Skip to content
Een vrouw praat met twee kinderen.
Impactscan Beaugaard: inzichten uit de praktijk

Hoe breng je Beaugaard in beweging?

1 juli 2026

In Hellevoetsluis ontwikkelt Heijmans, samen met Roosdom Tijhuis en Adriaan van Erk de nieuwe wijk Beaugaard. De wijk bestaat uit verschillende kleinschalige buurtjes met elk een eigen sfeer. De nadruk ligt op groen en gezond: brede lanen, groene singels, slootjes, wandelpaden en (speel)plekken waar jong en oud elkaar kunnen ontmoeten. Heijmans betrok Stichting PUSH bij de impactscan om ervoor te zorgen dat de plannen écht werken voor de toekomstige bewoners.

Heijmans past in Beaugaard de door haar zelf ontwikkelde welzijnsaanpak toe. De aanpak start met een impactscan: een integrale, kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de buurt die inzicht geeft in de bestaande situatie. Welke zorgen hebben de inwoners van Hellevoetsluis? En waar zijn ze juist blij mee? Welke sociaal-maatschappelijke vraagstukken spelen er in de wijken rondom Beaugaard?

José Wille is namens Stichting PUSH betrokken bij dit proces en werkt nu zo’n tien jaar voor deze lokale organisatie. PUSH zet zich in om het welzijn van bewoners te versterken, met aandacht voor sport, gezondheid, beweging en ontmoeting. José’s doel is om Hellevoetsluis zo gezond mogelijk te maken voor kinderen van nul tot drieëntwintig jaar. ‘Kinderen zien nu in hun leefomgeving vooral ongezonde mogelijkheden’, merkt ze op. ‘Loop je door een wijk, dan wordt er reclame gemaakt voor ongezonde snacks van de bakker; niemand maakt reclame voor een appel.’

Tijdens de impactscan nam José deel aan de workshops om haar kennis en inzichten te delen. De komst van Beaugaard vormt een bijzondere kans om de buurt zo gezond mogelijk in te richten vanaf de prille start. ‘Als er een wijk komt die anders met gezondheid om wil gaan, kan ik dat alleen maar toejuichen.’

Hoe ben je betrokken geraakt bij de impact scan? 

‘Als PUSH wilden we al langere tijd vroegtijdig betrokken worden bij zo’n nieuwe ontwikkeling. Want als je wilt dat mensen gezond zijn, moet je de leefomgeving aanpassen. Een school waar je makkelijk de auto parkeert, lijkt misschien heel fijn voor ouders, maar voor kinderen is het onveilig. Als je ervoor wilt zorgen dat een kind lopend of op de fiets naar school gaat, dan moet je dat faciliteren in de omgeving.’

‘Ik ben uitgenodigd omdat ik in Hellevoetsluis middenin het netwerk van welzijnsorganisaties sta. De eerste workshop was best een beetje aftasten. Wat wordt er precies van ons verwacht? Het ging over de ruimtelijke interventies die potentie hebben voor de buurt. Wat is van toegevoegde waarde voor het welzijn van bewoners, en waar kan het landen in de wijk? We gingen aan de slag met een set kaarten met daarop mogelijke interventies.

Welke kennis brachten jullie in?

‘Als welzijnsorganisatie proberen wij domein overstijgend te werken. Wij horen veel vanuit andere lokale organisaties en kunnen dan meteen koppelingen leggen. Een voorbeeld: de ontwikkelaars wisten nog niet dat waterbedrijven hier kosteloos watertappunten plaatsen in het openbare gebied. Hoe mooi is het als kinderen die buitenspelen niet terug naar huis hoeven met de verleiding om een glas cola te pakken, maar naar een watertappunt kunnen dat naast het sportveld staat en zo buiten kunnen blijven spelen? Dat is gezond, en vrij kostenneutraal. Het kan dus meteen opgepakt worden.’

Waren er zaken die je belangrijk vond om aan te kaarten?

‘De huidige buurtkamer staat nu in de kwetsbare wijk die grenst aan Beaugaard en werkt veel samen met de naastgelegen school. Samen organiseren ze bijvoorbeeld de Week voor de Gezonde Jeugd en een Buitenspeeldag. We vinden dat erg belangrijk. Moet je de buurtkamer dan verhuizen naar de nieuwe wijk of niet? En wat gebeurt er met de vrijwilligers? Dit soort overwegingen hebben wij kunnen meegeven aan de gemeente en de mensen van Heijmans.’

‘Ik weet dat er een idee is om een theehuis of andere horecavoorziening te maken in Beaugaard. Persoonlijk zou ik dat hartstikke mooi vinden. Je geeft er mensen zingeving mee en het zorgt voor sociale cohesie binnen de wijk. Zoiets kost natuurlijk wel wat, maar dat weegt op tegen het profijt dat je ervan hebt. Ik denk dat je met dit soort zaken ervoor zorgt dat mensen elkaar ontmoetenen trots zijn op hun buurt. En als mensen trots zijn, dragen ze er zorg voor en blijft het er netjes en fijn.’

Wat heeft je verrast aan het proces?

‘Dat zoiets überhaupt plaatsvindt! De meeste mensen kende ik al, maar het is wél goed om even op een andere manier met elkaar te sparren. En ik vind het heel fijn dat we vanaf een beginstadium betrokken zijn bij zo'n wijk. Je zou willen dat dat eigenlijk altijd gebeurt.’

‘Het is belangrijk dat de prioriteit bij het maken van nieuwe wijken meer komt te liggen bij het welbevinden van inwoners. Ik ben ervan overtuigd dat je een buurt mooier kan maken voor bewoners zonder veel extra kosten te maken.’

Hoe betrek je bewoners bij gebiedsplannen?

‘Sommige huizen in het plan zijn al verkocht. Die bewoners zijn natuurlijk ontzettend enthousiast en zijn waarschijnlijk nieuwsgierig naar hun buren. Er zit nu dus veel energie. Misschien willen ze zich wel als vrijwilliger inzetten voor de wijk. Als je te lang wacht met hen te betrekken, ebt die energie weer weg. Dus ik zou zeggen: ga nu ‘hengelen’! Organiseer een borrel met ze en stel vragen. Wat vinden jullie leuk? Zou je een theehuis willen? En zo ja, wil je daar vrijwilliger worden?’

Het organiseren van activiteiten is sowieso belangrijk. Je kunt een hardloopveldje aanleggen, maar als niemand je aanmoedigt om er daadwerkelijk gebruik van te maken, wordt het niet gebruikt. Er moet dus echt iets omheen georganiseerd worden: samenspelmiddagen, sportdagen, dat soort dingen.’

Wat is je droom voor de wijk?

‘Als kinderen buiten spelen. Moeders en vaders die erbij staan en lekker met elkaar aan het praten zijn. Dat je door de wijk loopt en er is beweging: dat zou ik heel mooi vinden.