Vijf vragen aan Jan Latten

Nieuwe Nederlanders en superkoppels

Voor welke bevolkingsgroepen moeten we woningen bouwen, en waar? We vragen het demograaf Jan Latten van het CBS. “Onze bevolking groeit nog steeds flink door. Dat wordt grotendeels veroorzaakt door immigranten. Die willen, net als de meeste Nederlanders, jong en oud, in de steden wonen."

22 januari 2018

Hoe ziet onze bevolking er straks uit?

“Die groeit nog steeds flink door. Een groot deel wordt veroorzaakt door immigranten. En dat heeft ook gevolgen voor de middellange termijn. De meesten komen als volwassenen binnen, begin twintig, en zullen op korte termijn aan kinderen beginnen. De bevolkingsomvang in 2023 schatten wij op 17,5 miljoen.

Dat betekent dus zeker iets voor de woningvraag. Het aantal statushouders jaagt die flink aan. In 2017 kwamen er 30.000 asielzoekers naar Nederland. Niet iedereen mag blijven, maar mede door degenen die wel blijven, verwachten we dit jaar een totale aanwas van 80.000 inwoners. Asielmigranten komen vrijwel allemaal eerst in de sociale huursector terecht. En je ziet dat het absolute aantal sociale huurwoningen daalt als gevolg van regeringsbeleid."

Lastig. Wie maken daar nog meer aanspraak op?

"Ook de flexibilisering van de arbeidsmarkt legt meer druk op de sociale huurmarkt: ben je niet zeker van je inkomen of is dat niet zo hoog, dan ben je op corporatiewoningen aangewezen. Zoals mensen die van uitzendwerk leven, alleenstaande moeders, maar ook verwarde mensen, senioren zonder koophuis die niet meer naar het verzorgingstehuis gaan en andere mensen aan de onderkant van de inkomensladder. De verwachting is niet dat deze groep komend jaar kleiner zal worden, die zal volgens het SCP alleen maar groeien. Alles wijst er op dat de druk op de sociale huursector groter wordt.

Risicovol is een clustering van zwakkere groepen in de sociale huursector. Misschien niet het doel van het beleid, wel de uitkomst."

En hoe staan de kansrijke Nederlanders ervoor?

"Je ziet steeds meer superkoppels: allebei hoog opgeleid, een goede baan en in staat een koopwoning te betrekken, waardoor de kansen op een hoge kwaliteit van leven voor hen en hun eventuele kinderen alleen maar verder verdubbelen. Superkoppels kunnen het voor zichzelf goed regelen. Zij kunnen de sociale huurmarkt ontwijken, omdat ze bijvoorbeeld hun kinderen naar andere scholen willen doen. Menging van verschillende bevolkingsgroepen neemt daardoor af.

Het aantal superkoppels neemt toe, omdat het aantal hoogopgeleide vrouwen stijgt. Wat wij zien als romantische liefde, is onder de oppervlakte evenzogoed een selectie op talent. Dat zie je terug in de kille cijfers."

En waar wil iedereen wonen?

"In de stad. De cijfers laten zien dat de trek naar stedelijk gebied onverminderd doorgaat en een herverdeling van onze bevolking over het land betekent. Mensen concentreren zich in de metropoolregio’s van de Randstad, de Brabantse stedenrij, en regionale centra als Groningen, Zwolle en Arnhem-Nijmegen.

Deze urbanisatie houdt niet meer op: alle prognoses wijzen op een verdere concentratie. De stad loopt over, en daardoor ontstaat groei in omliggende gemeentes zoals Almere en Amersfoort. Steden zullen zich ook in uiterlijk aan de groei aanpassen: hoogbouw zal toenemen en de infrastructuur wordt verder verbeterd."

Jan Latten over individualisering
Jan Latten over individualisering
Jan Latten over individualisering

Wonen in de stad, dat wil toch niet iedereen?

"In de stad is veel te vinden: werk, een afwisselend leven, mogelijkheden, kansen. Ook ouderen zullen merken dat zorg en hulp op het platteland steeds lastiger te krijgen is. In steden is dat gemakkelijker te regelen, dus het zijn niet alleen jonge mensen die uit de kleinste dorpen vertrekken. Het platteland vergrijst verder. En mensen die al in de steden wonen, zullen daar vaak ook blijven. De vijftigers van nu zijn de ouderen van straks, steden moeten zich dus daarop aanpassen.

Vergrijzing zorgt wel voor meer alleenstaanden. Ondanks de individualisering is ook een hang naar meer verbondenheid te signaleren. Ook in het buitenland zijn er tekenen dat ouderen vaker willen samen wonen, in complexen waar ze een oogje op elkaar kunnen houden en zorg op maat inkopen. Dus ontstaan er andere woonvormen en typologieën. Ook de behoefte aan tiny houses geeft de behoefte aan andere woonvormen aan. Ze staan voor een hang naar duurzaamheid, flexibiliteit en tijdelijkheid. Daar gaat vast nog iets uit voortkomen.”

Experimenteren met woonvormen van de toekomst