Hoe staat het met... Busstation Schiphol-Noord

Derde leven voor hangar

Bij dit busstation is wachten geen straf. Zeker niet in de avond, wanneer het spel van de 138 LED lampen op de overkapping start. De oude vliegtuighangar op Schiphol-Noord, omgetoverd tot knooppunt van de buslijnen in de regio, is een toonbeeld van waar de constante ideeënstroom van Claessens Erdmann architecten toe kan leiden. We laten alle bussen passeren en spreken met de geestelijk vaders achter dit project, ontwerpers Hans Erdmann en Sander Bos.

23 juli 2015

Stoer

De wind waait door het busstation heen. Dat zou het enige commentaar op de plek kunnen zijn. Hans gaat direct op onderzoek uit of dat als hinderlijk wordt ervaren en spreekt een voorbijgangster aan. “Nou, ik vind het juist wel een stoere plek”, is haar antwoord. “De sfeer is heel industrieel, robuust en het is mooi design.” Hans glundert trots bij haar spontane respons.

Maar misschien hebben de mensen van Claessens Erdmann wel bewust de wind zo laten waaien. Het past precies bij hun constante stroom aan ideeën. Uit elke zin tijdens het gesprek lijkt een nieuw idee voort te komen. Zo kon het dus ook dat een gesprek over staalprijzen uitmondde in een oude hangar die een nieuw leven als busstation kreeg. Hans: “Ja, bij Schiphol spraken ze op een gegeven moment over de lage staalprijzen en kwamen toen te spreken over een oude hangar.” 

20150618_heijmans_busstation_R9B1539.jpg

Ontwerpers Sander Bos (links) en Hans Erdmann (rechts) voor het nieuwe busstation Schiphol-Noord.

Sander vervolgt het verhaal over de vliegtuigbergplaats uit de Tweede Wereldoorlog die in 1958 door de gemeente Rotterdam uit Groot-Brittannië werd gehaald: “Die hangar stond op Zestienhoven en werd gebruikt als uitzetcentrum. Binnenin de hangar waren portocabins neergezet en werkte dus als een soort regenjas.” Hans met zijn speelse enthousiasme: “Die hangar wilden wij dus graag zien. We hebben de oude spanten voor de bezoekers herkenbaar gemaakt door ze een donkerrode kleur te geven. Alle nieuwe toevoegingen hebben een grijze kleur gekregen.”

Spel der elementen

De wind is, net als alle andere elementen, een serieus onderwerp van studie geweest bij het busstation. “We hebben de spanten iets verder uit elkaar gezet om het alle perrons een plek te geven, maar ook om iedereen bij regen droog te houden”, vertelt Sander hierover. “Wat de wind betreft hebben we ook gekeken hoe het zou zijn wanneer we het dicht zouden maken, maar dat leverde juist een grotere windbelasting op de constructie op. Dan zou het hele idee van het hergebruiken van de hangar verloren gaan, omdat we dan veel meer materiaal hadden moeten gebruiken en de spanten niet meer goed te zien zouden zijn.”

20150618_heijmans_busstation_R9B1641.jpg

Een ander element van studie was de zon. “Het gebruiken van zonne-energie was vrij snel bedacht. We hergebruiken al een hangar en dan is zonne-energie een logisch vervolg. We hebben veel studies naar de hoeveelheid zonnepanelen op het dak gedaan en besloten om het niet helemaal dicht te leggen. We wilden het hier beneden wel licht houden. Met wat er nu op het dak ligt hebben we voldoende energie voor het busstation en om ook nog aan de omgeving te leveren”, aldus Sander.

20150618_heijmans_busstation_R9B1547.jpg

Groots denken

Het toepassen van zonnepanelen kwam niet voort uit specifiek denken in duurzaamheid, zo veel maakt Hans wel duidelijk: “Fuck duurzaamheid.” Nogal een stelling voor een project dat meer energie opwekt dan het verbruikt. “Denk toekomstgericht”, vervolgt de ontwerper, “Als je apart over duurzaamheid denkt, dan raakt het gefragmenteerd en is het geen onderdeel van een geheel meer. Wat is de toekomst? Als je denkt vanuit het nu, dan ben je op slopershoogte. Bij oplevering is het dan al achterhaald. Kijk, je moet altijd het maximale maken”, zegt Hans over hun filosofie, “Dan pas kun je opties maken en word je ook veel losser in je hoofd.” 

20150618_heijmans_busstation_R9B1636.jpg

De zonnepanelen op het dak leveren voldoende energie voor het busstation. Overschot wordt aan de omgeving geleverd.

Van 'to be' naar 'to go'

Het is typerend voor de werkwijze van Claessens Erdmann, waar denken in overvloed een terugkerend thema is. Niet dat het groots en meeslepend wordt, maar wel dat de mogelijkheden in een project toenemen. Beide architecten kijken duidelijk over de grenzen van de oorspronkelijke vraag, zo blijkt ook wel uit Sander’s mening over de locatie. Wijzend op de naastgelegen Buitenveldertbaan zegt Sander: “Dit kan de mooiste spottersplek van de wereld zijn.” Zijn stelling wordt elke paar minuten bevestigd met een toestel dat binnen komt. 

Hans vervolgt: “Bij deze plek moet je vanuit een knooppunt denken. Van een ‘to go’-plek naar een ‘to be’-plek. Deze hangar biedt zo veel mogelijkheden.” Sander spitst dat toe: “De ‘lichtshow’ in het dak is al een bezoek waard. De verlichting kan volledig worden geprogrammeerd voor bijvoorbeeld feestdagen of bijzondere activiteiten. We hebben ook plannen liggen om er een horecapaviljoen in te hangen.” Als het aan Hans en Sander ligt, heeft de hangar nog meer levens in zich.