Vijf vragen aan Lex Corbijn

De meerwaarde van restaureren

Voor woonzorgorganisatie Domus Magnus restaureerden Heijmans en Pennings de oude polikliniek van het Groot Ziekengasthuis in ‘s-Hertogenbosch, dat nu een wooncomplex is. Een half jaar na de opening, blikt locatiemanager Lex Corbijn terug op de uitdagingen van de restauratie en vertelt hij over de meerwaarde van het eindresultaat.

22 januari 2019

Waarom restauratie en geen nieuwbouw?

“Dit is de vijftiende locatie van Domus Magnus. Op één uitzondering na, zijn dat allemaal monumentale panden. Daar hangt een bepaalde sfeer die je nooit kunt creëren in nieuwbouw. We willen dat de bewoners, die over het algemeen tussen de zeventig en honderd jaar oud zijn, zich thuis voelen. De warme en nostalgische sfeer van een gebouw draagt daar erg aan bij. Het is zelfs een belangrijke reden waarom mensen ervoor kiezen hier te komen wonen.

Als ze hier voor de eerste keer komen kijken, ervaren ze niet hoe de zorg is. Het enige wat ze kunnen zien is de sfeer van het gebouw en de vriendelijkheid van de medewerkers. De kunst is dus om een monumentaal pand te vinden dat op een goede plek staat en aan te passen is aan alle eisen op het gebied van wonen en zorg."

IMG_8789.jpg

Wat maakte het Groot Ziekengasthuis zo geschikt?

“Ten eerste de plek, tweehonderd meter van het centrum van ’s-Hertogenbosch, waardoor bewoners gemakkelijk naar de bibliotheek of markt kunnen lopen. Daarnaast het gebouw zelf, dat niet alleen groot genoeg is om 39 ruime appartementen in te realiseren, maar ook ruimte heeft voor een centrale open keuken, grote leefruimtes en eetzaal. Dat geeft de bewoners een huiselijk gevoel en de chefkok is een belangrijk aanspreekpunt. Ze weet vaak meer van de bewoners dan ik. Ook heeft het gebouw twee tuinen en twee dakterrassen.

Wat deze plek extra bijzonder maakt, is dat het voor veel mensen een verhaal heeft. In dit ziekenhuis, later polikliniek, hebben ze gewerkt, kinderen gekregen of zijn ze patiënt geweest. Daarom is het mooi dat we elementen uit die tijd zijn behouden en teruggebracht. Zoals de beelden aan de façade van twee heiligen en de monumentale trap in de hal. Die zat er niet meer in toen we het pand kochten, maar op oude foto’s is hij wel te zien.”

Is moderne techniek en woongemak mogelijk in een monument?

“Ja hoor. Omdat dit een Rijksmonument is, moest er zoveel mogelijk behouden blijven. Het gebouw zit nog vol met de originele deuren, raamkozijnen en plafonds, maar ook vol techniek van de mechanische ventilatie, verwarming en alarminstallatie. Om die weg te werken, zijn er voorzetwanden gebruikt en op de bovenste etage is het plafond verlaagd om alle ventilatiebuizen weg te werken.

IMG_8843.jpg

Eén authentiek element is wel aangepast: de dakkappellen zijn groter geworden. In combinatie met het zestig centimeter ophogen van de vloer, zorgt dat ervoor dat je nu op de bovenste verdieping vanuit je stoel of bed naar buiten kunt kijken. Dat was voor ons essentieel, want op de bovenste verdieping zijn de zorgappartementen. De bewoners die daar verblijven moeten van een goed uitzicht genieten.”

Wat waren de grootste uitdagingen tijdens de restauratie?

“Tijdens zo’n grote restauratie kom allerlei onverwachte dingen tegen. Heijmans en Pennings hebben wat dat betreft een knap stuk werk geleverd. De muren waren veel dikker dan gedacht en op een bepaald moment waren alle plafonds gestut. Het was een enorme klus om de monumentale deuren te restaureren en brandwerend te maken.

IMG_8945.jpg

Maar de grootste uitdaging waren de buitenkozijnen. De stalen kozijnen zijn erg kwetsbaar en de mechaniek luistert nauw. Nu werkt bijna alles weer en de ramen zijn tochtdicht gemaakt met rubbers en superdun dubbelglas.”

Hoe ervaren de bewoners het tot nu toe?

“Als mensen hier even wonen, zijn ze heel positief. Maar zo komen ze niet altijd binnen. Een deel van de bewoners is meteen enthousiast. Zij zijn nog zelfstandig en komen hier omdat ze een fijne plek willen waar ze kunnen blijven wonen als hun gezondheid achteruit gaat.

Een andere groep wil eigenlijk niet weg uit het huis waar ze vaak een leven lang hebben gewoond, maar ze weten dat het niet meer gaat thuis. Veel aandacht van ons en familie is voor die laatste groep erg belangrijk.

IMG_8865.jpg

Eén van de bewoners die liever thuis was blijven wonen, kwam hier toen zijn vrouw net overleden was. Hij wilde veel over haar praten en dat kon hier, met ons en met medebewoners. Nu wil hij niet meer weg.

Het wordt misschien niet hardop gezegd, maar iedereen die hier komt wonen, weet dat dit zijn laatste thuis is. Daarom is het extra belangrijk dat het echt goed is.”