Stenen eruit, groen erin

Waar laat je al dat regenwater in de stad? Drie experts treffen elkaar op het Haga-terrein in Den Haag en bespreken hoe we ook in de toekomst droge voeten houden.

18 juli 2016

De kletsnatte junimaand zorgde ervoor dat klimaatverandering stevig op de kaart werd gezet. In huishoudens, op het werk, in de media, overal was het een gespreksonderwerp. En ging het niet over regen of hagel, dan wel over de schade van ruim één miljard euro. Wie gaat dat betalen? Hoe bescherm je steden tegen water? Hoe voorkom je dat schadebedragen verder oplopen? Laat drie waterprofessionals vrijuit praten over het onderwerp en al snel gaat het over bewustwording, bufferen, samenwerking en innovaties.

Die drie deskundigen zijn Carl Paauwe, senior beleidsmedewerker bij het Hoogheemraadschap van Delfland, Arthur Hagen, beleidsmedewerker Water bij de gemeente Den Haag en Léon Dielen, coördinator en adviseur van Team Water bij Heijmans. Ze lopen langs de nu nog braakliggende terreinen bij het Haga Ziekenhuis in Den Haag. Begin 2017 start Heijmans daar met de bouw van zo’n 620 woningen, commerciële voorzieningen en een parkeergarage.

20160706heijmans_hagawater_0392.jpg

Van links naar rechts: Carl Paauwe, Léon Dielen en Arthur Hagen in gesprek naast het Haga Ziekenhuis.

“Kijk”, wijst Carl naar een lager gelegen terrein ter grootte van een half voetbalveld. “Ik weet dat het straks wordt bebouwd, maar eigenlijk heb je in zo’n nieuw te ontwikkelen gebied een dergelijk veld nodig als bassin om bij zware buien het water te bufferen.” “Maak er bijvoorbeeld een speeltuintje van”, zegt Léon, “meervoudig ruimtegebruik voor waterberging wordt belangrijk in de toekomst, maar is nu al actueel gezien de heftige buien in juni, die door klimaatscenario’s pas waren voorzien in 2050. Hoe spelen gemeentes daar eigenlijk op in?”

Focus op zwakke plekken

Arthur: “Voor steden is het lastig te anticiperen op klimaatveranderingen. Aanpassen gaat langzaam. Negentig procent van de stad verandert nauwelijks. Neem het riool. Na de aanleg gaat dat negentig jaar mee. Dat vervang je niet zomaar. Je moet prioriteiten stellen, waar liggen de grootste problemen? Om daar antwoord op te krijgen, maakten we met het 3Di-modelinstrumentarium voor waterberekeningen een kaart van de stadsoppervlakte met het complete rioolstelsel. In een simulatie lieten we daar een gigantische bui op los. Op die kaart zie je meteen wat de zwakke plekken zijn. Daar gaan we op focussen. Het gaat vooral om ontharden en vergroenen, stenen eruit, groen erin, sponswerking creëren. Samen met Delfland en de bewoners maken we bijvoorbeeld van een bestraat plein een plantsoen. Dankzij de buffering levert het water daar geen overlast meer op, maar zorgt het er juist voor dat de onderliggende veengrond niet verder verdroogt. Plus, we hoeven de bestrating niet meer te onderhouden.”

Een uitsnede van een 'waterdieptekaart' van de gemeente Den Haag. Arthur: "Zo teisteren we de stad virtueel met extreme buien en meten de impact. Eigenlijk een soort bezwijktest van ons systeem."

Samenwerking

“Geen enkele partij kan de problemen alleen oplossen”, neemt Carl over. “De afgelopen jaren heeft het Hoogheemraadschap fors geïnvesteerd in de aanleg van waterbergingen, verbreden van kanalen, vergroten van gemaalcapaciteit en dergelijke. Daar kun je niet eindeloos mee doorgaan. We zijn nu bezig nog meer samenwerking te zoeken met alle partijen: overheden, bewoners, bedrijven, ontwikkelaars en wellicht moeten verzekeraars ook meedoen. Die hebben baat bij schadebeperking. Zij kunnen klanten stimuleren goede maatregelen te nemen in ruil voor bijvoorbeeld minder premieverhoging. Het doel van de samenwerking is de sponswerking van het gebied vergroten, zodat elke druppel water wordt opgevangen en niet leidt tot overlast en schade.”

City Deal Klimaatadaptie

De samenwerking waar Carl het over heeft, krijgt onder meer gestalte in de City Deal Klimaatadaptie, die de drie partijen het afgelopen voorjaar mede ondertekenden. Het doel van de City Deal is ‘een nauwere samenwerking op nationaal en internationaal niveau om zo de aanpak voor het klimaatbestendig inrichten van de stedelijke omgeving te versterken’. Onder meer door een kraamkamer te zijn voor innovaties.

Arthur noemt als innovatie hellende daken van groen voorzien, zodat ze een waterbufferende capaciteit krijgen. Carl heeft het over buffering van water in diepere ondergrondse lagen, tien tot vijftig meter onder het maaiveld. “Dat gebeurt al in de land- en tuinbouw. Het draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast en in tijden van droogte haal je het water weer uit de grond.”

Maar ook in het aanbestedingstraject kan geïnnoveerd worden. Léon: “Rijkswaterstaat daagt bouwers in de aanbesteding uit rekening te houden met de natuur. Daarbij beloont RWS maatregelen die de natuur ten goede komen met een korting op de aanbieding. De verbreding van de A12 Veenendaal-Ede-Grijsoord is daar een mooi voorbeeld van. Opdrachtgevers zouden in een aanbesteding hetzelfde kunnen doen met klimaatadaptieve maatregelen. De partij die op dat gebied het beste scoort krijgt de opdracht.”

Léon: “Opdrachtgevers zouden in een aanbesteding partijen moeten uitdagen en belonen voor klimaatadaptieve maatregelen. De partij die op dat gebied het beste scoort krijgt de opdracht.”

Arthur: “Als gemeente lopen we tegen het feit aan dat de stad voor zestig procent niet van ons is. Daar heb je nauwelijks invloed op. Het enige wat je kunt doen is burgers, bedrijven en bijvoorbeeld ook woningbouwcorporaties erop aanspreken. Bewust maken. Zij zouden met zulke aanbestedingsprocedures kunnen gaan werken.”

Carl: “In verschillende gemeenten, waaronder Rotterdam, heb je The Right to Challenge. Partijen, particulieren, stichtingen of bedrijven die een mogelijkheid zien voorzieningen of gemeentelijke taken – dus ook op het gebied van water - beter en/of goedkoper uit te voeren de kans geven. Ons gesprek maakt duidelijk dat er momenteel veel initiatieven en ideeën ontstaan, wat dat betreft leven we in interessante tijden.”