Hoe staat het met... A9 Gaasperdammertunnel

Asfalteren in krappe klankkast

Een snelweg aanleggen in een tunnel vergt speciale technieken. Projectcoördinator Willian Nijenhuis vertelt hoe hij en zijn collega's de A9 Gaasperdammertunnel van de eerste lagen asfalt voorzien.

7 november 2017

Een shovel schraapt met de schepbak over de grond. Een oorverdovend geluid is het gevolg. De kale wanden van de tunnel fungeren als klankkast. De drie kilometer lange Gaasperdammertunnel loopt als een langgerekt betonnen lint langs de huidige A9 Gaasperdammerweg. Van oost naar west, en omgekeerd. Buiten schijnt een warme najaarszon, in de tunnel is het koel. We staan in de tunnelbuis waar straks de hoofdrijbaan van Diemen naar Holendrecht in komt te liggen. In de verte klinkt het geronk van zware machines.

20171018_heijmans_ixas_DSC1504.jpg

“De ruwbouw van de tunnel is voor 99 procent klaar”, zegt Willian Nijenhuis . “We zijn nu begonnen met de afbouwfase. Komende weken asfalteren we de onderlagen. Tegelijkertijd monteren mensen van Tunnel Technische Installaties alle systemen, zoals brandmelders, ventilatie, camera’s, bluswatervoorzieningen, verlichting en file-detectielussen.”

Met 600 man tegelijk

We lopen dieper de tunnel in. De lege tunnelbuis met zijn hoge grijze betonnen wanden oogt surrealistisch. Het geronk zwelt aan. We turen naar rechts en zien in de duisternis meerdere witte lichtjes opdoemen. Terwijl we verder wandelen passeert er uit het niets een fietser. Hij knikt vriendelijk. Zijn mandje is gevuld met gereedschap. “Zo rollen wij”, zegt Willian lachend. “Op piekmomenten werken we met ruim 600 man tegelijk aan de afbouw in de tunnel. Om de luchtkwaliteit tijdens het asfalteren te waarborgen, rijden we met zo min mogelijk voertuigen in de tunnelbuizen. In verband met de brandveiligheid mogen voertuigen überhaupt niet parkeren in de tunnel. Lopen is een optie, maar de tunnel is ongeveer drie kilometer lang. Daarom gebruiken we ook fietsen. Het grote werkverkeer gebruikt de toekomstige wisselbaan als hoofdbouwweg.”

Bandwagens

Verderop blaast een manshoge ventilator met stormkracht frisse lucht de tunnelbuis in. “Het afvoeren van asfalt- en dieseldampen is een van de belangrijkste zaken die in orde moet zijn. Met deze grote mobiele ventilatoren en geholpen door de natuurlijke trek – een tunnel is in feite een liggende schoorsteen – houden we de luchtstroom op gang en creëren we een zo goede en veilig mogelijke werksituatie. Een andere belangrijke factor, waar we rekening mee moeten houden, is de doorrijdhoogte. Het tunneldak is te laag om asfalt te kiepen. Daarom werken we met zogenaamde bandwagens. In de bak van deze trucks draait een lopend band die het asfalt naar achteren transporteert. De ‘normale’ asfaltvrachtwagens kiepen net voor de tunnelmond het asfalt in de shuttlebuggy, die het daarna in een bandwagen stort. Deze rijdt dan achterwaarts de tunnelbuis in en stort vervolgens het asfalt in de spreidmachine.”

Doorrijdhoogte

Terwijl we verder lopen wijst Willian naar een uitsparing in het tunneldak. “Hier hangen straks de vaste tunnelventilatoren. Ze hangen hoger in verband met de doorrijdhoogte. Het asfalt mag niet te dik zijn, want dan is de hoogte tussen rijbaan en constructies te klein. De tolerantie is nihil. Ongeveer een centimeter per laag om precies te zijn. Na elke laag asfalt meten we alles na. Om aan de kwaliteitseisen te voldoen moet het asfalt dik genoeg zijn. En een te dunne laag verkort de levensduur. Het is echt hogeschool asfalteren.” Om het perfecte resultaat te bereiken, past de asfaltploeg een beproefde techniek toe. “We spannen per wegvak op de juiste hoogte een draad langs de wand. Op de spreidmachine zit een sensor die over deze draad beweegt. Zo heeft elke laag de juiste dikte.”

20171018_heijmans_ixas_DSC1522.jpg

Smeerolie

Het verse asfalt kleeft aan onze voeten en de temperatuur stijgt. De spreidmachine beweegt stapvoets voorwaarts en duwt de bandwagen met kleine zetjes vooruit. Drie walsen bewegen sierlijk heen en weer. “Ondanks de zware werkomstandigheden liggen we op planning. Werken aan een tunnel heeft iets magisch. Niet alleen is de omgeving waarin je werkt heel bijzonder, maar je bent hier ook met z’n allen van elkaar afhankelijk. Als de ondergrond niet vlak genoeg is, kunnen we niet asfalteren. Of als een voertuig de tunnel blokkeert, hebben we een uitdaging met de aanvoer van het asfalt. Logistiek is het dus een ingewikkelde puzzel, zeker in de laatste fase wanneer er veel disciplines tegelijk in de tunnel aan het werk zijn. Het soepel laten draaien van de complete machine, met al zijn verschillende radertjes, geeft mij in ieder geval een geweldig gevoel.”

Willian wijst op het feit dat een goede planning de smeerolie is van die machine. “Wie gaat ‘s ochtends als eerste de tunnel in bijvoorbeeld? Straatje keren met een asfaltspreidmachine is geen optie, want de ruimte is beperkt. Je wilt elkaar niet in de weg zitten en toch moet het werk af, binnen het vooraf bepaalde tijdsbestek.”

Reflecterend asfalt

Terwijl de asfaltploeg verder zwoegt, wandelen we terug richting de westelijke tunnelingang. “Pas wanneer iedereen in de tunnel klaar is, gaan we de deklagen aanbrengen. In dit geval is dat reflecterend asfalt. Omdat straks de tunnelverlichting en de verlichting van het wegverkeer weerkaatst op het asfalt, is er minder verlichting nodig. Dat is duurzaam en levert tevens een besparing in de energiekosten op.” 

We lopen terug naar de uitgang. In de verte gloort licht. “Staand voor de grote tunnelmond horen we het verkeer over de bestaande A9 razen. Links en rechts staan huizen en flats. “Als we het gehele project in 2021 opleveren, kunnen de bewoners van Amsterdam-Zuidoost genieten van een groot park. De automobilisten rijden dan onder het park op de verbrede A9.”