Hoe staat het met... Oranjehotel Scheveningen

Monument van verzet

In de gevangenismuur van Scheveningen gaapt een gat. Uitbraakpoging? Nee, een doorgang naar een Heijmans-bouwplaats. Achter de gele keet staat het beruchte Oranjehotel. Tussen 1940 en 1945 hielden de Duitsers in deze cellenbarak circa 26.000 verdachten gevangen. Nu renoveert Heijmans dit nationaal monument. Bezoek in stilte aan ‘Doodencel 601’.

29 oktober 2018

Naast het oude Huis van Bewaring in Scheveningen – dat nog altijd in gebruik is – liet justitie in 1919 een cellenbarak bouwen ‘ter opneming van niet wegens smokkelarij veroordeelden.’ In de praktijk waren dat vooral kruimeldieven en lichtgestraften. Maar de oorlog bracht letterlijk een ander regime. Voortaan heette het de Deutsches Untersuchungs- und Strafgefängnis en vanaf zomer 1942 Polizeigefängnis.

Haar onvrijwillige bewoners kwamen uit alle hoeken van Nederland. Wat zij deelden, was verzet in woord en daad: van een illegaal pamflet lezen of onderduikers huisvesten tot aan het buitmaken van distributiebonnen of liquideren van verraders. Het leeuwendeel van hen eindigde in concentratie- en vernietigingskampen. Zeer velen vonden daar de dood. Op de Waalsdorpervlakte, vlakbij het Oranjehotel, kregen 215 gevangenen de kogel. Hun laatste nacht brachten ze door in een van de dodencellen, die in de centrale middengang lagen.

gang ORH.jpg

Gang Oranjehotel tijdens de Tweede Wereldoorlog

Sleutelbos

Na de oorlog nam Justitie het gebouw weer in gebruik. Wegens overcapaciteit sloot het in 2010. Weliswaar staan alle celdeuren voortaan open, maar aan het verleden kun je hier niet ontsnappen. “Het is ook een ereplicht om de herinnering in stand te houden”, zegt Dineke Mulock Houwer. Zij is de doortastende voorzitter van Stichting Oranjehotel in Den Haag, die de jaarlijkse herdenking en de incidentele rondleidingen verzorgt. Beide trekken veel deelnemers en genieten waardering.

rkp-oranjehotel-interview-2018-4699.jpg

Dineke Mulock Houwer, voorzitter van Stichting Oranjehotel

In 2010 schrok Mulock Houwer zich dan ook meer hoedjes dan ze op Prinsjesdag zou kunnen tellen: “Er waren plannen om de cellenbarak niet alleen te sluiten, maar ook te slopen. Dat vonden we onbestaanbaar. We hebben flink voor het behoud moeten vechten. Iedereen kent Nationaal Monument Kamp Westerbork of Vught, maar aan het Oranjehotel was nooit veel ruchtbaarheid gegeven. Het zit verstopt achter een muur. Tot voor kort kon je dit complex slechts onder begeleiding bezoeken. Bewaker Rob-met-de-sleutelbos uit het Huis van Bewaring is heel wat keren met ons meegelopen.”

Afscheidsbrieven

Maar Rob hoeft niet meer mee, want het cellenblok ligt voortaan buiten de veiligheidsring. Oorzaak: het ingrijpende renovatieplan dat in de Heijmans-keet op tafel ligt. De uitvoering ervan is halverwege. Volgens de planning zal het Oranjehotel in april 2019 zijn deuren voor publiek openen. In het herinneringscentrum kunnen de verwachte vijftien- à twintigduizend bezoekers per jaar kennis opdoen over het dagelijkse gevangenisleven in de oorlog, maar ook over het geweld en de daders. 

rkp-oranjehotel-interview-2018-4321.jpg

Anke van der Laan, directeur Oranjehotel, en Heijmans-projectleider Sander Oosterbeek.

Een informatieve route voert langs authentieke cellen, dodenboeken en afscheidsbrieven, inscripties in muren, films en unieke objecten. “In één cel kun je straks zelfs ervaren hoe het is om opgesloten te zitten”, vertelt directeur Anke van der Laan, die eerder aan het Frans Hals Museum in Haarlem verbonden was. “Toch ligt het accent niet op het erge verhaal. Het Oranjehotel staat vooral voor moed, veerkracht en incasseringsvermogen.”

rkp-h-oranjehotel-9933.jpg

Nachthemd

Sterke koffie in de keet. “Ik zal het eerlijk toegeven”, zegt Sander Oosterbeek met een lach. De jonge projectmanager van Heijmans: “Toen ze me in 2017 voor het Oranjehotel vroegen, dacht ik: ‘Gôh, komt goed uit: ik heb al eerder hotels gedaan.’ Ook al heb ik een goede opleiding en het vak geschiedenis gehad: ik kende deze plek niet. Het laat zien hoe nodig dit herinneringscentrum is.”

rkp-oranjehotel-interview-2018-4775.jpg

Samen met uitvoerder Piet Rietveld begon hij eind 2017 aan de eervolle opdracht. “Tweederde van de cellenbarak was al gesloopt, waaronder de bovenverdieping. Te slecht om te behouden. Maar het overgebleven deel kende ook risico’s: schimmels, zwammen, gebroken plafondbalken. Die winter hebben we alles wind- en waterdicht gemaakt en gestabiliseerd.” Op eigen initiatief reden ze in de kerstvakantie om beurten naar het Oranjehotel om de luchtvochtigheid in ‘Doodencel 601’ met elektrische kacheltjes te matigen. “Anders zouden de potloodteksten en -tekeningen kunnen worden aangetast”, zegt Piet.

"Het Oranjehotel staat voor moed, veerkracht en incasseringsvermogen.”

Inmiddels zijn ze elf maanden en veelvoud aan verbazingen verder. Sander: “We hebben de funderingen van de luchtplaats en de schiettoren ontdekt. Maar ook een meetlint, verborgen inscripties en een nachthemd. Verder hebben we de oude inrijpoort terug kunnen halen om hem te restaureren. Hij bleek in het Gevangenismuseum in Veenhuizen te staan.”

rkp-oranjehotel-interview-2018-4845.jpg

Interieur Doodencel 601

Eeuwig trouw

Tijd voor inspectie in de barak. Het daglicht is spaarzaam, maar dat kan de mistroostigheid van de cellen niet verhullen. Hun afmetingen: 3,85 x 1,80 meter. Vooral de intacte Doodencel 601 maakt je muisstil. De inrichting is authentiek: een houten bed met grijze deken, tafel en stoel, waterkan. Op de muren staan aangrijpende inscripties van gevangenen. Een kleine greep: ‘Mijn schat is Marietje B., die ik eeuwig trouw blijf’, ‘Kop op!’ of ‘In deze bajes zit geen gajes, maar Hollands glorie potverdorie!’. Veel teksten gaan over God, vaderland, trouw en liefde. De een kraste het ‘Onze Vader’ in de muur, de ander een citaat van Shakespeare of Victor Hugo.

Op de muren staan aangrijpende inscripties van gevangenen.

Op Doodencel 601 na wordt het gehele complex ingrijpend gerenoveerd. Enkele taken: constructief herstel van muren, daken en vloeren; conservering van cellen; aanleg van E & W-installaties, inclusief warmtepompen en slimme klimatisering. Sander: “Duurzaamheid en renovatie sluiten elkaar absoluut niet uit. Voorbeeld? We gebruiken een speciale dakbedekking, waardoor we het hemelwater in de zandgrond mogen infiltreren.”

Bij voorkeur maakt Heijmans gebruik van de oorspronkelijke materialen en technieken. “Van rollagen en toogjes metselen tot vloeren herstellen”, zegt Piet. “We maken de planken los, nummeren alles, ontspijkeren, ontschimmelen en repareren. Daarna leggen we ze exact terug zoals ze lagen.”

rkp-oranjehotel-interview-2018-4805.jpg

De gang van het Oranjehotel nu

Mentaliteit

De renovatiekosten zijn ruim drie miljoen, maar bij diverse overheden en het nationaal vfonds voor vrede, vrijheid en veteranenzorg wist het bestuur van Stichting Oranjehotel deuren open te krijgen. Het is haar voorzitter wel toevertrouwd: op Justitie was ze directeur-generaal van het gevangeniswezen.

Wat de renovatie extra interessant maakt, is het contract dat afwijkt van de aanvankelijke vorm. “Op ons voorstel koos de stichting voor een bouwteamverband,” zegt Sander. “Dat past beter bij de samenwerking. We hebben ons ook aan het budget gecommitteerd. Aan de ene kant maken tegenvallers het noodzakelijk om creatief te bezuinigen. Aan de andere kant vloeit inkoopvoordeel terug naar het budget. Bij dit project is maximaal rendement in financiële zin ook niet de intentie. Het gaat toch vooral om maatschappelijke winst. Het is een project met groot prestige.” 

rkp-oranjehotel-interview-2018-4614.jpg

Na de oorlog verzamelde dhr. E.P. Weber, commandant van de Scheveningse gevangenis sinds mei 1945, zo veel mogelijk gegevens van gevangenen. Hij maakte daarbij gebruik van informatie van familie en vrienden, en van gesprekken met oud-gevangenen. Deze informatie is vastgelegd in het Gedenkboek van het Oranjehotel, waarvan de eerste druk verscheen in 1946.

Mulock Houwer knikt instemmend. “We delen de lusten en de lasten. Dat kan ook alleen bij gratie van vertrouwen. Maar dat is er volop. De mentaliteit, betrokkenheid en inzet van Heijmans hebben ons overtuigd.”

Een half uur later. In het halletje van de keet staan de keurig gepoetste schoenen van een Haagse wethouder. Hij heeft ze verwisseld voor veiligheidslaarzen. Tijdens zijn werkbezoek zal ook hij zijn ogen uitkijken. Het Oranjehotel: een monument dat je aandacht gevangen houdt.