CO2-uitstoot infra toegenomen in 1e helft 2016

9 november 2016

De CO2-uitstoot van de civiele en wegenbouwkundige werkzaamheden van Heijmans Infra is in de eerste helft van 2016 gestegen. Dat blijkt uit de rapportage die Heijmans Infra elk halfjaar uitbrengt in het kader van de CO2 prestatieladder.

Realisatie eerste helft 2016

De CO2-emissie na de eerste zes maanden van 2016 bedraagt 25.130 ton, een toename van 28% ten opzichte van de eerste helft van het jaar ervoor (19.601 ton). Gerelateerd aan de omzet bedraagt de toename van de CO2-uitstoot 2,7% ten opzichte van de eerste helft van 2015. De toename van de uitstoot wordt voornamelijk veroorzaakt door (a) verhoging van het brandstofverbruik op projecten en (b) bij de productie van asfalt. De uitstoot van leaseauto’s is licht toegenomen in de eerste zes maanden van dit jaar.

Om de CO2-uitstoot te meten en rapporteren maakt Heijmans gebruik van scopes.

  • Scope 1 betreft de uitstoot veroorzaakt door brandstoffen die wij zelf inkopen en verbruiken (voornamelijk gas, diesel en benzine)
  • Scope 2 omvat CO2-uitstoot als gevolg van het elektriciteitsverbruik (deze CO2 stoten wij niet zelf uit maar de elektriciteitsmaatschappij) en zakelijk (vlieg)verkeer
  • In scope 3 wordt CO2-uitstoot van woon-werkverkeer en openbaar vervoer berekend.

De focus blijft echter primair gericht op scope 1 en secundair op scope 2. Vooral deze scopes kunnen wij direct beïnvloeden door maatregelen te treffen. Bovendien vindt het grootste deel van de uitstoot binnen deze scopes plaats.

CO2-footprint-1.jpg

Scope 1: Brandstoffen
Het grootste deel van de uitstoot (94%) bestaat uit ‘brandstof’, die voor het overgrote deel direct aan ‘projecten’ gekoppeld is. Binnen scope 1 heeft een stijging van 31% in uitstoot plaatsgevonden ten opzichte van het jaar daarvoor. Deze stijging komt vooral door een toename van het brandstofverbruik op de projecten (47%) en asfaltcentrales (54%).

  • In de afgelopen periode zijn op een aantal projecten veel activiteiten uitgevoerd (grondverzet en asfalteren), waarbij veel brandstof is verbruikt.
  • De toename van de CO2 uitstoot van de asfaltcentrales is te verklaren doordat de productie ook met 54% is toegenomen.

Bij de leaseauto’s zien wij in het afgelopen half jaar een toename (9%). Heijmans neemt voor de projecten aanvullende maatregelen om de uitstoot te verlagen. Hiervoor is een verbeterproject gestart.

Scope 2: Elektriciteit en zakelijke kilometers
De CO2-uitstoot door elektriciteitsverbruik en zakelijk verreden kilometers vormt nog maar 1 procent van de totale CO2-emissie. De geringe bijdrage van het elektriciteitsverbruik wordt veroorzaakt door het gebruik van Nederlandse groene stroom. De uitstoot binnen deze scope is nagenoeg gelijk gebleven.

Scope 3: Woonwerkverkeer en openbaar vervoer
De CO2-uitstoot in scope 3 levert en geringe bijdrage aan de totale footprint (5%). Hier is een toename van 3% zichtbaar bij ‘woon-werkverkeer’.

Doelstelling 2012-2016

Heijmans heeft de ambitie om de CO2-emissie, gerelateerd aan de omzet, in vier jaar minimaal 6% te laten afnemen en hanteert 2012 als referentiejaar voor zowel emissie als omzet.

Ketenanalyse Scope 3
Heijmans is gecertificeerd volgens het handboek versie 3.0. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de eerdere versie hebben betrekking op de scope 3 ketenanalyses en de reductiedoelstellingen en maatregelen op de projecten, die zijn verkregen met gunningvoordeel op grond van het certificaat.

In het kader van het certificaat moeten wij twee ketenanalyses uitvoeren. Voor de ketenanalyses is een identificatie van de emissies in scope 3 uitgevoerd, volgens de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard. Dit heeft er toe geleid dat we de volgende ketenanalyses hebben uitgevoerd; “Reductie CO2 bij asfalttransporten” en “Reductie CO2 door hergebruik bitumen”.

Reductie C02 bij asfalttransport

Het afgelopen half jaar zijn, bij het project VOC Noord Brabant aansluitend op de pilots van 2015, opnieuw de asfalttransporten onder de loep genomen. Door een goede afstemming tussen frezen, transport en asfaltproductie is een reductie van 5% behaald op de CO2-uitstoot. Het afgelopen jaar is duidelijk geworden dat bij kleinere projecten deze reductie niet haalbaar is. Dit wordt veroorzaakt doordat het transportvolume te klein is.

Infra-CO2-1.jpg

Reductie door hergebruik bitumen

De CO2-reductie van bitumen is vooral gericht op hergebruik van freesasfalt in combinatie met lage temperaturen asfalt (GreenwayLE). Dit jaar wordt extra ingezet op het verwerken van GreenwayLE bij de projecten, waardoor wij minder CO2 uitstoten bij de productie. Vanaf juli 2014 hanteren wij het principe van “GreenwayLE tenzij” dit houdt in dat we standaard GreenwayLE toepassen voor de onderlagen. In juni van 2015 heeft RWS GreenwayLE officieel erkend als volwaardig alternatief voor conventionele tussenlagen. Het afgelopen halfjaar is de productie van GreenwayLE met circa 80% toegenomen ten opzichte van het eerste halfjaar van 2015. De onderzoeken naar de verbetering van GreenwayLE, zodat deze ook geschikt is voor toepassing in toplagen, gaan door.

Projecten
In de eerste helft van 2016 zijn 12 projecten met gunningvoordeel in uitvoering. Binnen deze projecten is in deze periode 2.563 ton CO2 uitgestoten.

Vooruitblik

De CO2 prestatieladder vraagt steeds meer aandacht voor de CO2-uitstoot in de keten (van productie tot levering aan Heijmans). Daarbij is het belangrijk dat wij samen met ketenpartners onderzoeken hoe wij de CO2-uitstoot in de keten kunnen verlagen. Om meer inzicht te krijgen in de uitstoot voeren wij ketenanalyses uit en werken wij samen met enkele van de belangrijkste ketenpartners aan de verdere terugdringing van de CO2-uitstoot. In de 2e helft van dit jaar gaan wij met de belangrijkste ketenpartners op het gebied van betonmortel en grondverzet in gesprek om een gezamenlijke strategie te bepalen.

In de tweede helft van 2016 ronden we een nieuwe ketenanalyse van asfalt af, waarin wij het gehele proces van productie tot en met verwerking hebben doorgelicht. Vervolgens zullen we verbetermaatregelen (gericht op CO2-reductie) formuleren en doorvoeren.

Begin 2017 worden de prestaties vergeleken met de doelstelling, zoals deze is verwoord in het huidige Energie Management Plan(EMP). Eind 2016 wordt een nieuw EMP opgesteld voor de periode 2017 – 2020, waarin we een nieuwe reductiedoelstelling opnemen en maatregelen opnemen voor de komende 4 jaar. Ondertussen gaat Heijmans onverminderd verder met het verwezenlijken van haar brede duurzaamheidambitie, door het inzicht verder te vergroten, medewerkers te betrekken bij de doelstellingen en ruimte bieden voor goede ideeën en eigen initiatieven.