Hoe staat het met... bouw windmolenparken

Knowhow koppelen

De Rijksoverheid wil dat in 2023 zestien procent van alle gebruikte energie uit duurzame bronnen komt. Windenergie is een belangrijke vorm van schone energie. De markt is volwassen en groeit hard. Heijmans zag een kans en bouwt nu mee aan de Nederlandse energietransitie.

30 september 2020

Grote stukken modder kletsen in onze wielkasten. De regen vliegt horizontaal tegen de voorruit. Aan de horizon torenen grote grijze windmolens boven het maaiveld uit. We rijden dwars door een weiland bij het plaatsje Weijerswold onder de rook van Coevorden. Hier bouwt Heijmans een windpark voor Windunie en Pure Energie.

In de keet ontmoeten we Bart Niezen, projectleider van het Windpark in Coevorden, en Paul Sleddens, bedrijfsleider en initiatiefnemer van Heijmans windenergie. “De windenergiesector groeit hard,” zegt Paul. “In de markt zien we steeds meer tenders voor windparken verschijnen.”

Wind in de zeilen

Die toename is niet zo gek want windenergie is één van de goedkoopste duurzame energiebronnen die voldoende is doorontwikkeld, aldus de Rabobank. Volgens de bank staan er nu in Nederland ruim 2.200 windturbines: “Het duurzame karakter en de relatief lage kostprijs van windenergie zorgen voor "de wind in de zeilen" voor deze sector.”

Windmolenpark 5.jpg

Ook Paul zag potentie in deze nieuwe groeimarkt. Hij bleek niet de enige binnen Heijmans. “Vorig jaar belde ik met een opdrachtgever voor meer informatie over de bekabeling van een windparkproject,” vervolgt Paul. “Een collega vertelde bij het koffieapparaat dat hij die dag ook had gebeld, maar dan met een vraag over betonbouw. Puur toeval en voor Heijmans niet efficiënt. Twee verschillende Heijmans afdelingen wilden inschrijven voor een onderdeel van hetzelfde project.”

Dat moest anders vond hij. Hij schreef een plan en presenteerde dit aan zijn directie. “Vijf losse infra-afdelingen visten in dezelfde vijver op losse onderdelen die nodig zijn om een windmolenpark te realiseren. We moesten onze krachten bundelen.” Paul ging de markt benaderen en bracht het speelveld in kaart. “Ik wilde antwoord op drie vragen: Wie zijn de spelers, wie geven de opdrachten en tegen welke problemen lopen deze opdrachtgevers aan bij de bouw van een windmolenpark?”

Inmiddels biedt Heijmans een compleet windenergiepakket aan, met één aanspreekpunt voor de klant. Interessant voor opdrachtgevers, want veel andere bedrijven hebben niet alle disciplines in huis en moeten andere aannemers inhuren aldus Paul: “Nadeel hiervan is dat je als klant verschillende contactpersonen krijgt, waardoor het raakvlakkenbeheer voor de opdrachtgever toeneemt. Iets wat ze niet willen.”

Complex bouwproces

De Windparken in Coevorden zijn de eerste integrale windpark-projecten voor Heijmans. Bart Niezen is het aanspreekpunt voor de klant en verantwoordelijk voor de realisatie. Heijmans maakt het ontwerp en bouwt vervolgens de toegangswegen, de kraanopstelplaatsen voor het plaatsen van de windturbines en de turbinefundaties. Tevens realiseert Heijmans de elektrotechnische installaties voor de windparken, zoals het ontwerp, levering, aanbrengen en aansluiten van de parkbekabeling en inkoopstations.

We heien per fundatie 34 palen de grond in. Hierna wordt de werkvloer gestort. Boven: Paul Sleddens aan het woord

“Voor een opdrachtgever is een windturbine ontwikkelen en realiseren een uiterst complex proces. Eerst moeten ze de grond verwerven, vergunningen aanvragen en krijgen,” vertelt Bart. “Dit is een langdurig en kostbaar traject. Vergunningsprocedures nemen geregeld meerdere jaren in beslag. Een vergunning wordt meestal verleend voor een periode van 25 á 30 jaar. Vervolgens komt het project op de markt. Parallel aan de tender voor de civiele- en elektrotechnische werkzaamheden, doorloopt de opdrachtgever ook een tender voor de toekomstige turbineleverancier. De definitieve opdrachtverstrekking vindt plaats na het behalen van een financial close tussen opdrachtgever en bank. Vanaf dat moment kan het bouwproces beginnen.”

Anders dan normaal

Nooit eerder hadden Paul en Bart een compleet windmolenpark gerealiseerd. In de eerste maanden werd daarom voorzichtig afgetast wat de wensen en eisen in deze sector waren. Bart: “Een weg aanleggen of een fundatie bouwen doen we dagelijks. Maar de eisen van een turbineproducent, zijn anders dan die van provincies of Rijkswaterstaat. Dus de voor ons zo gangbare civiele processen, zijn in deze sector echt anders.”

1300 ton

De fundering voor de kraanopstelplaats is een goed voorbeeld aldus Bart. “Dit is een verstevigde plek van 25 bij 40 meter waarop de hoofdkraan komt te staan. Deze rupskraan weegt ongeveer 1300 ton en wordt gebruikt om de windturbine op te bouwen. Tijdens het hijsen van zware onderdelen is de belasting op de bodem enorm. Daar komt veel rekenwerk bij kijken. De kraanopstelplaats is in lagen opgebouwd uit zand, menggranualaat en kunststof wapening. Afhankelijk van de ondergrond, varieert de fundatie tussen de 60 en 120 centimeter dik.”

Windmolenpark 4.jpg

Ook de ankerkooi inclusief de wapening van de windturbine-fundering zijn een constructief hoogstandje

Tiphoogte

Ook de ankerkooi inclusief de wapening van de windturbine-fundering zijn een constructief hoogstandje. “Eerst heien we 34 palen de grond in. Hierna wordt de werkvloer gestort. Vervolgens begint het ‘ijzervlechten’, het aanbrengen van de wapening. Door middel van ijzerdraad wordt de wapening letterlijk aan elkaar gevlochten. Er wordt maar liefst 35 ton wapening per fundatie aangebracht. Dan wordt de buitenkist geplaatst. De ankerkooi wordt op twee millimeter nauwkeurig gesteld. Na diverse inmetingen beginnen we met de betonstort. Als het beton voldoende is uitgehard demonteren we de bekisting. Nu is de fundatie sterk genoeg om de turbine te dragen, die door een turbineleverancier wordt geïnstalleerd. De molen heeft een tiphoogte (de afstand tussen het hoogste punt van de rotor en de grond – red.) van 181 meter, een rotordiameter van 136 meter en gewicht van circa 600 ton.”

Integraliteit in optima forma

Aan de bouw van een windmolenpark werken verschillende Heijmans-disciplines mee. Paul: “Onze afdeling wegen doet de grondwerkzaamheden en funderingstechnieken zorgt voor het heiwerk. Het betonwerk wordt gedaan door ons civiele bedrijf, kabels- en leidingen legt de windparkbekabeling tussen de turbines en het inkoopstation aan. Systeemintegratie en Techniek (SIT) realiseert de inrichting van het inkoopstation. En in het geval van een watergang of wegkruising komt boortechnieken ook om de hoek kijken. Uiteraard doen ook onze ontwerpafdelingen mee. Integraler krijg je het bijna niet.”

Paul Sleddens: "Integraler krijg je het bijna niet.”

Windenergie-trein

Het bouwen van windparken is kort cyclisch werk. Alle fases zitten dicht op elkaar, want de turbines moeten zo snel mogelijk draaien. Bart: “Pas als er stroom wordt opgewekt en afgedragen op het net is een windparkproject exploitabel. In de windenergie-sector is tijd letterlijk geld.

Een windmolenpark vraagt om veel disciplines, die we als Heijmans allemaal in huis hebben. Door actief te zijn in deze markt, leveren wij een bijdrage aan de energietransitie in Nederland en bouwen we aan een gezonde leefomgeving."