Vijf vragen aan Harold Appelo

De broeder van de natuur

Een weg aanleggen zonder rekening te houden met de natuur? Ondenkbaar. Bij de bouw van de Parallelstructuur A12 in Gouda verandert drie hectare weiland in natuur. Met het broedseizoen in het vizier laat ecoloog Harold Appelo zien welke maatregelen er worden genomen om de planten en dieren in natuurlijk evenwicht te houden.

22 april 2016

Wat doe je als ecoloog op dit project en hoe ga je te werk?

In een notendop: spotten, scannen, schouwen, tellen en maatregelen nemen waar nodig. Ik kijk voornamelijk naar de oeverzwaluw, de rugstreeppad, broedplaatsen, water- en moerasvogels, weidevogels, bodem- en struweelbroeders en belangrijke plantsoorten. Het project is onderverdeeld in 29 werkvakken. Ik overleg met planner en de uitvoerder wat ze de komende tijd gaan doen in welke vakken. Die informatie moet ik hebben om in te kunnen schatten wat de risico’s zijn, welke maatregelen genomen moeten worden en waar broedvogels zitten binnen de projectgrens. Ik moet er voor zorgen dat de broedvogels en onze werkzaamheden geen hinder van elkaar ondervinden. Zitten de broeders binnen de projectgrens, maar vinden er geen uitvoeringswerkzaamheden plaats tot het eind van het broedseizoen, dan laten we ze rustig broeden. Tijdens dit seizoen voer ik wekelijks controle uit.

A12-Parallelstructuur-ecologie-Harold-Appelo-2.jpg

Het project is onderverdeeld in 29 werkvakken.

A12-Parallelstructuur-ecologie-Harold-Appelo-10.jpg

Harold inspecteert de oever van het water waar een nieuw fietspad langs komt. Het riet moet hier handmatig gemaaid worden om te voorkomen dat er een meerkoet gaat broeden.

Als we kijken naar de oeverzwaluw, dan controleer ik niet alleen de aanwezigheid, maar ook de risico’s van mogelijk nestelen. Vaak zie je dat een berg los zand een steile wand heeft van ongeveer 90 graden. Dat komt door de graafmachines. Heeft die berg zand een vrije aanvliegroute van 12 meter én ligt de wand vlakbij het water, dan is het een risicobult en maak ik een melding. Dat wandje hoeft maar 50cm hoog te zijn om er een nest in te maken. De regel is dat onze mensen in het broedseizoen iedere dag de bulten met zand flauw aftrekken tot minimaal 60 graden. Één weekend is namelijk voldoende voor de oeverzwaluw om zich er al in te nestelen.

Waar let je nog meer op als je aan het inspecteren bent?

Afgelopen jaar kwamen er zo’n 30 vogelsoorten voor in ons werkgebied. Van deze 30 soorten geef ik de gedragingen aan: is de vogel broedend, balsend, nest indicerend, foeragerend? Heeft de vogel eieren, jonge kuikens, pullen? Twee weken geleden zag ik een balsende meerkoet. Als ik ‘m nu weer zie en hij is aan het broeden, dan geef ik aan waar de meerkoet zit. Stel de meerkoet zit op een plek binnen het werkvak, maar buiten de grens van de werkzaamheden, dan wordt alleen de locatie van de broedende meerkoet aangewezen. De meerkoet heeft een verstoringsafstand van drie meter. Hij is dan geen storende factor voor de uitvoering. We weten dan ook dat er eind juli pas op die plek eventueel weer gewerkt mag worden.

Dus het broedseizoen is een ‘gevaarlijk’ seizoen tijdens de uitvoering?

Ja dat is zo, maar als je voldoende preventieve maatregelen neemt, dan kun je gewoon voorkomen dat deze vogels precies binnen de projectgrenzen gaan broeden. We moeten dan vooraf klepelen, maaien, struiken verwijderen, sloten dempen, beplanting uit de sloten weghalen zodat er geen dekking is, oude nesten verwijderen, noem maar op. En wel vóórdat het broedseizoen begint, want het broeden is niet uitstelbaar. Ze moeten zich voortplanten. Ik zorg ervoor dat deze moeras- en watervogels niet binnen onze projectgrens gaan broeden op plaatsen waar nog werkzaamheden moeten worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen.

Doe je dat ook met andere diersoorten?

Datzelfde doen we ook met zoogdieren en amfibieën. Zo hebben we ook een 3,5 km lang scherm geplaatst om de rugstreeppad niet in onze werkvakken te laten komen. Deze pad is een beschermde diersoort. Vanaf eind april t/m eind juni is zijn voortplantingsperiode. Als hij dat binnen ons werkgebied doet, dan kunnen we in een straal van 100 meter het werk stilleggen voor zo’n twee maanden. Dat heeft dan een enorme impact op de planning. Daarom nemen we preventieve maatregelen en inspecteer ik het scherm dat we geplaatst hebben. Ik check ondiepe plassen met een zachte bodem, want daar is de rugstreeppad gek op. Als ik een plas zie die er langer dan 48 kan liggen, dan moet deze direct gedempt worden. Niet morgen, nu direct. Anders hebben we een probleem.

A12-Parallelstructuur-ecologie-Harold-Appelo-13.jpg

Het paddenscherm wordt gecontroleerd en waar nodig even rechtgezet.

A12-Parallelstructuur-ecologie-Harold-Appelo-12.jpg

Langs het paddenscherm speurt Harold naar ondiepe plassen om te voorkomen dat de rugstreeppad daar in gaat zitten.

Maar ik kijk ook naar planten. Langs de oevers groeien onder andere Groot Hoefblad en hondsdraf. Een waardevolle soort voor bijen en vlinders. Die planten stonden voorheen op de locatie waar we nu een weg aanleggen. Die planten hebben we opgepakt, gedroogd en later weer een paar meter verderop uitgestrooid. Die staan nu weer in bloei. Dat is ook een vorm van behoud. Hier moet je van tevoren goed over nadenken.

Moet je ook wel eens ingrijpen?

Verderop bij de Moordrechtboog is een sloot verlegd die langs de nieuwe weg komt te liggen. Daar staat nu nog een stukje struweel met een knotwilg te wachten totdat het gerooid wordt. In de knotwilg zitten kieren en gaten die interessant zijn voor veel vogels. Zo’n wilg is ‘poepielink’. In de buurt hoor ik meesjes die hier prima kunnen gaan nestelen. Binnen nu en twee maanden wordt de sloot doorgetrokken en moet deze wilg en de struiken weg. Ik zeg dan: haal een deel van het struweel nu meteen weg, voordat er een vogel in gaat zitten broeden.

Ook oude nesten moeten we vroegtijdig weghalen, want duiven vullen oude nesten gewoon weer om er een nieuw nest van te maken. De temperatuur gaat omhoog, dus het risico neemt hier toe. We hebben hier twee weken geleden al een oud nest verwijderd. Maar als we alleen het nest verwijderen, dan blijft dit gebiedje geschikt als nestlocatie voor vogels. Stel, we zouden hier pas in augustus verder gaan werken, dan had ik gezegd: laat maar lekker staan. Dat risico kan ik nu niet nemen.

Een stukje verderop worden onder de nieuwe weg een aantal ‘duikers’ aangelegd. Op die plekken zitten vissen en de kleine modderkruiper. Een zeldzame vissoort. Voordat de duikers worden aangebracht wordt een stukje sloot tijdelijk afgedicht met grond. Binnen dat stukje ga ik ‘electro’ vissen. De vissen gaan niet dood, maar komen rustig boven drijven, zodat ik ze kan vangen. Dan kan er daarna gewoon op die lokale plek een duiker gebouwd worden. Daarna halen we de grond weer uit het water.

A12-Parallelstructuur-ecologie-Harold-Appelo-21.jpg

Harold checkt of er mogelijke nestlocaties zijn voor meerkoeten en scholeksters, vlakbij de plekken waar de duikers komen.

Maar broedvogels kan ik niet weghalen. Dus controleer ik of er mogelijke nestlocaties zijn voor meerkoeten en scholeksters, vlakbij de plekken waar de duikers komen. Vaak ben ik net op tijd en kunnen we een nest wat net in de maak is nog verwijderen. Zielig voor de vogel? Ja natuurlijk. Ik biedt vooraf ook altijd mijn excuses aan. Maar ik weet na 37 jaar ervaring: de vogel vindt gegarandeerd een ander plekje waar hij ongestoord kan broeden.