Vijf vragen aan Jan van den Boogaart

De bodem als bioreactor

Een grote brand verwoestte in 2011 het bedrijf Chemie-Pack in Moerdijk. Grote hoeveelheden chemicaliën en verontreinigd bluswater kwamen in de bodem terecht. De bovengrond is inmiddels gesaneerd en 4,5 jaar na de brand wordt gestart met de laatste fase van het schoonmaaktraject: de sanering van de ondergrond. We vragen Jan van den Boogaart hoe de bodem binnen 10 jaar op biologische wijze gesaneerd wordt.

1 september 2015

Wat is de huidige situatie van het terrein op het industrieterrein van Moerdijk?

Het terrein ‘ligt er netjes bij’ als je er zo naar kijkt. Na de brand en sloop heeft op het terrein van Chemie-Pack in 2014 een bovengrondse grondsanering plaatsgevonden. Alle ondergrondse infrastructuur, zoals funderingen, kabels, leidingen en rioleringen zijn al verwijderd. Om verspreiding van de verontreiniging te voorkomen is in 2012 een tijdelijke beheersmaatregel geïnstalleerd, inclusief een waterzuiveringsinstallatie die het verontreinigde grondwater oppompt, zuivert en loost. Het terrein is nu vlak afgewerkt en ingezaaid met gras om verstuiving te voorkomen. Zo’n 70 cm van de bovenste grondlaag is momenteel licht verontreinigd. De daaronder gelegen bodem tot aan de kleilaag (diepte ca. 3 m) is sterk verontreinigd. Die laag gaan we de komende jaren saneren.

Heijmans-BioSoil-Bodemsanering-Chemie-Pack-2.jpg

Jan van den Boogaart over het 8 hectare grote terrein: "Het terrein is nu vlak afgewerkt en ingezaaid met gras om verstuiving te voorkomen."

In een notendop: hoe gaat het biologisch saneren hier de komende jaren in zijn werk?

Vanaf september 2015 gaan we een fijnmazig stelsel van buizen en filters in de grond aanbrengen. Dan is het hier een bouwplaats. Er worden dan, onder het terrein van Chemie-Pack én de aangrenzende percelen, allerlei systemen in de grond geïnstalleerd. Van filters tot drainagemateriaal, van injectielansen tot leidingwerk. Dit is allemaal nodig om de in-situ sanering in april 2016 daadwerkelijk te kunnen laten starten. Het saneringssysteem bestaat uit een netwerk van infiltratie- en onttrekkingspunten die via centraal opgestelde  besturingsunits individueel aangestuurd worden. Per infiltratiepunt kunnen zeer nauwkeurig gedoseerde hoeveelheden voedingsmiddelen en andere toeslagmiddelen op iedere gewenste plaats in de bodem worden gebracht.

De diepte en kwaliteit van de kleilaag wordt voorafgaand aan de installatie van het saneringssysteem nauwkeurig in kaart gebracht. Zo kunnen we het systeem op de juiste plek, op de juiste dieptes aanbrengen. Dat zal variëren van een diepte van 0,5 tot 2,5 meter boven NAP. Zo kunnen we de natuur een handje helpen en het afbreekproces van de cocktail aan chemicaliën te versnellen. Dit systeem houden we de komende drie jaar 24 uur per dag, zeven dagen per week actief. Overigens gaan we geen bacteriën kweken in speciale laboratoria. De bodem is hier de bioreactor.

“De cocktail aan chemicaliën gaan we bestrijden met een passende cocktail aan technieken”

Het verontreinigde grondwater dat we via de zuiveringsinstallatie omhoog halen, wordt deels bovengronds gezuiverd, waarna we het extra voedingsstoffen meegeven als het weer via het buizenstelsel terug de grond in gaat. Vanaf 2019 t/m 2025 loopt de ‘passieve fase’. Dit is een periode waarin we blijven monitoren en registreren of de sanering duurzaam, blijvend goed is. Dat is eigenlijk niet meer dan periodiek controles uitvoeren in het grondwater via allerlei peilbuizen die dan in de grond zitten. We blijven in de gaten houden of dat wat we bereikt hebben ook stabiel blijft.

Je hebt het over een cocktail aan chemicaliën. Weten jullie ook wat de inhoud van de cocktail is?

De samenstelling van de cocktail aan verontreinigingen is helaas niet volledig te achterhalen. We hebben wel een goed idee van de stofeigenschappen die hier in de grond zitten. Van slechts 5% van de totale verontreiniging is de naam bekend. Van de overige 95% weten we het niet precies. We weten dat ze organisch zijn en we weten dat ze voor het overgrote deel biologisch afbreekbaar zijn. Maar welke verbindingen het precies zijn? Dat weten we niet. Het komt niet vaak voor dat we met deze percentages een sanering starten. In bijna alle gevallen van bodemsanering weten we dat het gaat om aromaten, olie, paks of zware metalen. Dat zijn bekende verontreinigingen. Op basis van die stoffen wordt dan een saneringsplan gemaakt. Hier hebben we te maken met vele honderden stoffen die ook nog eens een keer door de effecten van hitte (door de brand) en water (door het blussen) met elkaar hebben gereageerd tot wie weet welke andere stoffen. Er zit dus een groot aantal verbindingen in de bodem die we niet specifiek kennen. Vandaar de ‘cocktail’.

Als je niet goed weet wat er in de bodem zit, welke risico’s heb je dan in kaart gebracht?

De biologische aspecten zijn in de voorbereiding goed onderzocht met diverse onderzoeken in het veld en in het lab. Veel onbekende stoffen tonen een soortgelijk gedrag als stoffen die we al wel beter kennen uit eerdere saneringen. Met al die kennis van 25 jaar bodemsanering op zak, hebben wij een goede inschatting kunnen maken wat we hier kunnen verwachten. We weten dat we het met de bewezen, gevalideerde technieken aankunnen. Het is hier geen proeftuin waar we even wat nieuwe techniekjes gaan uittesten.

Risico's-Chemie-Pack-Heijmans-BioSoil-2.jpg

Een deel van de risico’s is door de opdrachtgever, de provincie Noord-Brabant, in kaart gebracht en een deel is door onszelf geïnventariseerd. Projectmanagement en omgevingsmanagement werden door de opdrachtgever zwaar meegewogen in de tenderfase. Het managen van de risico’s bij bodemsanering is voornamelijk processturing: meten en bijsturen. Door goed te meten en in te spelen op resultaten groeit de grip op de black box die in de bodem zit. Maar de risico’s gaan ook over: Wat als een techniek nou faalt? Wat als we systemen te wijd uit elkaar hebben gezet? Wat als er toch nog onbekende kabels en leidingen in de grond zitten? Daar hebben we een flinke risicoanalyse op losgelaten en vertaald in preventieve maatregelen. Zo komen er hier systemen in de bodem die een grotere dichtheid hebben dan normaal.

Door alle preventieve maatregelen zijn de risico’s van het project beheersbaar gemaakt. Het risico op te late oplevering ondervangen we bijvoorbeeld door een planning te maken die ervoor zorgt dat we maanden eerder kunnen opleveren. Lukt dat niet, dan hebben we onszelf wat tijd gegeven om zaken naar een beter niveau te krijgen. Zo maken we mogelijke risico’s preventief ‘veilig’.

Wat zijn wat jou betreft de specials van deze bodemsanering?

We gaan hier met  een cocktail aan technieken aan de slag. We zetten met name in op de technieken ‘biologische afbraak met behulp van nutriënten’ en de zogenaamde ‘pump-and-treat methode’. Het grondwater wordt deels opgepompt en bovengronds gezuiverd. Het bijzondere is dat het een combinatie wordt van biologisch saneren, geoptimaliseerd met bodemluchtextractie, infiltratie van water en voedingsstoffen, chemische oxidatie, geohydrologische beheersing en verwarming. De optimalisatieslagen worden, waar nodig direct ingezet tijdens de sanering.

Heijmans-BioSoil-Bodemsanering-Chemie-Pack-5.jpg

Jan inspecteert de huidige zuiveringsinstallatie op het terrein, welke ook tijdens de laatste fase van de bodemsanering gebruikt gaat worden.

Het klinkt heel simpel, maar door extra zaken als voedingsstoffen, lucht, verwarming, enting vanuit de huidige zuiveringsinstallatie toe te voegen, verhogen we de snelheid en effectiviteit van de sanering. Het maximale effect van de sanering zit in het zo goed mogelijk inzetten en afstemmen van deze diverse technieken. Heel spectaculair is het allemaal niet, maar het wordt eigenlijk nooit zo grootschalig in deze bijzondere samenstelling toegepast. Dat maakt het wel uniek.

Het bedrijf BioSoil is na een faillisement begin 2016 niet meer betrokken bij de bodemsanering van Chemie-Pack. Heijmans zet de sanering van het terrein in Moerdijk zelfstandig en op dezelfde wijze voort.