Hoe staat het met... Paleis Het Loo

Vorstelijk werk

Stel dat je René van Zoelen (45) met een oranje sjaal blinddoekt. Zou hij dan feilloos de weg op museum Paleis Het Loo vinden? Jazeker. Na dertien jaar kent de technisch specialist van Heijmans elk hoekje. Op audiëntie bij een alleskunner.

9 maart 2018

Hij ontvangt in de kantine van de statige dienstvleugel. Al dertien jaar is hij kind aan huis op Paleis Het Loo in Apeldoorn, maar ook elders op het Kroondomein. Zo kent hij elke vierkante meter van de overige monumentale panden, het entreegebouw, de pompenkelders van de fonteinen, het theepaviljoen en de tuinen. Het complex is uitgestrekt, maar verlaten hoeft René zich niet te voelen: elk jaar trekken Het Loo en zijn museale collecties – circa 160.000 voorwerpen, waaronder meubels, kostuums, rijtuigen, foto’s en schilderijen – zo’n 350.000 bezoekers.

Het Loo is eind zeventiende eeuw gebouwd. Toch heeft René vooral met moderne techniek te maken. “Onder mijn specialisme vallen beveiligingscamera’s, intercoms, toegangs- en gronddetectie. Maar ook inbraak- en diefstalwerende systemen en ict-netwerken. Ik leg ze aan en los storingen op.”

Een klein deel van al die techniek is zichtbaar; het overgrote deel niet. Veiligheidsmaatregelen horen niet opzichtig te zijn, vindt René. Bovendien kan eigentijdse techniek conflicteren met de historische ambiance. Simpel: in de voormalige slaapkamer van toen prinses Juliana willen bezoekers geen ontsierende UTP-kabels, goten of verdeelkastjes zien. “Alles wordt keurig weggewerkt of geschilderd”, verzekert hij. “Tot aan de ontruimingsspeakers toe. Die heb ik tussen de vloeren aangelegd.”

Paleis Het Loo Rene van Zoelen Heijmans beheer onderhoud 5.jpg

Geheime deurtjes

Zelf heeft René ook een kameleontische gave ontwikkeld. Nee, koningsblauw of porseleinwit kleurt hij niet. Maar de kunst van onopvallendheid verstaat hij wel. “Dat moet ook, als je tussen bezoekers werkt. Ze komen voor het sprookje en de historische beleving. Niet voor de techniek. Wel stellen bezoekers me regelmatig vragen. Dan maak ik een praatje. Vriendelijkheid hoort bij het werk.”

Net zoals lopen. Elke dag legt de technisch specialist zo’n tien kilometer af. Loo schrijf je bovendien met de L van Labyrinth, bewijst een rondgang met René. Via geheime deurtjes, trappen en gangen gidst de technisch specialist zijn bezoek van de Bloemenkamer in de kelders naar de luchtbehandelingskasten op zolder.

De tocht voert onder meer langs vitrines met eierschalig dun servies, de garderobekast van Juliana, waarin vernuftig een verdeelkast met zesendertig groepen is verborgen, en een majesteitelijk nachtkastje waarvan de wekker op 13.47 uur is blijven staan. Af en toe wijst René op beveiligingsvondsten waar hij een aandeel in heeft. Eén zekerheid: zelfs The Pink Panther zal zich hier driemaal bedenken.

Wendbaarheid

.Als kind had hij voor geschiedenis gemiddeld een acht. Wat hem trekt in historische en museale omgevingen, is de levendigheid, de grandeur en – hoe paradoxaal het ook klinkt – hun veranderlijkheid. Dat ontdekte hij in het Nationaal Openluchtmuseum en het Kröller-Müller, waar hij regelmatig heeft gewerkt. Maar het geldt zeker voor Paleis Het Loo, dat met zijn tijd meegaat.

Paleis Het Loo Heijmans beheer en onderhoud 1.jpg

Een uitdagende puzzel, weet de technisch specialist van Heijmans. Want enerzijds werkt hij op een eerbiedwaardige plek van protocol. Anderzijds dwingt het paleis tot improvisatie: “In een kantoorgebouw wip je even een tegel uit een systeemplafond. Hier moet je telkens slimme oplossingen verzinnen.”

Enige wendbaarheid komt van pas: op Het Loo kun je niet op elk moment met een boormachine aan de slag. Het verlangt overleg. Ook ’s avonds is souplesse een pre. “Het komt voor dat ze me bij een storing bellen voor advies op afstand. Meestal lukt dat.”

Wapenspreuk

Paleis Het Loo Rene van Zoelen Heijmans beheer onderhoud 2.jpg

Hij is blij met de gewijzigde koers die Paleis Het Loo de laatste jaren volgt. Oneerbiedig samengevat: minder spinrag, meer speelsheid en spanning – ook met het oog op jongere doelgroepen. René, zelf vader van twee kinderen, vindt het een slimme zet: “Naast de monumenten en de historische collectie biedt Paleis Het Loo steeds vaker evenementen. Van de ‘Prinsen- en Prinsessendagen’ inclusief schminken, je eigen kroon versieren en goede-manieren-les tot aan ‘Spirit of Winter.’

Afgelopen zomer hadden we de musical ‘Elisabeth in Concert’ met Pia Douwes als Sisi. Acht maal vierduizend bezoekers.” Trots laat hij foto’s van het spektakel op zijn mobieltje zien: “Ook Heijmans had een aandeel. Nee, ik heb niet gezongen. Wel de evenementenaansluitingen van 250 ampère laten berekenen en uitgerold. Sowieso was ik bij elke uitvoering standby voor calamiteiten.”

In januari 2018 heeft Paleis Het Loo voor drie jaar zijn poorten gesloten. Na een grootscheepse renovatie en uitbreiding waar Heijmans ook een rol in heeft, zullen onder meer een ondergrondse tentoonstellingsruimte en Grand Foyer – met een glazen dak waarover water zal stromen – voor extra grandeur zorgen. De oranje blinddoek voor dat deel moet nog even wachten.

Maar dat René het complex van koninklijke haver tot gort kent, blijft een voordeel: “Bij de Technische Dienst (TD) zitten verschillende jongens die hier nog niet zolang werken. Ik kan ze veel leren. Als de TD een dag weg is, neem ik ook al hun zaken waar. Ik ken het gebouw en de installaties. Ze weten dat ik het regel.” Wapenspreuk van René: je maintiendrai.