Vijf vragen aan Jeanette van 't Zelfde

De fiets moeten we koesteren

Fietsen is hot en wordt in Nederland uitstekend gefaciliteerd door een uitgelezen netwerk van fietspaden en –voorzieningen. Valt hier nog wat aan te verbeteren vandaag de dag? En hoe gaan we in de toekomst fietsen? We vragen het aan Jeanette van ’t Zelfde, adviseur Public Affairs bij ANWB Algemeen Ledenbelang.

14 april 2015

Nederland is een fietsland. Hoe heeft zich dat in de loop van de tijd ontwikkeld?

'De fiets werd rond 1920 hét vervoersmiddel voor het grote publiek. 80% van het stedelijke verkeer bestond toen uit fietsers. In de jaren daarna kreeg het fietsverkeer een duidelijke plek in een zich ontwikkelend netwerk van nationale, provinciale en gemeentelijke wegen. De groei van het autoverkeer maakte de noodzaak duidelijk om extra veiligheidsmaatregelen te nemen voor verantwoord fietsverkeer. Een verbeterde zichtbaarheid van de fiets zelf, maar ook aanpassingen aan de infrastructuur hebben hieraan een belangrijke bijdrage geleverd. Denk aan de invoering van de woonerven en het scheiden van verkeersstromen door de aanleg van aparte fietspaden.

Lokale en provinciale overheden hebben sinds 1990 hard gewerkt aan de aanleg van een fijnmazig netwerk voor de fiets. Binnen steden en dorpen, maar ook als verbinding tussen gemeenten. En nu, anno 2015, is Nederland nog steeds een fietsland; we ervaren dat als een vanzelfsprekend gegeven. In die vanzelfsprekendheid schuilt ook het gevaar, we moeten het fietsen in ons land juist koesteren en eraan blijven werken om de fietsmogelijkheden up-to-date te houden.

Zie je binnen Nederland verschillen in de fietsinfrastructuur?

Verkeersopstoppingen en parkeerproblemen maken dat de fiets in stedelijke gebieden een populair vervoersmiddel is. Steden spelen daar op in met speciale voorzieningen zoals bewaakte fietsenstallingen, extra brede, gescheiden fietspaden en ongelijkvloerse kruisingen voor fietsers, waarmee je drukke kruispunten en verkeerslichten omzeilt. Ook buiten de steden neemt het fietsgebruik toe, zowel utilitair als receatief. Door de aanleg van snelfietspaden wordt de (elektrische) fiets een aantrekkelijk alternatief voor woon-werkverkeer. Het landelijk dekkende fietsknooppuntensysteem zorgt voor een goede ontsluiting van de recreatieve paden. Dankzij de elektrische fiets fietsen mensen vaker en verder. De uitdaging is om het fietsen aantrekkelijk te houden, door onder andere veilige en comfortabele fietsinfrastructuur te bieden.

Wat brengt de toekomst voor fietsend Nederland?

Het gebruik van de elektrische fiets gaat nog verder groeien. Het is niet meer alleen een hulpmiddel voor ouderen: er zijn veel verschillende, hippe uitvoeringen die jongere generaties aanspreken. Diversiteit aan fietsvormen zien we over de hele breedte, van bakfiets tot speed pedelec. In het Noorden van Nederland loopt nu een proef voor middelbare scholieren die een e-bike kunnen leasen, waarmee de elektrische fiets in prijs direct concurreert met een bus abonnement. Het is een voorbeeld van hoe nieuwe technologie steeds toegankelijker en bereikbaar wordt voor een grote groep mensen.

Interactiviteit tussen fietsers en de infrastructuur en tussen fietsers en auto’s is een opkomend fenomeen. Denk bijvoorbeeld aan verkeerslichten die op groen springen wanneer je aan komt fietsen, zodat je nergens hoeft te stoppen. Of een ‘groene golf’ voor de fietser wanneer het regent, zodat je sneller op je bestemming bent. Om de veiligheid te vergroten zijn er interactieve waarschuwingssystemen zoals Bikescout in ontwikkeling. Ook TNO doet een proef met een intelligente fiets die waarschuwt voor obstakels.

rvdb20150414_005.JPG

Vanuit het hoofdkantoor in Den Haag werkt de ANWB aan een veilige fietsinfrastructuur.

Wat is de agenda van de ANWB op dit gebied?

Als belangenbehartiger van de Nederlandse fietsers maken wij ons sterk voor goede en veilige fietsinfrastructuur, zowel voor recreatie als voor woon-werkverkeer. Dat doen we onder andere door het onderwerp op de politieke agenda te krijgen, zoals bij de afgelopen Provinciale Staten verkiezingen. Maar ook door onderzoek te doen en onze bevindingen te delen. Nederland heeft belang bij een robuuste infrastructuur die mee groeit met de ontwikkeling van het fietsverkeer. We zien nu dat de huidige fietspaden niet meer toereikend zijn voor de hoeveelheid en de diversiteit van de vervoersmiddelen die gebruik maken van de fietspaden.

De huidige fietspaden zijn niet meer toereikend voor de hoeveelheid en diversiteit van de gebruikers

Daarom zijn we een onderzoek gestart ‘Verkeer in de stad’ naar een andere, betere verdeling van de ruimte tussen alle vervoerstypen. Het onderzoek gaat uit van bestaande maar houdt ook rekening met nieuwe, nog niet bekende vervoersmiddelen. De studie moet in feite antwoord geven op de vraag; als je opnieuw een stad zou mogen ontwerpen op dit gebied, hoe zou die er dan uit moeten zien? De bevindingen worden mee ontwikkeld en getoetst in drie pilot-steden: Utrecht, Rotterdam en Helmond. Het onderzoek wordt in het najaar van 2015 afgerond.

Hebben andere partijen ook een rol in deze agenda?

Jazeker, de ANWB is een voorvechter en spreekbuis, maar we kunnen het niet alleen. We ontwikkelen samen met onze leden, overheden, maatschappelijke en wetenschappelijke organisaties én het bedrijfsleven een visie op wat de toekomst van de fiets vraagt van de inrichting van de openbare ruimte. En delen goede, vernieuwende ideeën over hoe je daar concreet invulling aan kunt geven. Een partij als Heijmans brengt een enorme praktijkervaring mee op het gebied van innovatie in de openbare ruimte. Dat helpt om een gedeeld toekomstbeeld ook naar de praktijk te brengen.