Hoe staat het met... exploitatie Nationaal Militair Museum

Balans door actief beheer

Na de oplevering van het Nationaal Militair Museum vier jaar geleden, is Heijmans 25 jaar betrokken bij de exploitatie. Een belangrijk onderdeel daarvan is de zorg voor de Warmte Koude Opslag. Actief analyseren en bijstellen van het systeem heeft het NMM een behoorlijke energie- en kostenbesparing opgeleverd. 

21 januari 2019

Het klimaatvraagstuk in het Nationaal Militair Museum is geen eenvoudige. Door de hoge ruimtes en grote hoeveelheid ramen is er veel warmte nodig. Voor de deels kwetsbare collectie gelden strenge temperatuur- en luchtvochtigheidsvoorschriften en het klimaat in het museum wordt voortdurend beïnvloed door wisselende aantallen bezoekers.

Hoe helpt Heijmans bij de WKO-balans?

Om daar zo duurzaam mogelijk mee om te gaan, is bij de bouw gekozen voor een Warmte Koude Opslag (WKO). Hierbij wordt in de zomer warmte en in de winter kou opgeslagen in bronnen op 87 meter diepte, om dat een half jaar later weer op te kunnen halen.

Nationaal Militair Museum met Heijmans bus.jpg

“Het is een prachtig, maar gevoelig systeem”, vertelt adviseur services Erwin Steijaert. “Het heeft aandacht nodig, want als de waterverplaatsing en warmte- en koudeopslag niet met elkaar in balans zijn, kunnen de bronnen 'naar elkaar toe lopen' en krijg je vermenging van warm en koud grondwater.”

Om dat te voorkomen, zijn de vergunningseisen streng en is er dus actief beheer nodig. “Met beheer bedoelen we registreren, analyseren, bijstellen en optimaliseren. Echt iets anders dus dan een onderhoudscontract. Bij het ontwerp en de bouw is uitgegaan van bepaalde standaarden. Maar gedraagt een gebouw zich echt zo als wij van tevoren bedacht hadden? Door actief te monitoren en bij te sturen, kun je veel meer rendement uit een WKO halen.”

Maandelijkse controle

Om de vergunning te behouden, gaat er één keer per jaar een document met maandrapportages naar de Provincie Utrecht, die de vergunningen handhaaft. Bij het NMM vult servicetechnicus Peter Mulling die registratie iedere maand in. Het invullen van de verpompte hoeveelheden water en de injectietemperatuur van de koude- en warmtebron zou hij gemakkelijk kunnen automatiseren, maar dat gebeurt bewust niet.

“Het is voor mij een controlemoment. Zo kwam ik er laatst achter dat één van de gekoeldwaterkleppen niet goed stond afgesteld, waardoor de gemiddelde injectietemperatuur van het water geen 7 maar 10 graden was. Hadden we dat een jaar lang niet opgemerkt, dan zouden we in de zomer niet genoeg koelvermogen hebben. Gelukkig is de schade nu beperkt gebleven.”

_DSC9108.jpg

Ook ontdekte Peter op deze manier dat het water tussen de bron en de verdeler van het gebouw één graad opwarmde. Het bleek het gevolg van een niet-optimale aansluiting op de verdeler-verzamelaar in de technische ruimte. Met het verleggen van een aantal leidingen is het systeem geoptimaliseerd, een aanpassing die nu ook wordt doorgevoerd in andere WKO-ontwerpen van Heijmans.

Gratis koeling

In het WKO-systeem kan een verschil van een tiende graad op lange termijn grote gevolgen hebben. Zo wordt er nu nog steeds gewerkt aan het rechttrekken van onbalans die vier jaar geleden ontstaan is. Erwin: “Als Heijmans waren we vanaf de bieding betrokken bij het NMM, maar het eerste jaar na realisatie was het actief beheer van de WKO nog niet ingericht. Toen waren we het koudste museum van Nederland en is er in de WKO een groot warmte-overschot ontstaan.”

WKO Balans Nationaal Militair Museum Heijmans.jpg

Peter Mulling en Erwin Steijaert in het Nationaal Militair Museum.

Twee jaar geleden bedacht Peter daar een oplossing voor: de droge koeler in de toren niet alleen gebruiken om overtollige warmte af te blazen, maar ook om extra koude te laden en dat in de zomer te gebruiken als gratis koeling voor het museum. “Door aanpassingen aan de leiding en regeltechnische verbeteringen, wordt de droge koeler nu optimaal ingezet”, glimt de technicus trots.

Koppelen en puzzelen

Voor Peter is het afstellen van het systeem een grote puzzel, waarbij hij aan veel knoppen kan draaien. “Het is spelen binnen de bandbreedte van de temperatuur- en vochtigheidsvoorschriften. Daar is zeker ruimte voor, ook in dit museum. Zo heeft de temperatuur in de grote hal best een grote marge, maar die mag maximaal 0,1 graad per dag veranderen. Dus zorg ik ervoor dat de temperatuur daar geleidelijk oploopt, van 19 graden in de winter naar 24 in de zomer.”

In theorie zou hij die knoppen vanuit huis kunnen bedienen, maar toch loopt hij liever in het museum. “Hier zie ik in welke ruimtes de zon opkomt en hoor ik de warmtepompen en ketels in de machinekamer aan en uit gaan. Dat geeft me extra informatie. Als ik dat koppel aan de cijfers, kan ik het systeem echt optimaliseren.”

_DSC9024.jpg

Big data

Voor de toekomst zien Erwin en Peter grote kansen voor de toepassing van big data binnen dit systeem. Zodra weersvoorspellingen en bezoekersaantallen mee te nemen zijn, kan het beheer nog beter worden. Maar hoezeer Peter daar al naar uitkijkt, voorlopig moet hij het doen zonder die gegevens om de WKO-balans te optimaliseren.

En dat is de afgelopen jaren zeker goed gelukt: “De onbalans tussen warmte- en koudeopslag hebben we in vier jaar teruggebracht van bijna 90% tot een krappe 10%. Wat vergunningen betreft slagen we hier met glans en ik denk dat je zeker kunt zeggen dat we hier het WKO-systeem optimaal laten functioneren.”