Vijf vragen aan Nik van Nuland

Nieuwe ontwikkelingen in oud Philips-lab

Vele duizenden hebben er voor Philips jarenlang gelast, gesoldeerd en in het lab gewerkt. Nu wachten, na 13 jaar leegstand, de 125 kantoortjes en tientallen bedrijfsruimten van het vroegere Beatrix Complex in Eindhoven op een nieuwe toekomst. Ontwikkelaar Nik van Nuland loodst ons door het imposante gebouw en ziet nieuwe mogelijkheden.

15 december 2014

Het Beatrix Complex, we hebben het niet gebouwd, wat is onze rol dan hier?

Kort gezegd zijn we hier beherend ontwikkelaar. In 2000 werden we mede-eigenaar van dit voormalige Philips laboratorium op bedrijventerrein de Hurk. Sinds 2013 zijn we volledige eigenaar van de kern van het complex. Momenteel werken we aan de herontwikkeling van het oude Philipsgebouw BE tot een bedrijfsverzamelgebouw voor start-ups uit de maakindustrie: Plan-B. De creatieve en hightech industrie in Eindhoven is groot en veel mensen werken als zelfstandige. Dit vraagt om een heel andere werkomgeving dan de standaardkantoren. We richten ons hier op bedrijfjes die echt nog iets zelf ‘maken’. Die elkaar kunnen versterken, doordat ze in één gebouw gebruik kunnen maken van elkaars kennis en van elkaars faciliteiten. Er is al eerder gebleken dat jonge techneuten en creatievelingen een locatie nieuw leven in kunnen blazen. We benaderen dit traject als een groeiproces. Daarom richten we nu ook ons eigen kantoor hier in. Zo kunnen we ‘als gastheer’ de jonge ondernemingen extra goed faciliteren en weten we precies wat hun behoeften zijn om dit initiatief te laten groeien. 

RvdB20141124_319-1600.jpg

Het Beatrix Complex aan de Hurksestraat in Eindhoven.

Hoe ga je het Beatrix Complex aantrekkelijk maken?

Het pand heeft dezelfde esthetische en constructieve kenmerken als bijvoorbeeld de bekende Philipsgebouwen Strijp T en de Witte Dame: flinke ruimtes met hoge plafonds, grote ramen en veel lichtinval. Het gebouw heeft een rauw karakter. Je ziet en voelt nog steeds het labgevoel van vroeger. De aanwezige faciliteiten zijn verouderd, maar weer goed inzetbaar. De uitdaging is om zo effectief mogelijk renovaties uit te voeren. Dit betekent dat we alleen de echt noodzakelijke ingrepen doen zoals elektriciteit, licht, verwarming en internet. Het opleverniveau van het pand is dus 'as it is'. Hierbij doen we een beroep op de creativiteit van de huurder en geven hem tegelijkertijd de vrijheid een ruimte helemaal naar eigen wens in te richten. Daarbij geeft de lage huur in de beginfase startende ondernemingen de mogelijkheid om te groeien.

Inmiddels zijn er al aardig wat bedrijven geïnteresseerd en hopen we de eerste huurder in januari te huisvesten in Plan-B. Verder zijn we met kennisinstituten zoals de Design Academy en het bedrijfsleven in gesprek om te kijken naar langdurigere samenwerkingen. 

Wat vraagt het van ons om hier gastheer te zijn?

Het is belangrijk dat we ons dienstverlenend opstellen naar huurders en dat we bijvoorbeeld de ondernemersvereniging van de Hurk en kennisinstituten proactief benaderen. We moeten ons verdiepen in de behoeften van meerdere eindgebruikers. In dit geval een doelgroep waar we in de wereld van commercieel vastgoed voorheen minder mee te maken hadden. Dit vraagt om een andere mentaliteit en projectaanpak. Zo hebben veel huurders niet of nauwelijks ervaring met huurcontracten en de daarbij horende wetten. We moeten transparant zijn en uitleggen hoe alles in elkaar steekt. Het is samen pionieren, want voor ons is het ook geen dagelijkse business. Ook veranderen de vragen die we bij onze leveranciers wegleggen, bijvoorbeeld voor ICT oplossingen. Communicatie moet dus goed geregeld zijn en dat is soms wat wennen voor onze organisatie. 

En bevalt die rol een beetje?

Het is erg bevredigend om een bedrijfsverzamelgebouw te kunnen maken dat jonge creatieve ondernemers groei biedt. Er zijn ontzettend veel interessante bedrijven, innovaties en start-ups. Door in te zien wat elkaars belangen zijn, kunnen mooie samenwerkingen ontstaan. Het gaat hier om meer dan alleen het herontwikkelen van een gebouw. We spelen hiermee namelijk ook in op actuele maatschappelijke thema’s zoals de behoefte kennisinstituten te koppelen aan het bedrijfsleven en de vraag naar vernieuwende methodes in de maakindustrie.

Aan de andere zijde realiseer ik me hoe de gouden tijden van vroeger voor een overschot aan kantoorgebouwen hebben gezorgd. Heijmans is een goed geoliede machine, maar als processen stagneren, kunnen we ineens een soort van 'probleemeigenaar' van een gebouw worden. Dit geeft niet alleen aan hoe precair ontwikkelprocessen kunnen zijn, maar ook dat het vergaren van vastgoed zonder een vooraf bepaalde strategie risicovol is. 

Zie je mogelijkheden om op andere plaatsen ook een dergelijke oplossing aan te bieden?

Jazeker. Dit is niet de eerste keer dat we dit doen en we zien dat we op steeds meer locaties een dergelijk rol vervullen. Zowel in het commercieel vastgoed als in de woningbouw. Goede voorbeelden zijn het GZG terrein in ’s-Hertogenbosch en Het Timmerhuis in Rotterdam, waarbij we een vergelijkbare proces hebben doorlopen. Het voordeel voor ons is dat met tijdelijke invulling een brug wordt geslagen in het gat van eigendom naar ontwikkeling. Daarbij kan de tijdelijke invulling als basis dienen voor de uiteindelijke invulling, zoals bij het Beatrix Complex het geval is. De gebiedsontwikkelingen waar we nu mee te maken krijgen, kennen veel betrokken partijen, waardoor het tijdspad vaak erg lang is. We gaan steeds meer naar ‘organische gebiedsontwikkeling’ waarbij het belangrijk is om gebruik te maken van de bestaande elementen. Door bestaande gebouwen of ruimtes te hergebruiken kunnen we het gebied alvast nieuw leven inblazen en een bepaald karakter meegeven voor de toekomst. Het Beatrix Complex is daar een goed voorbeeld van.