Vijf vragen aan Geertjan Lassche

Een lach, een traan en vroeg opstaan

Heijmans gaf filmmaker Geertjan Lassche onbeperkt toegang tot de bouwplaats aan de Rotterdamse Bananenstraat. Lassche en zijn camera leggen de werkelijkheid zo ongepolijst mogelijk vast. Dit deed hij eerder bij een intensive care-afdeling (Van Leven Ga Je Dood), Korps Mariniers (De Uitverkorenen) en bij plattelandsjongeren (Brommers Kiek’n). Wat leverde twee jaar filmen op? “De bouwput is een jungle van mensen, beweging en vernuft.”

9 december 2019

Waarom fascineren bouwvakkers je zo?

“Ooit werkte ik op een bouwplaats als vakantiehulp. En ik kom uit een dorp waar veel mensen met hun handen werken. Omdat ik de samenleving zie veranderen, vroeg ik me af of de bouwvakkerscultuur nog bestaat. De mannen die worden bezongen in het Bertus Staigerpaip-nummer Wij zijn de jongens van de bouw. Wie stappen er elke dag voor dag en dauw in een busje en maken hun handen en kleren vuil? Is de bouw een keiharde wereld, waar wordt gevloekt in de keet? Dat wilde ik weten. Voor al mijn films stap ik zo onbevooroordeeld mogelijk een wereld in die veel Nederlanders niet kennen. In dit geval was dat twee jaar meelopen met jullie project Cobana.”

Hoe won je het vertrouwen in de bouwput?

“Je hebt een klik nodig met de persoon die er de volle twee jaar bij is, en dat was bouwplaatsmanager Stan. Ik snapte hem meteen, we komen allebei van het platteland. Stan is betrouwbaar, rustig en staat met beide benen op de grond. Zijn z’n Zeeuwse roots. Hij heeft het overzicht, maar ook oog voor de kleine dingen waar zijn mannen mee worstelen. Ik wed dat heel Nederland denkt: had ik maar zo’n baas. One in a million. Omdat hij in de bouw is begonnen met hamer en zaag, weet hij hoe het werkt. Zo’n type als Stan wordt echter steeds zeldzamer. Tegenwoordig worden managers vanaf de universiteit rechtstreeks boven het werkveld geplaatst, daar krijg je geen natuurlijk respect mee."

luchtfoto Gerhard van Roon Bananenstraat 2.jpg

De bouwplaats van Cobana vanuit de lucht.

Stan is een gigant, maar heeft ook een valkuil: zijn extreme loyaliteit. Met veel moeite stuurt hij een keten van onderaannemers aan en zet een topprestatie neer, maar daarmee stelt hij ook de norm van morgen. Wanneer zegt hij: ‘Ik doe het niet meer zo’?

Ik heb in veel sectoren gefilmd, van ziekenhuizen tot landbouw, maar er is geen bedrijfstak waar zo weinig tijd wordt verlummeld als in de bouw. Tijd is geld en die druk werkt door van boven naar beneden. De mannen buiten zijn het einde van die keten en lijken klem te zitten in een gigantische bankschroef, tussen dat wat moet en dat wat kan. Ik vind het onvoorstelbaar moedig dat Heijmans mij heeft toegelaten. De documentaire is genadeloos realistisch, maar ook respectvol.”

Hoe bedoel je?

“Jongens van de Bouw gaat over de bouwsector, maar is ook een wake up-call voor de samenleving. Ik denk dat heel Nederland zich zal herkennen in de druk waaronder de bouwvakkers werken. Die voortdurende push om te presteren, terwijl er van alles in je leven gebeurt. We zitten allemaal in die ratrace. Werken en je daarbuiten amuseren, want zoveel vrije tijd hebben we niet naast al onze sociale verplichtingen.

De film is daarmee niet uniek voor Heijmans. Ik vind dat Heijmans het goed doet en ik snap dat je als bouwbedrijf geld moet verdienen. Daarom wil ik niet de pretentieuze kunstenaar uithangen met opgeheven vingertje. Maar ik zie wel een spanningsveld tussen jullie Geen Ongevallen-beleid en die enorme druk op de planning om nog maar iets te verdienen. Zeker met zo’n keten van onderaannemers en veel buitenlandse zzp’ers, waarbinnen continu met poppetjes wordt geschoven.

Hoe gaan wij om met tijdsdruk en veiligheid?

Behalve de communicatieproblemen die dit oplevert, werkt het ook door naar de bouwvakkers onderling. De saamhorigheid verdwijnt, want de bouwput is een duiventil. Ik snap dat het economisch handig is, maar goeie teams vorm je er niet mee. De een krijgt een Kerstpakket, de ander niet. En buitenlandse bouwvakkers voelen toch minder passie of betrokkenheid bij hun werk. Ze denken: ‘Hoe fiks ik dit vandaag, morgen zie ik wel weer verder’. Zo gaat de bouw kapot. Je gunt Stan toch een hecht team? Ik hoop dat niet alleen jullie, maar ook de hele sector de film aangrijpen om hierover te praten.”

Wat viel jou op?

“Dat bouwvakkers naar elkaar toe helemaal niet hard zijn. Het zijn eigenlijk gevoelige mannen vol mededogen. Dat zie je aan kleine dingen, de momenten die je doen glimlachen, daar zit de film óók vol mee. Hoe collega’s omgaan met werkvoorbereider Carel en zijn kersverse Thaise bruid, hoe Stan zich opstelt als iemand uit zijn team tien jaar voor zijn pensioen overlijdt… daar toont Stan zich een groot en empathisch leider.

Door de krapte op de arbeidsmarkt zie je iedereen naar elkaar toe bewegen. Komt een onderaannemer met minder mensen dan beloofd, dan kun je daar een punt van maken. Gebeurt nu niet, want je verstoort dan de relatie en bovendien zíjn die mensen er gewoonweg niet. De mannen hebben het met elkaar te doen.”

Still Jongens van de Bouw Geertjan Lassche busje.jpg

Still uit Jongens van de Bouw: bouwvakkers op weg naar de bouwplaats in Rotterdam.

“De menselijke maat in de bouw is niet verdwenen, maar staat ongelooflijk onder druk. Ik gun het iedereen om meer tijd te hebben voor elkaar, om grapjes te maken, om wat lucht te hebben tijdens het werk. Om te stoppen als je lijf op is. Maar de bouw dendert voort. De ene klus is nog niet af, of je staat al ingepland voor de volgende. Dat geldt niet alleen voor de bouw, maar voor alle werkende Nederlanders. Is er nog tijd om te reflecteren op wat je doet, de balans op te maken? Ik wil maar zeggen: je hóeft je niet automatisch te schikken naar deze prestatiecultuur. Waarom doen we dat dan toch?"

Bestaat de Nederlandse bouwvakker in de toekomst nog?

“Voorlopig wel, maar niet lang meer. De generatie die nu de arbeidsmarkt betreedt, kan op een comfortabeler manier hun boterham verdienen, op kantoor, hoeft niet meer met de handen te werken. Je ziet het aan leerling-timmerman Stef in de film: als hij niet verder leert, moet hij zijn hele leven op de steiger staan. De ervaring die hij opdeed bij de Bananenstraat, heeft hem geprikkeld om opnieuw de schoolbanken in te gaan. 

Still Jongens van de Bouw Geertjan Lassche 2.jpg

Still uit de film: opbouw van de torenkraan op de Rotterdamse Bananenstraat.

De samenleving wordt meer feminien, de cultuur van mannen die vieze handen maken, taal gebruiken die over het randje is, fluiten naar langslopende vrouwen, verdwijnt langzaam. Wil je jonge mensen interesseren voor de bouw, dan is óf een economische crisis óf een maatschappelijke omwenteling nodig. Dit zegt niet alleen iets over de bouwsector, maar over heel Nederland. Hoe dealen we hiermee?”

Straks ziet de bouw er anders uit: hoe werkt Heijmans hieraan?

De 2Doc Jongens van de Bouw is nog terug te kijken op NPO Start.