Lees meer.
De bouw gebruikt veel grondstoffen en produceert veel afval. Tegelijkertijd willen we steeds zuiniger omgaan met de materialen die beschikbaar zijn. Daarom wil Heijmans circulair bouwen. Dat betekent dat we materialen zo ontwerpen, gebruiken en hergebruiken dat ze hun waarde zo lang mogelijk behouden. Wat als we bij alles wat we bouwen niet alleen kijken naar wat iets vandaag oplevert, maar ook naar de waarde die het morgen nog heeft? Directeur Duurzaamheid Robert Koolen legt uit dat dit vraagt om een andere manier van denken én doen. En dat kunnen we niet alleen: om circulair bouwen op grote schaal mogelijk te maken, zijn partners in de hele keten nodig.
“We bouwen letterlijk aan de toekomst. Dan moeten we ook nadenken over de materialen waarmee we dat doen. Waar komen ze vandaan? Hoe lang kunnen we ze gebruiken? En wat gebeurt ermee als een gebouw, weg of kunstwerk aan het einde van zijn levensduur komt?
Grondstoffen zijn niet oneindig beschikbaar. Tegelijkertijd ligt een deel van de oplossing al om ons heen. In gebouwen die worden gesloopt. In asfalt dat vrijkomt bij onderhoud. In staal dat nog jarenlang mee kan.
Daarom gaat circulair bouwen voor mij verder dan zo min mogelijk afval produceren. De echte vraag is: hoe zorgen we ervoor dat materialen zo lang mogelijk hun waarde behouden? Dat begint al in het ontwerp.
Vervolgens kijken we: kunnen we bestaande materialen opnieuw gebruiken? Kunnen we de levensduur verlengen? Kunnen we nieuwe grondstoffen vervangen door materialen met een lagere impact? Elke ontwerp- en materiaalkeuze bepaalt voor een deel wat er later mogelijk is.
Kun je een gebouw demonteren in plaats van slopen? Kun je onderdelen opnieuw gebruiken? Kun je een materiaal straks hoogwaardig recyclen? En hebben we voor deze toepassing eigenlijk wel nieuw materiaal nodig?
Om die vragen goed te kunnen beantwoorden, moeten we weten wat we gebruiken. Daarom brengen we steeds beter onze materiaalstromen in kaart. Met data, materiaalstroomanalyses en milieuprestatieberekeningen krijgen we inzicht in waar materialen vandaan komen, hoeveel we gebruiken en waar kansen liggen om de impact te verkleinen. Dat klinkt misschien technisch, maar uiteindelijk gaat het om iets heel eenvoudigs: weten wat je hebt, zodat je er slimmer mee kunt omgaan.
Ook op de bouwplaats kijken we daarom anders naar materiaalstromen. Wat vrijkomt uit het ene project, hoeft niet automatisch afval te zijn. Het kan een grondstof zijn voor een ander project.
Opmerkelijk genoeg zijn hergebruikte materialen vaak duurder dan nieuwe materialen. Dat komt doordat hergebruik extra bewerkingen vraagt, zoals demonteren, controleren, aanpassen en opnieuw toepasbaar maken. Werk dat tijd en dus geld kost. Tegelijkertijd worden de milieuvoordelen van hergebruik nog nauwelijks in de prijs meegenomen. Daardoor is nieuw materiaal financieel vaak aantrekkelijker, terwijl hergebruik juist waarde creëert voor het milieu én de toekomst.
Wat op de ene plek het einde van een materiaal lijkt, kan ergens anders juist het begin zijn.
Denk aan donorstaal: staal dat vrijkomt uit een gebouw en opnieuw kan worden toegepast. Of aan asfalt waarin we steeds meer bestaande grondstoffen opnieuw benutten. Ook met circulair beton, geopolymeer beton en zelfhelend beton onderzoeken we hoe we minder primaire grondstoffen nodig hebben en de levensduur van materialen kunnen verlengen.
Wat we vandaag bouwen, moet niet alleen vandaag waarde hebben. We moeten nadenken over de waarde van morgen.
Dat betekent dat we materialen niet zo snel mogelijk willen afschrijven, maar zo lang mogelijk willen benutten. Dat we afval steeds vaker zien als een mogelijke grondstof. En dat we bij iedere nieuwe oplossing niet alleen vragen: kunnen we dit maken? Maar ook: wat gebeurt ermee daarna?
Circulair bouwen vraagt daarmee om een andere manier van samenwerken én een andere manier van denken. Want uiteindelijk gaat circulair bouwen niet alleen over materialen. Het gaat over de waarde die we samen kunnen behouden. Dat kunnen we niet alleen, daar hebben we de hele keten voor nodig. Het kan samen.