Skip to content
Drie personen praten met elkaar in een veld vol bloemen.
Impactscan Beaugaard: inzichten uit de praktijk

Hoe de impactscan helpt het ruimtelijk en sociaal domein te verbinden

1 juli 2026

Hellevoetsluis groeit. Met Beaugaard ontwikkelt Heijmans samen met Roosdom Tijhuis en Adriaan van Erk een nieuwe wijk waar welzijn geen bijzaak is, maar het vertrekpunt. Om die ambitie in de plannen te verankeren, startte het ontwikkeltraject met een impactscan: een analyse van wat er nu speelt in en rondom het gebied. Vanuit de gemeente Voorne aan Zee zijn twee mensen nauw betrokken, die elk met een eigen bril naar de opgaven kijken.

Ingrid van Marion is beleidsadviseur Welzijn en Gezondheid, en projectleider op het landelijk akkoord Gezond en Actief leven. Daarbij gaat het vooral om preventie. Hoe zijn de inwoners van de gemeente in 2040 zo gezond mogelijk? Haar collega Saskia van der Vlist beweegt zich als projectmanager Gebiedsontwikkeling in het ruimtelijke werkveld, iets wat ze zelf ‘de leukste baan van het gemeentehuis’ noemt. In die rol is ze vanuit de gemeente verantwoordelijk voor de ontwikkeling van Beaugaard. Twee heel verschillende domeinen, maar met een gedeelde ambitie om van Beaugaard een veerkrachtige, gezonde wijk te maken.

Weten het ruimtelijke en sociale domein elkaar goed te vinden binnen de gemeente?

Ingrid: ‘We proberen elkaar steeds vaker op te zoeken. Tegenwoordig haakt de afdeling maatschappelijke ontwikkeling steeds vaker aan in projecten. Alleen de intensiteit van de samenwerking zoals bij Beaugaard, is uniek. Vaak blijft het bij input geven en weet je niet zo goed wat ermee wordt gedaan.’

Saskia: ‘Wat Ingrid zegt, herken ik wel. We nemen de collega’s van de afdeling maatschappelijke ontwikkeling vaak mee in start- en brainstormsessies. Maar ik kan me voorstellen dat zij wel eens denken: wat gebeurt er nu eigenlijk mee? Daar moeten we goed op letten.’

Hoe was dat anders bij de impactscan?

Ingrid: ‘Je merkt dat het heel waardevol is om tijdens workshops met veel verschillende mensen bij elkaar te zitten en door verschillende brillen naar een wijk te kijken.’

Saskia: ‘Ik was blij verrast over hoe Heijmans het aanpakte. Eerst gingen we aan de slag met de data. De ontwikkelaars hadden heel breed naar het projectgebied gekeken, inzoomend vanuit Nederland, naar Hellevoetsluis en vervolgens naar het plangebied. Ook was het gemeentelijk beleid gefilterd. Samen toetsten we of de bevindingen klopten met de verwachtingen vooraf. Het kwam denk ik voor zo’n 80% overeen met hoe we het zelf zagen - veel herkenning dus. Toch was het op sommige punten echt een eyeopener. Bijvoorbeeld als het gaat om de psychische gezondheid onder jongeren en het overgewicht onder bewoners. Na die eerste analyse hebben we samen een aantal thema's benoemd om ons op te richten die we in verschillende sessies per deelonderwerp hebben ontleed. Dat moet uiteindelijk leiden tot concrete maatregelen die we in de wijk gaan toepassen.’

Ingrid: ‘Tijdens één van de sessies koppelden we allerlei mogelijke interventies aan de gekozen deelonderwerpen. Eenzaamheid onder jongeren stijgt: daar kan je natuurlijk op reageren door ontmoetingsplekken of sportveldjes te creëren. Hetzelfde geldt voor bewegingsarmoede: mensen stappen makkelijk in de auto, zetten hun kind af op school en rijden dan door naar het werk. In plaats daarvan kunnen we het zo inrichten dat je fietsend sneller op school bent, dan met die auto.’

Hoe ervaren jullie je deelname aan de impactscan?

Saskia: ‘Wat ik interessant vind, is dat je het enthousiasme proeft bij de mensen die aan tafel zitten. Als gemeente denk ik dat we nu ook een betere samenwerking hebben buiten de impactscan om. Ook vanuit de ontwikkelaars merk je veel passie en betrokkenheid. Sinds kort zijn er ook een hogeschool en universiteit aangehaakt, een mooie aanvulling. En het is goed dat welzijnsstichting PUSH deelneemt: zij hebben veel inzicht in wat er speelt. Wel ben ik benieuwd naar de vertaalslag: worden de ambities straks echt werkelijkheid? Worden de cijfers rondom bewegingsarmoede écht beter en hoe gaat het met de psychische gezondheid van jongeren? De impactscan is een middel met meerwaarde, maar uiteindelijk gaat het om het doel. Dat weten we pas over enkele jaren.’

Ingrid: ‘Doordat we nu intensief betrokken zijn bij de ontwikkeling van de wijk, zijn wij vanuit de afdeling maatschappelijke ontwikkeling gedwongen om veel meer na te denken over ruimtelijke vraagstukken. Waar moet de school komen? Wat doen we met de locatie van het buurthuis? Ook denken we samen na over de nodige voorzieningen. In het licht van de vergrijzing binnen de gemeente is er ruimte nodig voor zorg in de nieuwe wijk, zoals een huisarts en apotheek.

Saskia: ‘Door de betere samenwerking is dit vraagstuk over de zorg vroegtijdig op tafel gekomen. Er zijn nu concrete plannen om de huisartsenpraktijk en de school naar voren te trekken in het ruimtelijke proces.’

Zijn er nog andere voordelen?

Saskia: ‘We willen graag nóg meer voorzieningen in de wijk, zoals een supermarkt, maar dat stuit op bezwaren vanuit de provincie. Deze impactscan kunnen wij gebruiken richting de provincie als gespreksdocument om te laten zien wat het oplevert voor de mensen in de buurt.

Hoe zou de impactscan beter kunnen worden?

Ingrid: ‘Het is van belang om ook de bewoners bij de impactscan te betrekken. Het is nu vooral door de bril van de professionals bekeken. Maar degenen die er uiteindelijk gaan wonen, moeten zich er prettig voelen en de ruimte gaan gebruiken. Er is al een participatieplan voor de volgende fase, en het zou goed zijn om te kijken hoe we de impactscan daarbij kunnen gebruiken.

Saskia: ‘We hebben ook veel gesproken over de identiteit van de plek. Die moeten we laten terugkomen in het plan om betrokkenheid en herkenning bij de toekomstige bewoners neer te leggen. Het zou mooi zijn om een eyecatcher in de wijk te hebben die uitstraalt wat we belangrijk vinden voor deze wijk. Iets op het gebied van welzijn misschien?’

Wat zou je nou jullie grootste droom zijn voor die wijk? Of jullie grootste hoop dat dat gaat uitkomen?

Ingrid: ‘Ik hoop dat er een mooie verbinding ontstaat tussen de nieuwe en bestaande wijk. Dat beiden mooi in elkaar overlopen en dat de kinderen uit de bestaande wijk net zo makkelijk naar de speeltuin in de nieuwe wijk gaan. Kortom: dat het echt één buurt wordt.’