Vijf vragen aan Johan de Ruiter

Asfalt als koekjes uit een pak

Asfalt op de weg, je neemt het voor lief als water uit de kraan. In grote asfaltcentrales buiten de stad worden zand, stenen, vulmiddel en bitumen in gigantische hoeveelheden gemengd en verhit. Johan de Ruiter zorgde er als projectleider verbetertraject asfaltcentrales voor dat de kwaliteit van het asfalt omhoog ging en de kosten omlaag. En het milieu had er ook nog baat bij.

3 november 2015

Asfalt, het is warm en zwart. Wat kan daar mis mee zijn?

Mis is inderdaad een groot woord. Maar we streven bij Heijmans áltijd naar verbeteringen. Wij kregen van collega’s die het asfalt op de wegen aanbrengen terug dat de samenstelling niet homogeen zou zijn en de temperatuur wel eens schommelde. Dat maakt het lastiger om te walsen. Als de temperatuur en de verhoudingen van de grondstoffen niet optimaal zijn, heeft het asfalt bovendien een kortere levensduur. Er komen dan sneller gaten in de weg. Nog los van de extra kosten tijdens het productieproces in de centrales, denk aan gasverbruik bij een te hoge temperatuur, en de kosten van het gebruik en hergebruik van grondstoffen.

heijmans-asfaltcentrale-amsterdam---johan-de-ruiter---nov-2015-(9)-2000.jpg

De asfaltcentrale in Amsterdam is één van de vier Heijmans-centrales in Nederland.

Hoe zorgden jullie voor nog beter asfalt?

Als hoofdtechnoloog bij de asfaltcentrale nam ik monsters van de inkomende grondstoffen en van het eindproduct asfalt. Daarmee kregen we de kwaliteit een heel eind omhoog. Maar voor de resterende grote verbeteringen om tot het allerhoogste kwaliteitsniveau te komen, moesten we naar het proces gaan kijken. De receptuur, het mengen, afwegen en de temperatuur. Je kunt het vergelijken met een koekjesfabriek. Als de oven de goede temperatuur heeft, het recept klopt en ook het proces elke keer hetzelfde verloopt, dan zitten er steeds dezelfde ongebroken koekjes in het pak. Dat wilden wij met asfalt precies zo bereiken. Het doel was een optimaal én homogeen product, in alle vier de Heijmans-centrales in Nederland. Dat is ons gelukt.

En het proces, hoe hebben jullie dat verbeterd?

Ik heb dat samen met een team van collega’s gedaan; de chefs van de asfaltinstallaties Coen van Beurden en Leo van der Stege, projectleider Toon Hurkens en technoloog Lorenzo van Wijngaarden. Jochem Spaninks begeleidde dit proces als specialist van ons verbeterprogramma Lean6Sigma. Rob van Harten was als bedrijfsleider de probleemeigenaar en zorgde voor de middelen.

Meten is weten, dus we hebben eerst het proces in de mengcentrale zoals het toen was geanalyseerd. Samen met Lorenzo van Wijngaarden, een collega technoloog met een bijzonder talent voor het maken van grafieken, hebben we dozen vol gegevens, toen nog op papier, in Excelsheets geklopt en daar grafieken van gemaakt. Met de resultaten gingen we de boer op. We lieten de mensen in de mengcentrales precies zien ‘dit gebeurt er, dit is goed, dit is niet goed. En dáár willen we heen'. Door middel van het schrijven en implementeren van richtlijnen en vooral het bewust maken van mensen hebben we grote stappen vooruit gezet op het gebied van kwaliteit, duurzaamheid en winstgevendheid.

Recept-asfalt-cropped-v2.jpg

Iedereen blij dus?

Niet iedereen stond meteen te juichen. De mensen aan de asfaltcentrale doen het werk natuurlijk al jaren. Ze hebben bepaalde gewoontes, werken op gevoel. En daar kwam iemand van kwaliteit zeggen dat we het anders moesten doen. Mensen hebben dan het gevoel dat ze op de handen worden gekeken.

De tabellen en de grafieken gebruikten we als 'bewijs'. Argumenten dat temperatuurschommelingen of afwijkende verhoudingen aan het weer lagen, aan het seizoen of aan wat dan ook, konden we makkelijk weerleggen. Samen keken we ook naar de mogelijkheden in de centrale. Wij kunnen wel zeggen dat er nauwkeuriger moet worden afgewogen, maar kán dat technisch gezien ook?

heijmans-asfaltcentrale-amsterdam---nov-2015-(11)-2000.jpg

Het beste argument om mensen mee te krijgen was dat we met meten zouden blijven doorgaan na implementatie. Als er dan nog een klacht zou komen, dan konden we de data en grafieken bekijken en er zelf lering uit trekken. Zo zijn onze asfaltcentrales ook transparanter geworden. En als we toch nog klachten kregen van asfaltverwerking dat we verkeerd asfalt zouden hebben geproduceerd, konden we die soms weerleggen met onze metingen. Als mensen overtuigd raken dat ze baat hebben bij veranderingen, merk je dat ze langzaam om gaan.

Wat schiet Heijmans hier uiteindelijk mee op?

Asfalt is goed te verwerken bij temperaturen die zijn omschreven in de richtlijnen. Dus alles wat je hoger stookt dan nodig, is verspilling van energie. Daar besparen we nu op. Daarnaast besparen we op grondstofkosten door nauwkeuriger af te wegen. Asfalt wordt gemaakt in hoeveelheden van 4 ton per keer. Een Heijmans-centrale produceert jaarlijks 200.000 tot 250.000 ton asfalt. Bij een procentueel kleine foutmarge tikt de besparing dan wel aan. Voor heel Heijmans scheelt dat laatste wel €170.000 per jaar. Tenslotte besparen we op onderhoud van de wegen. Iets dat tegenwoordig steeds vaker door onszelf wordt uitgevoerd. Beter asfalt gaat gewoon langer mee.

Het proces in de mengcentrale is nu gedigitaliseerd. Dus we hoeven geen stapels papier meer te analyseren, we kunnen gewoon op een beeldscherm à la minute zien wat er gebeurt. Dat is grote winst. Het resultaat? Een goed product van constante hoge kwaliteit. Asfalt op de weg als koekjes in een pak.