Vijf vragen aan Harry Boeschoten

Natuur als nutsvoorziening

De aanleg van natuur was vroeger een bijzaak voor bouwers en ontwikkelaars. Veel natuurgebieden zijn daarom slecht bereikbaar vanuit steden en dorpen. Harry Boeschoten van Staatsbosbeheer lobbyt daarom voor aaneengeschakeld groen netwerk van natuurgebieden. Zijn missie is om elke Nederlander aan te sluiten op dit natuurweb.

4 juli 2018

Stedelijk groen, dat is toch geen taak voor Staatsbosbeheer?

“We beheren niet alleen grote en bekende natuurgebieden, zoals op de Veluwe of de Oostvaardersplassen. We zorgen ook voor groen vlakbij of in de stad, zoals de natuurgebieden in Midden-Delfland tussen Den Haag en Rotterdam en het Haagse Bos. Vooral de recreatiegebieden, die vaak veertig jaar geleden zijn aangelegd voldoen niet meer aan de huidige behoeftes.

Vroeger waren recreanten misschien wel minder veeleisend. Je had een bos om in te wandelen, een ligweide om te picknicken en een vijver om in te zwemmen. Nu leggen mensen wandelend, fietsend en hardlopend veel meer kilometers af dan toen. Ze zoeken afwisseling en aantrekkelijke gebieden. Daarom is het nodig alle grote en kleine natuurgebieden aan elkaar te koppelen. Om dit te realiseren, zetten we drie jaar geleden het programma Groene Metropool op.

harry_boeschoten_staatsbosbeheer_--martinekrekelaar_a0a4755.jpg

Onze missie is om iedere Nederlander aan te sluiten op een groen netwerk. Vanuit die visie bekijken we welke behoeften er zijn en hoe wij daar met onze bestaande groene gebieden aan bijdragen. Dat vraagt om samenwerking met andere partijen, binnen én buiten de stad.
De eerste gesprekken met gemeentes en projectontwikkelaars verliepen wat stroef omdat we sterk aanbodgericht dachten. Ze gingen daarom vooral over de klassieke visie op natuur en recreatie. Ik gooide daarom het roer drastisch om en ben vanuit de stad gaan denken, vraaggericht. Op thema’s als wateroverlast, hittestress, bewegen, gezondheid en hun relatie met groen werd wél enthousiast gereageerd.”

Een groen netwerk. Leg eens uit?

“Als we de natuurgebieden aan onze stadsgrenzen succesvol willen herinrichten, moeten ze onderdeel zijn van een groen (natuur) en blauw (water) netwerk, dat vanuit de binnensteden het land dooradert. Een nieuwe nutsvoorziening, die net als elektriciteit en water elk huishouden bedient. Groen is immers een algemeen maatschappelijk belang en draagt bij aan onze gezondheid.

harry_boeschoten_staatsbosbeheer.jpg

In dit doorlopende, drempelloze natuurnetwerk, van grotere gebieden tot kleinere haarvaten, kun je een ommetje maken, boodschappen doen en naar het station fietsen. In een ideale wereld beginnen we met de aanleg van groene daken, geveltuintjes en bomen in straten. Deze ‘haarvaten’ zorgen voor een verbinding met plantsoenen en parkjes iets verder buiten het centrum. Die zouden we dan weer moeten verbinden met natuur- en recreatiegebieden en sportvelden aan de randen van de stad.”

Welk effect heeft groen op onze gezondheid?

“Groen zet ons onder andere aan tot meer en langduriger bewegen. Daarnaast prikkelt groen onze zintuigen en bevordert ons welzijn. Het nadeel is dat deze gezondheidswaarden moeilijk te meten zijn en dat ze verschillen per mens. Wij zoeken nu naar erkenning dat deze zachte waarden ook belangrijk zijn. Niet alles draait om geld immers, welzijn en gezondheid zijn net zo belangrijk. Daarom zitten we ook aan tafel met specialisten en beleidsmakers uit de gezondheidszorg. Gelukkig zien we dat de relatie tussen groen en gezondheid steeds meer omarmd wordt, ook door overheden en bouwbedrijven.”

En de harde waarden?

“Het terugdringen van hittestress bijvoorbeeld. Groen verkoelt de stad, het kan de temperatuur met enkele graden laten dalen. Groen absorbeert naast warmte ook water. Het is hiermee een efficiënt middel om wateroverlast terug te dringen. En beplanting leidt tot lagere concentraties van vervuilende stoffen, zoals fijnstof.

Tenslotte is er ook een economisch argument. Onderzoek van de Vereniging Deltametropool toont aan dat groen een belangrijke factor is voor het vestigingsklimaat. Het blijkt dat een huis in het stedelijk groen zo’n zeven procent meer waard is dan eenzelfde huis dat niet in het groen staat. Met dat waardeverschil heb je dus meteen een financieringsbron. ”

harry_boeschoten_staatsbosbeheer_--martinekrekelaar_a0a4736.jpg

Welke opdracht wil je overheden, ontwikkelaars en bouwers meegeven?

“Maak natuur onderdeel van het totale ontwikkelingsproces. Dat dit nu niet gebeurt is geen onwil, maar onwetendheid. Tijdens de afgelopen Provada in de RAI Amsterdam hoorde ik iemand zeggen dat natuurwaarde van steden niks voorstelt. Dat is onzin. Ecologie stelt in stedelijke gebieden juist heel veel voor! Sterker nog, ik denk dat het natuurpotentieel van de stad groot is. De landbouwgronden leveren helaas minder natuur op dan vroeger; soms leven er nauwelijks wilde dieren en planten. De feiten zijn gewoon beschikbaar. Verdiep je erin.

Maak er een gewoonte van. Veranker het in je DNA, net zoals de toepassing van ecoducten en natuurbruggen in de jaren zeventig. Niemand zag deze bouwwerken zitten: te duur en te veel gedoe. Inmiddels zijn deze kunstwerken standaard onderdeel van het Rijkswaterstaat-programma.

harry_boeschoten_staatsbosbeheer_--martinekrekelaar_a0a4887.jpg

Het bewustzijn neemt toe, maar we zitten nu middenin een transitie tussen een mooi verhaal en realisatie. De volgende stap is het bepalen hoe we bestaande binnenstedelijke groene gebieden integreren in het groene netwerk. Tegelijkertijd kun je met hele kleine aanpassingen al een begin maken met het groene netwerk. Laaghangend fruit in overvloed! Zo kan je als stadsbestuur bij grootschalige rioolwerkzaamheden in de bouwverordening laten opnemen, dat je bij de herinrichting van de straat extra groen toevoegt. Of bouwers standaard mussendakpannen laten leggen en gierzwaluwstenen laten inmetselen. Eenvoudige ingrepen waar niemand last van heeft.”