De Cruijffiaanse kant van corona

Werken aan de weg in kalm Amsterdam

27 mei 2020

Vanaf de dag dat ‘Blijf thuis!’ het nationale mantra werd, pakt Heijmans kansen in wegonderhoud. Er is rust en ruimte. Op reportage in kalm Amsterdam, waar niet alleen vogels maar ook stratenmakers fluiten.

Lente, zon, maar nauwelijks toeristen. Zelfs het Amstel Hotel aan het Professor Tulpplein is dicht. Naast het chique vijfsterrenverblijf wacht een vrachtwagen met dampend asfalt. Binnen één werkdag reconstrueert een ploeg van Heijmans Infra een onhandige bocht-met-eilandje in de drukke fietsroute langs de oostzijde van de Amstel. Het is puzzelwerk, maar het vordert. Even later klieft een slijptol een natuurstenen trottoirband. Tevreden gezichten: het past.

Zelfs het bekende Amstel Hotel aan het Professor Tulpplein is dicht.

Op afstand volgt Melvin van den Bos de verrichtingen. Hij is toezichthouder bij het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam. “Voor zulke projecten is dit een ideale tijd. Minder auto- en fietsverkeer, minder voetgangers. De horeca zit nog dicht. Dat maakt het aan- en afvoeren van materialen ook makkelijker. Fijn voor Heijmans, fijn voor ons. Normaal had je veel meer planningstijd nodig gehad, want dit is een hoofdroute, waar dagelijks zo’n 40.000 fietsbewegingen zijn.”

Opgewekt

Anderhalf uur eerder. Op de asfaltcentrale van Heijmans in het westelijk havengebied verontschuldigt Pieter de Groot zich dat hij niet de hand schudt. Hij is projectleider bij Heijmans Infra Noordwest. Weliswaar woont Pieter vanaf de wieg op het [schier]eiland Marken, maar na bijna twintig jaar infrawerk in Amsterdam kent hij de weg in de hoofdstad. Vooral letterlijk: “Sinds 2019 doen wij alle kleine wegenwerken binnen de ring van de A10. Bij elkaar vier stadsdelen: centrum, oost, zuid en west. Contractduur? Vier jaar, met een verwachte jaarlijkse omzet van vier à vijf miljoen euro.”

Aan veelzijdigheid geen tekort: “Gaten in wegen repareren. Membranen op brugdelen aanbrengen of markeringen vernieuwen. Fietsenoversteek-
plaatsen aanpassen. Of Recoflex aanbrengen. Dat is een innovatie van Heijmans die je bij een stabiele ondergrond over de bestaande bestrating heen kunt leggen.” De opdrachten vliegen echt alle kanten op, zegt Pieter opgewekt. Van vijfendertig proefsleuven voor kabels en leidingen graven tussen het Paleis op de Dam en het Mercatorplein [West] tot aan een regenboogpad in de Reguliersdwarstraat maken.

Verkeersveiligheid schrijft de gemeente Amsterdam in blokletters. Ze heeft de ambitie vastgelegd dat het aantal verkeersgewonden dit jaar maar liefst 25 procent lager moet zijn dan in 2010. Vooral het aantal ernstig gewonden onder fietsers is hoog: ruim drie per dag, mede als gevolg van stadsgroei, e-bikes en meer 65-plussers in het verkeer. Heijmans helpt ellende voorkomen: “De gemeente registreert black spots oftewel verkeersonveilige situaties. Dat kan tot wegwerkzaamheden leiden. Tijdje geleden nog: een dodelijk ongeval op de kruising Marnixstraat-Rozengracht. Die situatie hebben wij veiliger gemaakt. Dat maakt je werk extra zinvol.”

Saai is het überhaupt niet. Er gebeurt altijd wat, zegt Pieter. Niet ver van de plek waar Endstra in 2004 is vermoord, stond onze keet. Sowieso is dit een stad waar je voortdurend je planning moet omgooien en het op flexibiliteit en creativiteit aankomt.

_DSC4020.jpg

Binnen één werkdag reconstrueert een ploeg van Heijmans Infra een onhandige bocht-met-eilandje in de drukke fietsroute langs de oostzijde van de Amstel.

Groene stad

Bij de aanbesteding gold niet de prijs als beslissend criterium, maar de kennis en expertise in duurzaamheid. Logisch, vindt Pieter: “Politiek bezien is dit een groene stad. Amsterdam wil in 2025 schone lucht. Dat heeft consequenties, voor je manier van werken: elektrische handgereedschappen en trilplaten, vrachtwagens op waterstof, elektrisch vervoer van materialen.”

Wel krijgen Heijmans en haar onderaannemers de tijd om de gehele energietransitie door te voeren. Moet lukken: van geel naar groen is maar één stap in de kleurenwaaier. “In plaats van gewone aggregaten gaan we GreenBatteries gebruiken. Die draaien op zonne- en windenergie en maken minder lawaai. Ook hebben we een nieuwe Hot Box Asfaltwarmer van tien ton aangeschaft die op de PTO [aftak-as – red.] van de auto draait. De auto zelf rijdt op HVO [fossielvrije diesel – red.].”

Een ander doorslaggevend gunningscriterium was de wil tot samenwerking. Voor Pieter is dat geen schone-schijn-zinnetje maar blijmakende essentie. “Ik wil geen ouderwetse rol, maar echt zo vroeg mogelijk bij opdrachtgevers aan tafel zitten. Daar delen we onze kennis, ervaringen en adviezen. Ik ben er ook van overtuigd dat we deze aanbesteding mede hebben binnengehaald omdat we onze inzichten uit een soortgelijk project in Haarlem deelden.”

Voor gemeenten is zo’n vorm van schouder-aan-schouder werken – een uitdrukking van vóór de anderhalvemetersamenleving – af en toe nog wennen, merkt Pieter. “De tijd dat je elkaar dwarszat tot aan juridische conflicten toe, ligt niet ver achter ons. Toch lukt het hier in Amsterdam om elkaars belang te zien. Samenwerking levert niet alleen vrolijke gezichten op. Het is ook stomweg efficiënter.”

Paradijs

Het c-woord valt. De wereldwijde uitbraak van covid-19 heeft invloed op het werk van Pieter en zijn projectteam – gemiddeld twintig mensen van wie acht ‘op kantoor’. Maar vooral op een gunstige manier. “Ik schreef op Yammer [intranet van Heijmans – red.] dat we van de nood ook een deugd konden maken. Dat riep veel positieve reacties op. Op LinkedIn werd het bericht ruim driehonderd keer geliked.” Met Cruijffiaanse logica verduidelijkt Pieter hoe in het nadeel een voordeel schuilt. “Moet je je voorstellen: eind maart. We moesten bij Centraal Station een gat in de weg repareren. Het was 07.15 uur in de ochtend. Daar stonden we met z’n drieën. De enigen op het hele stationsplein.”

Het maakt van Amsterdam een paradijs, zegt hij. Wegprojecten die in de drukke hoofdstad vrijwel altijd intensief omgevingsmanagement en maagzuurwekkende logistiek verlangen, kunnen nu versneld doorgang vinden. Zomerse evenementen gooien geen roet in het eten. Sail, Gay Parade, EK Voetbal: alles is geschrapt. Enthousiast: “Maar iedereen zit in de meewerkstand en ziet kansen.” Zijn voorbeeld lijkt uit een sprookjesboek te komen: “Het wegdek en de bestrating in een fietstunnel bij de RAI moesten verbeterd worden. Er gaan normaal zo’n duizend fietsen op een dag doorheen. Nu was het binnen twee weken het rond, van eerste bespreking en bestek tot aan asfalteren en tegelwerk. Zonder deze crisis had het een jaar voorbereiden en plannen gekost.”

Met Pieter op de fiets van het Amstel Hotel naar de levendige Dapperbuurt.

Met Pieter op de fiets van het Amstel Hotel naar de levendige Dapperbuurt. Daar heeft Heijmans van stadsdeel-Oost opdracht gekregen om gefaseerd zo’n driehonderd meter van de Dapperstraat en het plein op de schop te nemen. Geen namiddagklusje. “Elke dag is hier de Dappermarkt. In totaal 244 kramen, altijd druk”, vertelt Pieter. “Maar nu is het tijdelijk rustiger.” Aanvankelijk zorgde corona voor onrust in de Heijmans-ploeg. “Begin maart was het nog druk op straat. Dan wil je niet tussen hoestende bezoekers aan het werk. Daar had de gemeente alle begrip voor. Zij nam het besluit om de food-kramen te weren en ons werkgebied ruimer te maken. Dat voelt veiliger. Wel een nadeel: alle mensen moeten met eigen vervoer komen. Met z’n vijven in een busje is verleden tijd.”

Gelukkig

Een voettocht over de Dapperstraat, langs de winkels van Mahli Afro Beauty, banketbakker Nooij en Sirin Ontharingsstudio. Aan een lantaarnpaal wijst een pijl naar een kraam: ‘Mondkapjes, drielaags: vijf euro’. Verderop staat exotisch fruit uitgestald. Een man loopt de Heijmans-projectleider tegemoet en groet hem hartelijk. Ooit was Milko Baars straatmaker, nu gemeentelijk markmeester. “Mooie baan, al heeft een collega van me al een keer een pistool tegen zijn kop gehad. Maar dat hoort er blijkbaar bij. Big City.” Hij is blij met Heijmans. Het werkgebied is schoon en opgeruimd. Voor de hulpdiensten hebben ze doorgangen met rijplaten gemaakt. Sowieso: als er ‘iets’ is, wordt het snel opgelost. Goed werk.”

_DSC4056.jpg

Hij lacht en spreidt z’n armen, alsof hij tegen de gezondheidsregels in heel Amsterdam wil omhelzen. Ruim anderhalve meter verder barsten twee Surinaamse vrouwen in lachen uit. Bij de viskraam uit Spakenburg staan drie mannen een familiebak kibbeling leeg te eten. Een meeuw scharrelt over de opengebroken straat, die een combideklaag en nieuwe kolken krijgt. Het gaat mooi worden, verzekert Pieter. In 1945 schreef J.C. Bloem een gedicht dat beroemd zou worden. Het heet ‘Domweg gelukkig in de Dapperstraat.’ Vijfenzeventig jaar later bewijst het nog altijd zijn geldigheid, met dank aan Heijmans.