Door die flexibiliteit te benutten voorkomen we de ochtend- en avondpieken. Daardoor is er meer mogelijk. Dat is de winst die we hier boeken.
Nederland staat voor een enorme woningbouwopgave. Tegelijkertijd raakt het elektriciteitsnet op steeds meer plekken aan zijn grenzen. Waar ontwikkelaars vroeger konden rekenen op voldoende netcapaciteit, is dat vandaag allesbehalve vanzelfsprekend. In sommige regio’s zijn de beperkingen inmiddels zo groot dat woningbouwprojecten vertraging oplopen of zelfs dreigen stil te vallen.
Volgens Paul Scheer van Maaswaal, consultant Strategische Netplanning bij Stedin, vraagt die nieuwe realiteit om een andere manier van samenwerken. “Zonder de input van de netbeheerder was er geen project geweest”, zegt hij over gebiedsontwikkeling IJsseloevers, waar 563 woningen worden gerealiseerd. “We hebben vanaf het begin samen verkend wat we willen bereiken, wat we elkaar kunnen bieden en wat wel en niet mogelijk is.” Juist dat vroege gesprek maakte volgens hem het verschil.
Energie hoort niet aan het einde van de planvorming
Traditioneel komt een netbeheerder pas in beeld wanneer een project een aansluiting nodig heeft. Dan gaat het gesprek vooral over kabels, transformatorstations en beschikbare capaciteit. Bij IJsseloevers verloopt dat anders. “Normaal gesproken praat je niet met elkaar over de conceptfase van een project”, vertelt Paul. “De interactie met de netbeheerder is dan vooral gericht op het krijgen van de noodzakelijke aansluitingen. Hier vonden we elkaar juist veel eerder in het proces.”
Die samenwerking ontstond vanuit een gezamenlijke ambitie om te onderzoeken hoe woningbouw ook mogelijk blijft wanneer netcapaciteit steeds schaarser wordt. Daarbij kijken we hoe een woonwijk zo ontworpen kan worden dat beschikbare capaciteit slimmer wordt benut. “De vraag was: als je bepaalde ingrediënten toevoegt aan een project, wat betekent dat dan voor de capaciteit die nodig is? Wat kan wel en wat kan niet? Daarin hebben we elkaar continu gevonden.”
Slim omgaan met schaarse capaciteit
In IJsseloevers komen verschillende oplossingen samen. Denk aan een collectieve warmteoplossing, een centraal laadplein, een energie managementsysteem en energieopslag. Niet als losse maatregelen, maar als één samenhangend geheel. Volgens Paul draait het uiteindelijk om flexibiliteit. “Vroeger kreeg je een netaansluiting en kon je 365 dagen per jaar, 24 uur per dag dezelfde hoeveelheid capaciteit benutten. Nu kijken we veel meer naar hoe we beschikbare ruimte op het net slimmer kunnen gebruiken.”
Bij IJsseloevers vermijden we daarom de momenten waarop het net het zwaarst belast wordt. Het verwarmen van water en het laden van auto’s verschuift zoveel mogelijk naar momenten waarop meer ruimte beschikbaar is. “Door die flexibiliteit te benutten voorkomen we de ochtend- en avondpieken. Daardoor is er meer mogelijk. Dat is de winst die we hier boeken.”
Voor bewoners verandert er weinig vertelt Paul. “Bewoners merken hier in principe helemaal niks van. Ze hebben gewoon hun woning en hun eigen aansluiting. Het verschil zit vooral in de collectieve voorzieningen waar afspraken over zijn gemaakt.”
Samenwerken wordt steeds belangrijker
Voor Stedin zit misschien wel de belangrijkste les van IJsseloevers niet in de techniek, maar in de manier van samenwerken. “We hebben geleerd dat het loont om dat gesprek heel vroeg in het proces te voeren.”, zegt Paul. “Als je van elkaar weet wat mogelijk is en welke flexibiliteitsoplossingen er bestaan, dan kom je samen veel eerder tot een werkbare oplossing komen.”
Daarbij speelt ook wederzijds vertrouwen een belangrijke rol. “Dit soort trajecten ontstaan door vertrouwen. Je committeert tijd en energie aan elkaar om te onderzoeken of iets mogelijk is. Dat is hier duidelijk het geval.” Volgens Paul helpt ook de combinatie van kennis binnen Heijmans. “Heijmans heeft zowel vastgoedontwikkeling als energie-expertise in huis. Juist die combinatie maakt het mogelijk om dit vraagstuk integraal te bekijken.”
Van project naar perspectief
Hoewel IJsseloevers nog gerealiseerd moet worden, ziet Stedin het project nu al als een belangrijke stap. Niet omdat alle antwoorden er al zijn, maar omdat het laat zien welke richting mogelijk is. “Projecten zoals IJsseloevers helpen enorm om aan te tonen dat het kan werken. Daarna moeten we met elkaar leren opschalen.”
En misschien is dat wel de belangrijkste boodschap van IJsseloevers. Netcongestie hoeft geen eindstation te zijn voor woningbouwplannen. Maar het vraagt wel om een andere manier van denken en samenwerken. Door energie vanaf het begin onderdeel te maken van de planvorming, ontstaat ruimte om woningen te realiseren binnen de grenzen van het energiesysteem.