Vijf vragen aan Wiljan Seuren

Bodemsanering en losgewoelde emoties

Dat was schrikken een paar jaar geleden, toen de Rijksoverheid meldde dat Nederland zo’n 600.000 verontreinigde locaties telt. Tien procent daarvan zou moeten worden gesaneerd. Kun je dus nog onbezorgd een zandbak of moestuin aanleggen? Tijd voor grondige ondervraging van Wiljan Seuren, projectleider Bodemsanering ex-situ bij de afdeling Bodemspecialismen.

23 augustus 2018

Voor de wenkbrauwfronsende lezer: ex-situ betekent dat de grond wordt verwijderd. Heijmans saneert ook in-situ, waarbij de grond ‘van binnen uit’ wordt gereinigd. Een van de in-situ-methodes stoelt op biologische afbraak: Heijmans injecteert de bodem met melasse. Zo voed je bacteriën die de verontreiniging ‘opeten’. Andere in-situ-methodes zijn onder meer het oppompen en filteren van verontreinigd water en chemische oxidatie.

Zijn er nog vervuilde locaties in Nederland?

Tot 1987 gold er nog geen verplichting om verontreinigde locaties aan te pakken. Daardoor zijn nogal wat plekken ongemoeid gebleven, als ze tenminste geen direct gevaar voor het leefmilieu opleverden. Maar als je op zo’n plek een herontwikkeling, nieuwbouw of een infrawerk wil realiseren, dan moet je hem uiteraard alsnog saneren.

img_6624.jpg

Zulke locaties komen we vooral in de Randstad, de binnenstedelijke gebieden tegen. In steden gaat het vaak om voormalige gasfabrieken, wasserijen en metaalfabrieken. Maar we saneren ook locaties van Schiphol, Akzo, Shell en andere [petro]chemische bedrijven. In de regio Oost-Brabant en Limburg vinden we veel verhardingen met assen. Vroeger konden boeren die bij de zinkfabrieken gratis afhalen. Ze legden er zelf paden of erven mee aan. We komen ze nog regelmatig tegen, bijvoorbeeld bij de vervanging van rioleringen of de vernieuwing van wegen.

De grondhouding van Nederlanders is: help, een bodemsanering! Terecht?

Qua bodemsanering heeft Nederland een uitstekende reputatie. Het braafste jongetje van de klas in Europa? Ja, dat denk ik wel. In het verleden heb ik bijvoorbeeld ook saneringen in Belgisch-Limburg en Antwerpen gedaan. De wet- en regelgeving en de houding van overheden is daar toch minder scherp. Wat de grondhouding van Nederlanders betreft: argwaan en angst zijn goede vrienden van onwetendheid. Vaak zien mensen enkel dat er een gat wordt gegraven, dat na een tijd weer wordt dichtgegooid. Dat roept vragen op. Het komt ook voor dat bewoners zich al op voorhand tegen een bodemsanering verzetten, omdat ze niet op de vervolgontwikkeling zitten te wachten. Stel dat een veld wordt gesaneerd om bijvoorbeeld een kantoor te bouwen, dan valt dat niet altijd in goede aarde. Zichtlijnen, verkeersdrukte: dat soort zaken.

Tegelijkertijd kan ik me de angst voor bodemverontreiniging ook wel voorstellen. De gifwijk van Lekkerkerk, mannen in witte pakken, asbestvondsten: dat maakt indruk. Bij een verontreiniging wordt ook snel aan gezondheidsrisico’s gedacht, zeker voor kwetsbare groepen – jonge kinderen, ouderen en zwangere vrouwen. Wanneer een bodemverontreiniging stinkt, kan dat extra onrust veroorzaken. Om die reden is omgevingsmanagement belangrijk geworden.

Scheikundeles van Heijmans?

Dat nog net niet. Maar we leggen omwonenden en toekomstige bewoners wel zo helder mogelijk uit wat, hoe en wanneer we een verontreiniging aanpakken. We maken ook duidelijk dat veiligheid en gezondheid vooropstaan, óók voor onze eigen mensen. Anders laat je ze echt niet veertig uur per week op zo’n plek werken. Een praktijkvoorbeeld van publieksinformatie? We hadden een bodemsanering in Wychen, waar we vier meter diep langs een gebouw moesten afgraven. Daar kwam ook geur bij vrij. We hebben toen een inloopspreekuur in een keet geopend.

img_6802.jpg

Eenmaal per week konden mensen met vragen bij ons terecht. Dat liep goed. Bij bezoekers speelde vaak meer nieuwsgierigheid dan angst. Voor dat project heb ik ook een basisschool in de buurt bezocht, waar ik gesprekken met leerkrachten heb gehad. Niet vanwege de bodemsanering zelf, maar omdat de school aan de weg lag waarover alle grond zou worden afgevoerd. Bij Heijmans vinden we het belangrijk dat je een school in zo’n geval op het risico van verkeersbewegingen wijst.

Hoe ga je te werk?

In opdracht van overheden, bedrijven – waaronder ook Heijmans zelf – of particulieren voeren we bodemsaneringen uit. Afhankelijk van de opdracht starten we met verkennend of aanvullend bodemonderzoek, een plan van aanpak en de uiteindelijke sanering. Wel is er een verschil met tien of twintig jaar geleden. Vroeger werd alles afgegraven. Nu is ‘functioneel saneren’ het uitgangspunt. Oftewel: de vervuiling aanpakken zodat de locatie geschikt wordt voor de huidige of toekomstige gebruiksfunctie. Dat scheelt tijd, hinder en kosten.

img_6602-1.jpg

In Uden saneert Heijmans momenteel het terrein van voormalig beddenfabrikant Dico. Kan iedereen straks rustig slapen?

Absoluut. Het gaat om een terrein van vijftigduizend vierkante meter, waar Heijmans zo’n tweehonderd koopwoningen ontwikkelt. Nu zitten er nog zware metalen en olie in de bodem en vluchtige chloorkoolwaterstoffen [vocl’s] en olie in het grondwater. Maar die pakken we aan.

De bovenste vervuilde grondlaag graven we af en vervangen we door geschikte grond. Het grondwater krijgt een andere behandeling. Die vervuiling heeft de vorm van een omgekeerde rookpluim, waarbij de verontreiniging tot dertig meter diep uitwaaiert. In de bronzone plaatsen we onttrekkingsbronnen om grondwater te verwijderen. Dat water filteren we daarna, met een tijdelijke zuiveringsinstallatie die we ter plekke bouwen. Of je daarna onbezorgd een zandbak, vijver of moestuin kunt aanleggen? Ja hoor, geen centje pijn.