Waarom lukt het niet om ouderen in beweging te krijgen op de woningmarkt? Vaak is het aanbod simpelweg niet passend of aantrekkelijk genoeg. Tijd voor verandering! Heijmans heeft een werkwijze ontwikkeld die draait om lokale kennis, inzicht in mensen en hun wensen en co-creatie met bewoners. Tijdens de PROVADA ging Britt van der Zandt (Heijmans) hierover in gesprek met Evelien van Veen (WoonWerk architecten), Floris Venneman (Bureauvijftig) en Marcel Sinte Maartensdijk (Heijmans).
De woningmarkt van het slot krijgen
Het ‘in beweging krijgen’ van ouderen is van groot belang voor de broodnodige doorstroming op de woningmarkt. Statistieken wijzen uit: wanneer één huishouden verhuist naar een passende nieuwe woning, kan dat resulteren in maar liefst zeven daaropvolgende verhuisbewegingen. Ouderen laten zich echter niet zo makkelijk verleiden om te verhuizen. Heijmans heeft vanuit haar ervaring in verschillende gebiedsontwikkelingen een werkwijze ontwikkeld om de keten op gang te brengen. ‘Het gaat ons niet om het ontwikkelen van een nieuw woonproduct’, vertelt Britt van der Zandt van Heijmans. ‘Het gaat juist om een werkwijze waarbij we de focus leggen op het proces. Hoe komen we in co-creatie met de doelgroep tot een fijne woonomgeving?’
Leefstijl is belangrijker dan leeftijd
Uit de projecten van Heijmans komen enkele opvallende inzichten naar voren. Zo blijken woningen aantrekkelijker voor ouderen als ze juist níet het label ‘seniorenwoning’ hebben. En vindt de doelgroep het fijn als het woongebied gemengd is wat betreft samenstelling en leeftijd. Maar wat misschien de belangrijkste conclusie is: de doelgroep is zo divers als de samenleving zelf – ook wat betreft budget. Floris Venneman van Bureauvijftig, die het gedrag van ouderen onderzoekt, beaamt dat: ‘Er zijn mensen die nog de wereld rondreizen op hun tachtigste, maar ook mensen van veertig die al niet meer willen veranderen. Het gaat eerder om leefstijl: heb je een partner of niet, heb je een chronische diagnose, wonen je kinderen nog thuis? Heb het lef om écht met de doelgroep in gesprek te gaan.’ Daarbij is het benaderen van hen als ‘ouderen’ misschien niet zo handig, zo stelt hij. Mensen vanaf ongeveer zestig jaar zijn dan misschien wat ouder dan gemiddeld, maar zo voelen ze zich zeker niet.
Zeggenschap en vrijheid
Evelien van Veen van WoonWerk architecten heeft nog een andere bevinding: zestigplussers weten als de meest ervaren klanten op de woningmarkt heel precies wat ze wel of niet willen. Er is daardoor een grote behoefte aan inspraak en vrijheid. Evelien werkte als architect onder andere aan Ubuntuplein in Noorderhaven, Zutphen, een wooncoöperatie voor ouderen die tot stand kwam via co-creatie met de bewoners. ‘Iedereen wilde bijvoorbeeld de keuken op een andere plek, dus hebben gezorgd voor flexibele plattegronden. Dat geldt ook voor de tuin: we hebben samen met bewoners en een landschapsarchitect een lay-out gemaakt en vervolgens hebben we plekken leeg gelaten om zelf te kunnen beheren.’ Maar niet iedereen zit op zo’n intensief co-creatieproces te wachten. Floris Venneman benadrukt: ‘We moeten oppassen dat we ouderen niet standaard in een gemeenschapsvorm duwen. Sommigen willen juist níet meedoen. Die willen gewoon een goede woning.’
Verschillende niveaus van privacy en co-creatie
Ubuntuplein belicht nog een ander belangrijk aandachtspunt: de mate van privacy die je bewoners biedt. Sociale interactie werd daarom niet opgelegd, maar gefaciliteerd, zo vertelt Evelien. ‘We hebben galerijen ontworpen die ontmoetingsplekken zijn, maar waar delen ook terug liggen in de gevel zodat je er je eigen plekje kan maken.’ De sleutel ligt volgens het panel in differentiatie: weten wie je voor je hebt, luisteren en ruimte laten voor initiatief én voor terugtrekking.
De Hooge Riet in Ermelo
Weten wie je voor je hebt: daar weet Marcel Sinte Maartensdijk van Heijmans alles van. ‘Je moet de wijk als je broekzak kennen’, zo stelt hij. In Ermelo werkte hij als gebiedsontwikkelaar aan De Hooge Riet, een leegstaand landgoed dat is getransformeerd tot een monumentale woonomgeving waar ook veel ouderen wonen. Marcel groeide zelf op in Ermelo en kon daardoor makkelijk in contact komen met bewoners. Van de kapper tot de herensociëteit en de ondernemersclub: Marcel haalde overal input op voor de plannen. ‘Veel bewoners woonden te groot, wilden kleiner, maar dan liefst niet in een appartement.
Het gaat om de context
Maar hoe goed een individuele woning ook is, volgens het panel gaat het juist om de bredere context waarbinnen die woningen zich bevinden. Hoe maak je de omgeving prettig voor bewoners? Past een gebied bij de doelgroep die je voor ogen hebt – ook financieel? En welke impact heeft het project op de stad of het dorp? De Hooge Riet laat in ieder geval zien wat mogelijk is. De bewoners initieerden er zelf een tuinclub, wandelkring en leesgroep. Ook heeft het project impact op de doorstroming en weerbaarheid van Ermelo als geheel: de verhuisbewegingen naar De Hooge Riet zorgden ervoor dat jongere gezinnen hun intrek namen in de vrijkomende woningen. Marcel kijkt er tevreden op terug. ‘Als mensen zich thuis voelen en met elkaar verbonden zijn, dan weet je: het is gelukt.’