Bouwen is een onderdeel van beheer

3 december 2014

Nieuwe aanleg van infrastructuren gaat steeds minder plaatsvinden. Veel groter wordt de vraag naar vervangingen, onderhoud en beheer. Rijkswaterstaat is actief aan het zoeken en testen hoe dat zo efficiënt mogelijk vorm kan krijgen. Een zoektocht die ze samen met de markt doorlopen. Topadviseur assetmanagement Jenne van der Velde van Rijkswaterstaat en afdelingsleider Civiel Services Lisanne Vermeer van Heijmans verkennen het voorliggende veld.

Functioneel denken

Dat er heel andere afwegingen spelen in de zoektocht maakt Jenne direct helder: “Je kunt een weg of brug bekijken als object dat gewoon moet werken. Of je kunt kijken naar de functie van die weg of brug, bijvoorbeeld het verbinden van de Randstad met het achterland. Dan kun je meer in mogelijkheden gaan denken. Geef je bij de functie ook nog eens prestaties, dan kun je zeggen dat de weg beschikbaar moet zijn voor bijvoorbeeld de bereikbaarheid van Utrecht. Door aan te geven wanneer je dan werkzaamheden mag uitvoeren of wat je aan voertuigverliesuren accepteert kun je sturen op bereikbaarheid en beschikbaarheid. Het denken in functies en prestaties zorgt dat je aansluit op de beleving van de gebruiker; het maakt een gebruiker niet uit of een weg stroef is of niet, maar of ‘ie veilig en beschikbaar is. De andere kant is dat je ook beter op risico’s kan sturen, want wat kost het wanneer een brug niet beschikbaar is? Hoe kunnen we bijvoorbeeld via rail of water zorgen dat Utrecht bereikbaar is als er aan de weg wordt gewerkt.”

IMG_9339-1600.jpg

Lisanne Vermeer (Heijmans) samen met Jenne van der Velde (Rijkswaterstaat).

Lisanne vult aan: “Vanuit de markt zit je dan veel dichter bij waar het echt om draait en kun je beter de werkwijze kiezen die daarbij past. Ik vind het wel een verrijking dat we deelgenoot worden van die belangen en daar mee een oplossing voor mogen verzinnen. In de oude contracten kregen we niet mee waarom we dingen moesten doen en dat motiveert niet. Als je zelf weet waarvoor je het doet, dan haal je juist het beste in mensen naar boven.” Naast de prikkelende werking van het denken in functies van infrastructuur, kan een bouwbedrijf er zelf ook efficiënter door werken, verklaart Lisanne: “Wij kunnen ons materieel beter inzetten. Overdag werken onze freesmachines in de wijk en ’s nachts op de snelweg. Met deze contractvormen organiseren we ons beter en slimmer.”

Bouwen om te beheren

“Bouwen is een onderdeel van beheer”, stelt Jenne. “Je bouwt iets om het beheer beter te maken. Het gaat om het in stand houden van onze infrastructuur en transformatie. Daarin staan we niet alleen, want ook ProRail en de water- en energiepartijen, die allemaal een publiek netwerk hebben, hebben diezelfde opgave.”

Lisanne: “Wij hebben de A9 aangenomen en dat is geen nieuwbouw, dat is een vervanging. De grootste uitdaging is de beheertaak. Het denken in andere termijnen, dus niet vertrekken na oplevering, is een van de belangrijkste punten waar we voor staan. Daar hebben we wel goed naar de lengte van de contracten te kijken. Als de termijn heel kort is, dan is bij ons de worsteling hoe je gaat optimaliseren in zo’n contract. Bij een meerjarig onderhoudscontract van een jaar of vijf heb je eerst een tijd nodig om het areaal goed te leren kennen, het onderhoud uit te voeren zoals het is voorgeschreven en vervolgens te optimaliseren. Maar dan heb je eigenlijk geen tijd meer om het terug te verdienen. Aan de andere kant is een contract voor dertig jaar ook heel lastig, omdat je bijna niet kunt bedenken wat er in die dertig jaar gaat gebeuren en daar een prijs aan te hangen.”

"We hebben onze infrastructuur heel ingewikkeld gemaakt en het gaat misschien niet om het slimmer maken, maar om het eenvoudiger maken."

Data

Goed beheer en de optimalisatie daarvan vereisen goede data. Hoe lang voordat een weg, sluis of kanaal moet worden onderhouden? Moet het worden vervangen of is het zelfs toe aan een nieuwe functie? Hoe intensief is het gebruik? Wat accepteer je aan verliesuren? De vraag is of er al voldoende gegevens zijn om het denken in functies en prestaties goed uit te kunnen voeren.

“Het is een hele lastige om scherp te krijgen welke data je wilt”, opent Jenne. “Bij toestandsinspecties is het voor ons niet zo interessant om te weten hoe het verloop van het wegdek is, zolang het maar binnen de marges blijft. Maar als we dat moeten doorvertalen naar vervangingsfrequentie, dan willen we wel graag die getallen hebben. Elektronica in tunnels, camera’s voor spits- en plusstroken, ventilatoren die niet werken, daar zit de uitdaging. We hebben onze infrastructuur heel ingewikkeld gemaakt en het gaat misschien niet om het slimmer maken, maar om het eenvoudiger maken.”

Lisanne: “Wat wil je op welk moment weten en wat ga je er mee doen? Wat is nog rendabel of efficiënt om te monitoren? Wij kunnen vanuit realisatie en techniek veel informatie inbrengen, maar vanuit levenscyclus lopen we nog een achterstand in. Qua visie en strategie gaat het ons niet snel genoeg, in de praktijk moeten we nog wel stappen maken. We worden gedwongen tot het maken van andere keuzes.” Jenne: “We dagen zo partijen ook uit om met andere oplossingen te komen en zo innovaties te bewerkstelligen. En onszelf ook om als organisatie nog professioneler te worden.”

Andere competenties

De behoefte aan data brengt het gesprek op de interpretatie van die gegevens. Jenne: “De bedrijfstak is van origine civiel en dat bestaat uit hele statische informatie. Ga je uit van het verkeer, dan heb je juist heel dynamische informatie. Dan moet je op twee snelheden kunnen werken. De worsteling om mensen daarin mee te krijgen, herken ik bij zowel onszelf als in de markt.” Lisanne scherpt dat inzicht aan: ”Vroeger werd er een hek omheen gezet en kon je je werk doen. Tegenwoordig gaat dat anders en zijn we onderdeel van het netwerk. Mensen bij ons zijn met hun ontwerp- en bouwbril heel anders naar hun werk aan het kijken. Kun je denken in netwerken en prestaties die niet alleen maar financieel zijn?” “Bouwers moeten denken in service”, geeft Jenne als afsluitende boodschap mee.