infrastructuur, zoals kabels en leidingen, riolering, cementgebonden fundaties, straatwerk en asfalt. Dat is de kracht van Heijmans, dat je alles kunt maken met elkaar.”

Kloosterboer Burger en Bosman2.jpg

Besparingen

Guido: “Met zeven verschillende onderaannemers was het toch lastiger geweest tot een mooi aanbod te komen. Niet alleen agendatechnisch, bij onze ‘zusjes’ kun je een beroep doen op het Heijmans-gevoel waardoor je sneller tot overeenstemming komt. Bovendien kun je harde garanties geven wat betreft de planning. Die was behoorlijk uitdagend, met een paar momenten die echt geen vertraging konden hebben. Dan zet je als Heijmans-teams alles op alles om die planning te halen.”

In de gesprekken met Kloosterboer komt Heijmans bovendien met slimme oplossingen die voor de opdrachtgever flinke besparingen opleveren. Guido: “Je moet altijd blijven zoeken naar de vraag achter de vraag, ‘waarom willen jullie dit?’ Een deel van het terrein bleek helemaal geen zware funderingsconstructie nodig te hebben, omdat er geen kranen komen. Daardoor hield de opdrachtgever enkele tonnen in zijn zak.”

Buiten de lijntjes

Guido, een oude rot in het vak met veertig jaar praktijkervaring, geniet als tendermanager van dit soort onderhandelingen. “Je bouwt een band op met zo’n opdrachtgever. Daardoor is er meer speelruimte binnen de opdracht en wordt het interessanter voor ons, omdat je ook buiten de lijntjes mag kleuren.”

Nadat het terrein was gestript en oude rioleringsbuizen en kabels waren verwijderd, richtte Heijmans de plek opnieuw in. Gerben: “Onze collega’s van Span- en verplaatsingstechnieken sloegen bijna achthonderd vibropalen voor de fundering. De civiele specialisten van het team Infra Regionale Projecten maakten de betonfundaties die daarop rusten. Grote betonblokken van twintig meter lang, tweeëneenhalve meter breed en zestig centimeter dik. Wegspecialismen verzorgde de mobiele betoncentrale, om de bestaande funderingen te versterken. Vanuit de regio verzorgden we al het kabel- en leidingwerk, het funderingswerk, de bestrating en het asfalt.”

Gerben Burger1.jpg

Klein oppervlak

En werkt het inderdaad lekkerder met ‘eigen’ collega’s? Volgens Gerben wel: “Alle kennis is in huis en je kent elkaar, dus je hebt minder discussies dan met een onderaannemer. Hoewel er natuurlijk buiten op de bouwplaats wel eens woorden vallen. Vooral door de beperkt beschikbare ruimte en de zeer krappe planning, waardoor alle disciplines tegelijk op een relatief klein oppervlak aan het werk zijn.

Vooral logistiek was dit een enorme uitdaging: er was weinig ruimte om materieel en materiaal op te slaan, terwijl veel werkzaamheden tegelijkertijd plaatsvinden. Waar zet je de betoncentrale dan neer? En dan is er ook nog een tijdje gewerkt met twee heistellingen met bijbehorend materieel. Het kostte ons heel wat uren om deze puzzel te leggen, maar het is gelukt.”

Kloosterboer4.jpg

Vol lof

Gerben en zijn mannen haalden alle opleveringsdata zoals afgesproken, mede dankzij de zachte winter. “Met dank aan mijn oren en ogen op de bouwplaats, de uitvoerders Marc Haak en Walter van Nassau”, benadrukt Gerben. “Buiten vertrouw ik op hen. De logistiek is grotendeels ter plekke door hen opgelost.”

Op het hoogtepunt van de activiteiten werkten er zo’n veertig tot vijftig mensen tegelijkertijd en nu hij wat meer rust heeft, blikt Gerben trots terug. “Ik vind het heel mooi om te zien wat we hebben neergezet, zo’n gevoel van ‘dat hebben we toch maar mooi gedaan met z’n allen’. Ik ben als Zeeuw van nature nogal bescheiden, maar van dit soort werken word ik echt enthousiast.”

Guido Bosman1.jpg

Ook Guido sluit het project met een positief gevoel af. “Kloosterboer is vol lof over de manier waarop het werk is aangevlogen. Voor Heijmans is het mooi dat we ervaring opdeden in de haven, voor ons was het nieuw om dit soort opslaghuizen te bouwen. Die kennis kunnen we weer gebruiken in nieuwe projecten.”