Hoe staat het met... Kreekrakbruggen

Tweede leven voor een stalen kunstwerk

Zowel boven als onder de zuidelijke Kreekrakbrug bij Rilland in Zeeland weerklinken dag en nacht boor-, slijp-, zaag- en hamergeluiden. Het is de eerste van de twee stalen bruggen over het Schelde-Rijnkanaal die Heijmans renoveert en versterkt. Projectmanagers Sjak van Hees en Berndt van Eijkeren leggen uit hoe dat in zijn werk gaat. 

26 november 2014

De Kreekrakbruggen in de A58 zijn een onderdeel van de verbinding tussen Zeeland en Brabant. Er rijdt echter meer en zwaarder verkeer over dan bij de aanleg in 1974 kon worden voorzien. Inmiddels vertonen ze vermoeiingsverschijnselen. Rijkswaterstaat laat ze daarom nu versterken, als onderdeel van een raamprogramma dat in totaal acht renovatieprojecten voor stalen bruggen omvat. Heijmans won de opdracht begin 2014 vanwege de kwaliteit van het plan van aanpak, maar ook dankzij de voorgestelde maatregelen die de hinder voor zowel het weg- als het scheepvaartverkeer beperken. Behalve de twee stalen Kreekrakbruggen, renoveert Heijmans ook twee kortere, aangrenzende betonnen bruggen. 

kreekrakbruggen-1600.jpg

De beide stalen Kreerkrakbruggen met daarboven de betonnen bruggen.

Continu door

“We pakken de bruggen één voor één aan”, zegt Berndt. “In september 2014 zijn we begonnen met de zuidelijke brug. We werken een aantal weken lang continu door en leiden het verkeer van de A58 in die periode over de noordelijke brug. Begin 2015 leveren we de zuidbrug op en beginnen de voorbereidingen voor het werk aan de noordbrug. In het voorjaar van 2015 wordt deze ook een aantal weken afgesloten en leiden we het verkeer over de zuidbrug. Voor de start van het toeristenseizoen moet het hele werk zijn voltooid."

Voor dit project was in het referentieontwerp van Rijkswaterstaat een buitendienststelling van 11 weken voorzien. Heijmans weet die periode met een maand in te korten, dankzij een integrale aanpak en een lean planning waarbij bouwstromen onder en boven de brug perfect op elkaar aansluiten. Bovendien is al vóór de volledige afsluiting een middenstrook op de brug afgezet en gestript. Sjak: “Zo winnen we tijd en voorkomen we verrassingen tijdens de buitendienststelling.” Dat is belangrijk, want op een gemiddelde werkdag passeren hier 21.000 automobilisten. En over het Schelde-Rijnkanaal varen wekelijks ruim 1.000 grote schepen tussen Antwerpen en Rotterdam. 

IMG_8155-1600.jpg

Projectmanagers Berndt van Eijkeren (links) en Sjak van Hees.

Versterken en verzwaren

Voor het versterken van de 240 m lange bruggen worden aan de onderkant verstevigingen gemonteerd. Berndt: "Onder de hoofdliggers zetten we stalen profielen vast met dikke voorspaninjectiebouten. Vervolgens vijzelen we de brug bij de pijlers 25 cm omhoog. Omdat we de landhoofden met ballastbeton op hun plek houden, ontstaat er een opbolling in de brug. Deze opbolling is belangrijk voor het uiteindelijke krachtenspel in de brug. Door het vijzelen wordt tevens de doorvaarthoogte onder de brug niet beperkt."

Aan de onderzijde van de brug zorgt een hulpconstructie tussen de hoofdliggers dat er over de gehele lengte veilig en volledig overdekt kan worden gewerkt. Aan de hoofdliggers zelf wordt gewerkt vanaf verplaatsbare steigers. 

Berndt: “Voor de veiligheid mogen onder deze brug geen schepen varen. Daarom sluiten we het kanaal deels af. In de vaargeul van 120 m breedte komt een doorvaarroute van 50 m breed en een van 25 m breed. Waarschuwingsborden op pontons wijzen de schippers hierop en bovendien varen mensen van de scheepvaartbegeleiding rond om schepen de juiste route aan te wijzen.”

IMG_8276-1600.jpg

Tot op het staal

Om niet afhankelijk te zijn van het weer, is aan de bovenzijde een 280 m lange tent over de zuidbrug en landhoofden geplaatst. Sjak: “Het dek is inmiddels gestript: oude asfaltlagen zijn geheel verwijderd tot op het blanke staal. Lassen worden aan de bovenzijde geïnspecteerd en waar nodig gerepareerd.

Na het omhoog vijzelen van de 1.000 ton wegende brug is de weg vrij voor het aanbrengen van hogesterktebeton.” Het beton hiervoor wordt geproduceerd in de mobiele betoncentrale die Heijmans in de nabijheid opbouwt. Met betonmixers wordt het naar de landhoofden en van daaruit per transportband naar de paver vervoerd. Vanwege de lengte van de brug wordt hierbij in twee fasen gewerkt. Na het uitharden van het beton komt er nog een slijtlaag op de weg en worden nieuwe geleiderails, hekwerken en markeringen aangebracht.

Sjak: “Dit project is een mooie samenwerking van verschillende specialismen: beton/HSB, staal, geleiderail, vijzeltechnieken, voegovergangen, verkeersmaatregelen, (giet)asfalt, markeringen en slijtlagen; ze zijn allemaal belangrijk voor het succes.”