Langs de lijn bij natuur Nationaal Militair Museum

Verhalen in het landschap

Net als alles in het gebouw, is ook de natuur rondom het Nationaal Militair Museum 25 jaar lang de verantwoordelijkheid van Heijmans. Op deze 49 hectare vind je zandhagedissen en schapengras, fietsers en wandelaars, en af en toe een Heijmans-servicemedewerker. Welke verhalen nemen zij mee naar dit landschap vol geschiedenis?

9 mei 2018

Het landschap speelde al een belangrijke rol in het ontwerp van het Nationaal Militair Museum. De samenvoeging van het Legermuseum en het Militair Luchtvaartmuseum in één nieuwe locatie op de voormalige vliegbasis Soesterberg, bood een kans allerlei verhalen van de Nederlandse krijgsmacht tot leven te brengen in een ‘echte’ context.

Doel was historie, kunst en natuur te integreren. Hoewel de natuur zijn gang kan gaan, zijn er in op het terrein nog allerlei sporen van het verleden te vinden. Munitiedepots, shelters, bomkraters, blusvijvers en hangars vertellen bezoekers over de geschiedenis van de plek, en over de relatie van de militair met zijn omgeving.

Amerikanen

Gé Hilhorst (62) uit Soest fietst hier elke ochtend en meestal met zijn buurman van begin zeventig, die vandaag vrijwilligerswerk doet in het museum. “Gemiddeld rijden we tussen de veertig en zestig kilometer op een dag, weer of geen weer. Het liefst rijden we over de landingsbaan.

Langs de lijn natuur NMM 11 Ge.jpg

Gé Hilhorst (62) uit Soest is blij dat de voormalige vliegbasis open is en fietst elke week over het terrein.

Vaak in de winter dus, want in de zomer is ‘ie dicht vanwege het broedseizoen. Maar hierachter is het ook mooi hoor: in het bos liggen bunkers, grote munitiedepots, inhammen waar kleinere munitie lag verborgen. Het is alleen wel wat hobbelig voor fietsers. Af en toe zie je reeën, en je hoort volop vogels, schitterend.”

Naast natuur gebeurt er meer in de bossen, weet Gé. Bij Landgoed de Paltz heeft Herman van Veen een theatertje en in de oude shelters huizen nu kunstenaars. “Of ik hun werk wel eens heb gezien? Nee joh, aan kunst doe ik niet, wat dat betreft ben ik echt een barbaar.”

Gé’s herinneringen aan de vliegbasis toen hij actief was, vervagen snel. “Tja, je mocht er niet op hè. Ik had een Amerikaanse oom die op de basis werkte. Ze hadden er een eigen Amerikaanse supermarkt, waar ze die spullen konden krijgen die ze in Nederland misten. Zoals gallons melk. Ik ben blij dat het terrein nu open is, het is gewoon hartstikke mooi en daar mag iedereen van genieten.”

Verrassingen

Langs de lijn natuur NMM 20 bunkers.jpg

Met speciale bos-ecologen is een aantrekkelijk bos aangelegd op de voormalige vliegbasisgronden, waar af en toe een half overgroeide bunker te spotten is vanaf het wandelpad. Schanskorven, oorspronkelijk militaire elementen, liggen langs terrasranden, dichtgegooide bomkraters zijn opengemaakt en kenmerkende gebouwen gerestaureerd.

Het museumlandschap gaat naadloos over in dat van het Utrechts Landschap, met fraaie wandelroutes. Wandelaars Paulus-Jan (43) en Antje Kieviet (43) betreden de voormalige vliegbasis als onderdeel van het Trekvogelpad, het langste natuurpad van Nederland. Dit loopt van Bergen aan Zee tot aan Enschede.

Paulus-Jan: “Leuk om Nederland van oost naar west te doorkruisen, waar zoveel groene gebieden aan elkaar grenzen. Dit is een soort Pieterpad, maar dan dwars door Nederland. We lopen ongeveer 20 kilometer per dag, vier dagen achter elkaar. En kamperen in Doorn.”

Paulus-Jan en Antje Kieviet wandelen het Trekvogelpad, dat deels over de vliegbasisgronden loopt.

Omdat Paulus dol is op wandelen en Antje op kamperen, organiseren ze regelmatig dit soort tripjes. Antje: “Heerlijk om buiten te zijn, geen herrie, geen winkels, geen wifi. We zijn geen natuurkenners, maar dit landschap vinden we erg mooi vanwege de afwisseling. Je komt van het ene landschap in het andere terecht, met verschillende sferen. Van een zanderig bos tot een open weiland.” Paulus-Jan: “En we zijn steeds aangenaam verrast door de militaire objecten die we tegenkomen!”

Strubbenbos

Langs de lijn natuur NMM Ruud liggend.jpg

Door naar de stuwwal. Daar valt te lezen dat de vliegbasis niet toevallig op deze plek lag. De heidevlakte aan de voet van de ‘Soester Berg’ blijkt aan het begin van de vorige eeuw zeer geschikt voor ‘aviatiek’. Hier zijn heideplaggen uitgelegd, de oorspronkelijke vegetatie van het gebied. Die begonnen als ‘eilandjes’ en bedekken nu de hele stuwwal.

Vanuit gebouw 130 kijken enkele Heijmans-servicemedewerkers op het heideveld. Zoals Ruud Spijker, de technisch specialist zonder wie het museum ‘om zou vallen’. Hij kent het gebied op zijn duimpje. “Zie je die bomen daar? Dat is het strubbenbos, zo genoemd omdat ze meerdere stammen (eikenstrubben - red.) hebben.”

Hij wijst op een schanskorf, “een fijne plek voor dieren” en op een vennetje beneden. “Daar barst het van de kikkerdril en als je heel stil bent, kun je een zandhagedis zien lopen. Eentje liep bij ons kantoor binnen. Die heb ik mooi gekiekt voor ik ‘m terugzette!” De plicht roept voor Ruud en zijn collega’s: ze stappen snel in de gele bus om iets op te lossen bij de museumtoiletten.

Pittig stukje

Wendy Arnoldussen (29) uit Soest loopt drie keer in de week hard en doet een keer in de maand ‘het langste rondje’, dat haar langs de rand van het museumterrein voert. “Ik train voor de halve marathon in Rome van 21,4 kilometer. Vandaag verwacht ik 11,3 te lopen. Dat is ook echt de max, langere afstanden vind ik saai.”

Wendy komt graag op de voormalige vliegbasis. “Het is hier prachtig. Ik kom uit Eindhoven, waar ik om de minuut op een stoplicht moest wachten. Heerlijk al die natuur, maar ik blijf nergens stilstaan, ik moet warm blijven. Dit is wel een pittig stukje, deze heuvel op. Maar als ik straks naar beneden ren, hoef ik nog maar vijf kilometer.”

Langs de lijn natuur NMM 28 Wendy.jpg

Hardloper Wendy geniet van de natuur, maar mag niet te lang stilstaan. "Ik moet warm blijven."

Generaties

Rondom de start- en landingsbanen bij het museum, waar allerlei vliegtuigen staan opgesteld, kijken Sjef van Werpel (89) en zijn mantelzorger Ronald Witte (60) uit Goirle hun ogen uit. Sjef draagt het uniform en bordje van een Indiëganger. “Ik was een van de laatsten, maar ik heb niets meegemaakt hoor. Alleen een keer in de lucht geschoten. Het enige wat ik in Indonesië deed was zwemmen, voetballen en films kijken. Film beter gezegd, want ze draaiden er maar een en dat was Matterhorn.”

Langs de lijn natuur NMM 26 Sjef .jpg

Veteraan Sjef van Werpel en Ronald Witte zijn danig onder de indruk van de tentoongestelde vliegtuigen.

Ronald weet veel over de vliegtuigen, dus die deelt zijn kennis met Sjef. Beiden betreuren het dat de ‘jongere generatie’ zo weinig interesse heeft in de militaire geschiedenis.

Langs de lijn natuur NMM 23 Ammar.jpg

Ammar en Jounes uit Jemen bezoeken het museum om spelenderwijs de Nederlandse taal beter onder de knie te krijgen.

“Tanks! Vliegtuigen!” Twee jongens van in de twintig lopen echter enthousiast tussen de vliegtuigen door. Ammar en Jounes uit Ede en Amersfoort zijn met hun taalbegeleider voor de eerste keer in het Nationaal Militair Museum. Ze hebben allebei een voorlopige verblijfsvergunning en bezoeken in het kader van Nederlands leren praten, zoveel mogelijk musea. Ammar: “Ik heb een Museumjaarkaart!” Echt opkijken van het arsenaal doet hij niet: “In Jemen zag ik dat iedere dag.”

Natuur als decor

Langs de lijn natuur NMM 35 Marlon.jpg

Het museum staat middenin heide en bos, waardoor je het landschap in elke richting kunt zien vanuit het gebouw. Volgens de landschapsarchitecten ‘als decor bij de tentoongestelde collectie’. 

Marlon Gaaikema (39) uit Bussum loopt nog even terug naar de parkeerplaats, terwijl haar kinderen het speelvliegtuig beklimmen. “Zij vinden het hier erg leuk. Ze zijn graag buiten en er is van alles te zien en te doen voor ze. Straks gaan we ook wandelen op de terreinen buiten het gebouw.” Marlon prijst de ligging van het gebouw: “Het is fantastisch neergezet. En zo groot, hier staat echt wat. Ook het interieur is gigantisch, voor je alles gezien hebt ben je uren verder. En overal die heerlijke ruimte.”