Vijf vragen aan Eddie Nijhof

Bouwschoenen trippelen door de porseleinkast

Als een Indiana Jones op zoek naar bijzondere ontdekkingen. Klinkt avontuurlijk. En dat is precies wat de bouw van Parkeergarage St.-Jan was voor Eddie Nijhof, prominent archeoloog bij Gemeente ’s-Hertogenbosch. Hij vertelt over de mooie vondsten die zijn gedaan en de momenten “die best pijn deden”. 

17 juli 2015

Waarom werd een archeoloog betrokken bij de werkzaamheden?

Bij alle bouwplannen die bij de gemeente ‘s-Hertogenbosch worden ingediend, waarbij gegraven wordt, beoordeelt de afdeling BAM (Bouwhistorie, Archeologie, Monumenten) of archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Dit was het geval bij de realisatie van Parkeergarage St.-Jan en de restauratie/reconstructie van de stadsmuur. Als archeoloog ben ik lid van het Planteam Vestingwerken, dat standaard nauw betrokken is bij de ontwikkeling van de Bossche vestingenwerken. Namens de gemeente stuurde ik als projectleider het archeologisch onderzoek aan, welke werd uitgevoerd door opgravingsbedrijf BAAC BV. Een bouwproject als deze creëert de kans verder onderzoek te doen naar de geschiedenis van Den Bosch. En in het geval van St.-Jan delen van de stadsmuur weer in het zicht te brengen en beleefbaar te maken voor het publiek.

IMG_5196.jpg

Archeoloog Eddie Nijhof: "Het is prachtig dat de binnenzijde van de stadsmuur voor het eerst sinds 1542 weer zichtbaar is."

Bij Parkeergarage St.-Jan haakten we met het Planteam al in een vroeg stadium aan om samen met de architect te onderzoeken hoe we de parkeergarage zo toegankelijk mogelijk konden maken. Daar was nogal discussie over en verschillende opties zijn de revue gepasseerd. Uiteindelijk kwamen we uit op een open verbinding tussen de parkeergarage en Casinotuin. Dit vroeg wel om het doorbreken van de 14e-eeuwse stadsmuur om een doorgang te creëren naar de brug over de nieuwe gracht. Het moment dat men begon te hakken in de muur deed wel even pijn. Toen werd er geopperd nog een stukje van de zijkant van de opening te verwijderen voor een nog betere doorkijk. Gelukkig won de historie van het nu en is dat er niet doorheen gekomen. 

Hoe gaat archeologisch onderzoek in zijn werk?

Dit kan op twee verschillende manieren. Alereerst door archeologisch onderzoek voorafgaand aan het graafwerk. Zo zijn we maandenlang bezig geweest met opgravingen om, onder andere, de binnenzijde van de 14e-eeuwse stadsmuur weer zichtbaar te maken. Maar bijvoorbeeld ook om onderzoek te doen naar hoe de oorspronkelijke gracht weer teruggebracht kon worden. Pas als wij een gebied vrijgaven, kon Heijmans aan de slag met de bouwwerkzaamheden.

Wanneer archeologisch vooronderzoek moeilijk is, bijvoorbeeld vanwege logistieke redenen, dan is archeologische begeleiding tijdens de graafwerkzaamheden een mogelijkheid. De werkzaamheden vinden dan plaats onder ons toezicht. 

IMG_5251.jpg

Wat zijn de meest bijzondere vondsten?

Bij het leegzuigen van de plek voor de parkeerbak, werd de grond met behulp van een cutterzuiger vermaald, ter plekke gezeefd en vervolgens afgevoerd. Je moet je voorstellen dat het met een enorme hoeveelheid én snelheid door zo’n zeef komt. Een oplettende Heijmans-medewerker zag al snel dat er meer dan alleen grond doorheen kwam en trok aan de bel. Honderden stukjes bot bleken de slagtand van een mammoet te zijn. Maar ook botmateriaal van onder meer de wolharige neushoorn, bizon, rendier en poolvos kwamen voorbij. Toch kwam de mooiste toevalstreffer kort daarna: vuurstenen werktuigen uit de tijd van de Neanderthalers. De stukken zijn in uitstekende staat, je kunt zelfs de sporen van gebruik nog zien. De vondst kreeg wereldwijd aandacht. We stonden tot in China in de krant.

IMG_5238.jpg

In een maand tijd werd de gevonden slagtand van een mammoet weer hersteld tot één geheel.

IMG_5245.jpg

Misschien wel de mooiste vondst: vuurstenen werktuigen uit de tijd van de Neanderthalers waarbij zelfs de sporen van gebruik nog zichtbaar zijn.

IMG_5242.jpg

Tijdens de realisatie kwam ook botmateriaal van onder meer de wolharige neushoorn, bizon, rendier en poolvos voorbij.

Het uitgraven van de stadsmuur leidde ook zeker tot bijzondere ontdekkingen. Restanten van een aarden wal uit de 16e en 17e eeuw gaven aan dat men toentertijd de intentie had om het maaiveld te verhogen. In de muur vonden we schietgaten en een trap om bij de Judastoren (wat later de kruittoren werd) te komen. Uit erosiesporen (vorstwerking) op een diep niveau konden we afleiden dat het terrein nooit opgehoogd is naar een niveau wat zou behoren bij de schietgaten en eerste trede van de trap. Blijkbaar was de dreiging van de toenmalige vijand, Hertog van Gelre, verdwenen en waren de schietgaten niet nodig om onszelf te verdedigen. En daar hebben we nu profijt van. Want door de reconstructie van het lager gelegen middeleeuwse maaiveld kunnen voetgangers vanuit de parkeergarage straks ongelijkvloers het autoverkeer kruisen. 

Hoe verliep de samenwerking met Heijmans?

Goed. Ik werk regelmatig met aannemers en heb weleens anders meegemaakt. De samenwerking en afstemming van de werkzaamheden, van zowel Heijmans als de archeologen, vonden op een uiterst flexibele wijze plaats. We namen deel aan de eerste bouwvergaderingen en waren nauw betrokken bij de steenkeuze voor het restaureren van de stadsmuur.

Bent u te spreken over het resultaat?

Zeker. Het is prachtig dat de binnenzijde van de stadsmuur voor het eerst sinds 1542 weer zichtbaar is. Maar ook dat de gracht weer terug is na ruim 100 jaar weg te zijn geweest.