Hoe staat het met... restauratie Belgenmonument

Een eeuw Belgische dankbaarheid

Op de Amersfoortse Berg schuilen mannen, vrouwen en kinderen. In hun ogen staat onrust gebeiteld. Maar ze geven geen kik. Ze zijn van steen. Nog even, dan verdwijnen de gele helmen. Dan is de restauratie van het enorme Belgenmonument volbracht.

8 juli 2016

De wereld is op drift. Volgens de Immigratie- en Naturalisatiedienst vroegen 59.608 vluchtelingen in de laatste twaalf maanden asiel aan in Nederland. Dat zijn veel stapelbedjes. Maar een eeuw geleden was de instroom aanzienlijker groter. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtten circa één miljoen Belgische burgers en zo’n negentienduizend soldaten naar het neutrale Nederland. Vooral in de chaotische eerste maanden staken zij de grens over.

Belgenmonument-Amersfoort-Heijmans-3

Het Belgenmonument in Amersfoort vlak voor de restauratie.

Uit dankbaarheid schonk de Belgische regering in 1916 een gedenkteken. Eigen soldaten bouwden het. Tijdens hun internering in Nederland leerden ze metselen en timmeren. Op een kuip specie keken de Belgen niet: zij bouwden het grootste monument van Nederland. Het zogeheten Belgenmonument omvat een achttien meter breed hoofdgebouw met drie torens en een dertig meter brede gedenkmuur. Locatie: het heideveld op de Amersfoortse Berg, 45 meter N.A.P.

Telraam

Da’s hoog. Maar bouwkundig naderde het monument een dieptepunt, weet Robin Kapteijns. Hij is voorman metselaar bij Heijmans. Sinds april is hij intensief bij de restauratie van de Amersfoortse objecten betrokken. Een blik op het To Do-lijstje: aanpak van de gevels en daken van het hoofdgebouw, het carillon met 48 klokken, de technische installaties. Meest ingrijpend is de restauratie van de gedenkmuur. Robin: “Nadat een 3D-scan was gemaakt, hebben we de muur compleet afgebroken. Steen voor steen.” Het telraam bleef steken bij 54.000 handgebakken stenen, waarvan er geen één recht is.

Restauratie-Belgenmonument-Amstersfoort-Heijmans-6.jpg
Restauratie-Belgenmonument-Amstersfoort-Heijmans-22.jpg

Aartsengel

Op troffelworp afstand van de muur staan houten kratten. De inhoud: 42 kunstige reliëfs. Vanaf de genummerde platen kijken figuren toe. Een getergde man, een vrouw met een baby, maar ook een aartsengel met trossen druiven. Ooit waren deze reliëfs van Franse kalkzandsteen, waarvan de ijzeren wapening ging rotten. In de jaren vijftig zijn ze in beton uitgevoerd en met gietmortel aangegoten. Binnenkort keren ze terug aan de muur. Laag voor laag herrijst hij op de nieuwe betonnen fundering. Zo’n tienduizend van de dertigduizend bakstenen voor het schoon metselwerk zijn ‘oud nieuw’; de onzichtbare binnenmuur bestaat uit enkel nieuwe stenen.

Restauratie-Belgenmonument-Amstersfoort-Heijmans-2.jpg

Koek

Kun je het verleden nametselen? Robin wijst op een stapel grote geplastificeerde foto’s naast de de steiger: “Zo weten we hoe het was.” Bij twijfel biedt zijn Nikon-camera uitkomst. Die bevat 150 detailfoto’s. Toch wordt de gedenkmuur geen exacte kopie. “We hebben hem symmetrisch getrokken, op koppenmaat. Straks is alles waterpas. Ook de penanten (vierkante steunpilaren – red.) zijn voortaan recht.” En de specie? De Belgen gebruikten kalkzand. Die is zo brokkelig als Bastogne-koeken waarvan de houdbaarheidsdatum allang verstreken is. Robin en zijn ploeg kiezen voor kalkmortel, cement en traskalk, ook voor het voegen – in het hoofdgebouw maar liefst zeven centimeter diep. Leukste verandering: een lege fles die Heijmans in de muur ontdekte, zal opnieuw ingemetseld worden. Nu met inhoud: een opgerolde groepsfoto van de hele restauratieploeg.

Familie

Ho, even een stap naar achteren. Evert Bouwman rijdt voorbij. Onder de vlag van de Utrechtse zorginstelling Reinaerde levert Evert hand- en spandiensten. Hij rooide buxus, bikte stenen, rijdt nu rond op een knikmops – een klein, wendbaar ladertje. Knikkend naar de gedenkmuur: “Zo’n monument moet je nooit slopen. Da’s zonde. Het is historie.” Zijn arbeidsparticipatie kan hij versterken dankzij Social Return on Investment. “Als het hier klaar is, laat ik het aan familie zien.”

Belgenmoppen? De eerste dagen, in de keet. Maar daar win je de oorlog ook niet mee. Wat bij de Heijmans-ploeg vooral overheerst, is de trots om het monument te redden. Ook de vleermuizen kunnen opgelucht ademhalen. Eind januari telden onderzoekers 54 exemplaren in de kelder en torens van het hoofdgebouw. Na de restauratie zijn zij verzekerd van vleermuisvoorzieningen en een gunstige vochthuishouding.

Volkslied

“Het is een mooi werk”, zegt ook voorman Jos van de Koevering. Hij kent elk steen van het hoofdgebouw. Zijn uitleg over de diverse soorten metselwerk klinkt als een onaf gedicht: “Muizentanden, zaagtanden en boerenvlechten.” Meer cultuur wacht in middentoren. Er hangt een carillon, waar studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) regelmatig concerten op houden. Wie weet klinkt bij oplevering in september de ‘Brabançonne’, het Belgisch volkslied.

Tot die tijd metselt Robin met zijn maten verder aan het honderdjarig gedenkteken voor de Belgische vluchtelingen. Verwacht hij dat er ooit nog een Syrië-monument cadeau wordt gedaan? Met glimlach: “Dat zou kunnen. Maar dan hoop ik wel dat Heijmans het mag maken.”