Tijdens de Klimaattop GO 2025 vertelde Thijs Huijsmans, Programmamanager Duurzaamheid bij Heijmans, over een opvallende verschuiving binnen Heijmans: van beton en staal, naar biodiversiteit. In zijn presentatie liet hij zien hoe Heijmans via een pilotproject met de Universiteit van Amsterdam (UvA) onderzoekt hoe we biodiversiteit effectiever kunnen toepassen in de gebouwde omgeving. In dit artikel bespreken we de drie belangrijkste takeaways uit deze sessie.
1. Een bouwbedrijf dat natuur wil bouwen
Biodiversiteit staat bij Heijmans al lange tijd hoog op de prioriteitenlijst, en ook in de utiliteitsbouw is er nu een kentering gaande. Thijs schetst hoe biodiversiteit een steeds centralere plek inneemt in de duurzaamheidsstrategie van Heijmans. Waar het bedrijf traditioneel veel werkt aan infrastructuur en vastgoed op grote terreinen, ligt er volgens hem nu een duidelijke opgave in de utiliteitsbouw, juist in de stedelijke omgeving.
“De biodiversiteit in Nederland gaat hard achteruit,” benadrukt hij. “We zijn als mensen afhankelijk van ecosystemen, en we worden er gelukkiger van als we in de natuur zijn. Het terugbrengen van die balans tussen mens en natuur is waar duurzaamheid in essentie om draait. In het beleidsplan van Heijmans staat daarom zwart op wit: we willen meer groen toevoegen dan we wegnemen. Dat groen moet bovendien van zodanige kwaliteit zijn dat het echte biotopen oplevert: leefgebieden waarin soortenrijkdom ontstaat.”
2. De pilot op het Roeterseiland
Een concreet voorbeeld van deze aanpak is het project bij de UvA op het Roeterseilandcomplex, midden in Amsterdam. Heijmans beheert meerdere gebouwen van de UvA, en samen met de universiteit ontstond het idee om het versteende gebied te vergroenen. De uitvoering gebeurde in samenwerking met Blooming Buildings, een bureau dat gespecialiseerd is in het voorzien van spraakmakende beplanting voor zowel bestaande gebouwen als nieuwbouw.
“De UvA had een directeur vastgoed die zelf graag in de tuin werkte,” vertelt Thijs. “Ze wilden heel graag haar universiteitsgebouwen vergroenen. Dat was voor ons het perfecte startpunt om samen een pilot te doen.” In totaal werd ongeveer 200 vierkante meter groen toegevoegd aan de gevels en plinten van vijf panden. Blooming Buildings koos daarbij voor een aanpak die verder ging dan ‘wat planten aanbrengen’: met dikkere grondlagen, lokaal onderhoud en oog voor de sociale context. “Ze zorgen ervoor dat het groen duurzaam blijft, met betrokkenheid van mensen uit de buurt.”
Meten is weten: de BioBuddy
Om te kunnen aantonen wat vergroening daadwerkelijk oplevert, zet Heijmans eigen technologie in. De zogeheten BioBuddy: dit meetstation vol sensoren, camera’s en geluidsapparatuur registreert automatisch de aanwezigheid van vogels, vleermuizen en insecten. Daarnaast worden via eDNA-analyses sporen van insecten in de omgeving gedetecteerd. Zo kan nauwkeurig gemeten worden hoe het precies gesteld is met de biodiversiteit en of de nieuwe groenvoorziening heeft geleid tot meer biodiversiteit.
“We hebben een nulmeting gedaan voordat de vergroening werd aangebracht, en nu een eerste nameting,” licht Thijs toe. “Volgend jaar doen we dat opnieuw, zodat we echt kunnen zien of het aantal vogels en insecten rondom de gebouwen toeneemt.”
3. Leren van pilots
De resultaten van de UvA-pilot zijn nog in analyse, maar hij ziet het project vooral als een leertraject. “We willen weten welke maatregelen het meeste effect hebben,” zei hij. “Als we alleen wat gevelgroen aanbrengen, krijgen we dan genoeg vogels? Of moeten we echt de hoogte in? En hoe zorgen we dat groen op daken ook insecten aantrekt?”
Die zoektocht gaat verder dan techniek alleen. Het vraagt ook om een mentaliteitsverandering in de bouw. Volgens Thijs is biodiversiteit nog lang niet zo’n vanzelfsprekend thema als CO2-reductie. “Drie jaar geleden werd er nog om gelachen als we over biodiversiteit begonnen. Nu begint dat te kantelen, maar het is nog geen hype. Dat maakt het juist belangrijk om hierin te blijven investeren.”
De ambitie: meer geven dan nemen
Thijs ziet in de 8 miljoen vierkante meter aan gebouwen die Heijmans in beheer heeft, een enorme kans. “Dat is een gigantische proeftuin,” zei hij. “Daar kunnen we letterlijk meer groen terugbrengen dan we bij nieuwbouw wegnemen.” De ambitie is helder: Heijmans wil een net positive bouwer zijn: een bedrijf dat natuur niet uitput, maar versterkt. Hij besluit: “Door vergroening te koppelen aan ieder nieuw bouw- en onderhoudsproject, kunnen we ons onderscheiden en de markt een nieuwe standaard bieden waarbij biodiversiteit echt een prioriteit wordt.”
Neem contact met ons op